Creative Business | Leerjaar 1 | Mediatheorie
Inhoudsopgave
Ethiek en media 2
Doel en middelen 2
Keuzevrijheid 2
Verantwoordelijkheid 3
Aanvaardbaarheid 4
Universaliteit 4
Morele rechtvaardiging 4
, Ethiek en media
Ethiek: moraalwetenschap die zich bezighoudt met het juiste handelen (t.o.v.
medemensen, dieren en natuur in het algemeen). Vooral wanneer er geen wetgeving is
die handvatten biedt.
- Descriptieve ethiek: termen, richtlijnen van moraal zonder hierover een
standpunt in te nemen.
- Prescriptieve ethiek: standpunten ingenomen door ethici waarin zij uitdragen
wat juist of onjuist is, en waarom.
Waarden: zaken die waardevol gevonden worden door iemand, groep, samenleving.
Normen: richtlijnen hoe je sociaal gewenst met elkaar omgaat.
Niveaus van verantwoordelijkheid:
- Persoonlijke normen (ik)
- Organisatienormen (1 onderneming/bedrijf)
- Beroepsnormen (hele bedrijfstak)
- Maatschappelijke normen (samenleving)
> Als deze botsen ga je compartimenteren (compartmentalize): je persoonlijke ideeën
los zien van die op je werk. In verschillende ‘compartimenten’ indelen.
Verschillende termen om als individu of organisatie te bepalen of iets ethisch
verantwoord is:
1. Doel en middelen
2. Keuzevrijheid
3. Verantwoordelijkheid
4. Aanvaardbaarheid
5. Universaliteit
Doel en middelen
Welk doel wil je bereiken en welke middelen zet je daarvoor in? Dit moet met elkaar in
verhouding zijn om moreel aanvaardbaar te zijn.
Function creep: technologie die wordt ingezet voor een ander doel dan het eigenlijk voor
ontwikkeld is.
Werther effect: hoe meer aandacht er aan zelfmoord wordt besteed in de media, hoe
meer suïcides er plaatsvinden (vooral bij identificatie met slachtoffer!).
> Verantwoordelijkheid van de media: wel of niet publiceren?
Keuzevrijheid
Om ethische te kunnen handelen moet er sprake zijn van vrij handelen (volledig vrije
keuze, niet onder druk van anderen). Om te kunnen kiezen, moet je wel in staat zijn om
te kiezen.
2