Klinisch redeneren en evidence-based practice
HOOFDSTUK 11 – HET BEGRIJPEN VAN PSYCHOSOCIALE PROCESSEN IN DE
GEZONDHEIDSZORG DOOR KWALITATIEF ONDERZOEK
11.1 – WAT IS KWALITATIEF ONDERZOEK? WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN KWANTITATIEF
EN KWALITATIEF ONDERZOEK?
Kwantitatief onderzoek= hierbij gaat het om hoeveelheden, aantallen en kansen.
Kwalitatief onderzoek= begrijpen wat er gebeurt, hoe het proces verloopt en wat het voor
de betrokkenen betekent. Het gaat om begrip van psychosociale processen en van
betekenisverlening door betrokkenen. Het werkt toe via waarnemingen vanuit de dagelijkse
werkelijkheid naar hypotheses of theorieën (= eindresultaat van onderzoek) die uitstijgen
boven de onderzochte situatie. De gegevens komen uit de onderzoekssituatie, terwijl
analyse van gegevens erop gericht is kennis te verkrijgen die verder gaat dan de
onderzoekssituatie.
11.2 – WAT IS DE BELANGRIJKST METHODE BIJ KWALITATIEF ONDERZOEK?
Er wordt gewerkt met methoden om te verstehen= het perspectief van de onderzochte
personen te zien, en dus beter te begrijpen. De onderzoeker zoekt contact met de
werkelijkheid: kiest manieren om direct in relevante situaties mee te lopen. Dit leidt tot
kwalitatieve gegevens: gedetailleerd en concreet.
11.3 – WAT ZIJN DE MANIEREN OM GEGEVENS TE VERZAMELEN BIJ KWALITATIEF
ONDERZOEK?
Om perspectief te kunnen gebruiken, zijn gegevens van en over psychosociale processen
belangrijk. Hiervoor zijn kwalitatieve onderzoeksmethoden nodig:
- Observatie
• Participerende observatie= intensieve manier van observeren. Daarbij doet
de onderzoeker mee en loopt mee met de mensen die hij onderzoekt. Hij
registreert van nabij, zonder het verloop van gebeurtenissen te verstoren.
- Interviewen: kan via individuele of groepsinterviews. Kwalitatieve interviews meestal
semi-gestructureerd (=wel vaste gespreksonderwerpen, maar geen vragen).
- Bestuderen van schriftelijke bronnen: patiëntendossiers, notulen, archieven etc.
De methoden vereisen kleinschaligheid. Steekproeven zijn dus klein, maar hoeven niet
representatief te zijn. het is belangrijker personen te spreken en de situaties mee te maken
die het meest informatief zijn. daarom wordt er vaak doelgerichte steekproef (purposive
sample) gebruikt =hierin wordt geprobeerd de beste informanten en de meest informatieve
situaties in de steekproef op te nemen.
Saturatie= wanneer de onderzoeker merkt dat de interviews of participatie hem geen nieuwe
informatie geven. Er kan dan gestopt worden met het verzamelen van gegevens.
Triangulatie= het gebruik van verschillende metingen en verschillende gegevenssoorten, dit
verhoogt meestal de interne validiteit (=de werkelijkheidswaarde van het onderzoek).
11.4 – HOE WORDEN GEGEVENS BIJ KWALITATIEF ONDERZOEK GEANALYSEERD?
HOOFDSTUK 11 – HET BEGRIJPEN VAN PSYCHOSOCIALE PROCESSEN IN DE
GEZONDHEIDSZORG DOOR KWALITATIEF ONDERZOEK
11.1 – WAT IS KWALITATIEF ONDERZOEK? WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN KWANTITATIEF
EN KWALITATIEF ONDERZOEK?
Kwantitatief onderzoek= hierbij gaat het om hoeveelheden, aantallen en kansen.
Kwalitatief onderzoek= begrijpen wat er gebeurt, hoe het proces verloopt en wat het voor
de betrokkenen betekent. Het gaat om begrip van psychosociale processen en van
betekenisverlening door betrokkenen. Het werkt toe via waarnemingen vanuit de dagelijkse
werkelijkheid naar hypotheses of theorieën (= eindresultaat van onderzoek) die uitstijgen
boven de onderzochte situatie. De gegevens komen uit de onderzoekssituatie, terwijl
analyse van gegevens erop gericht is kennis te verkrijgen die verder gaat dan de
onderzoekssituatie.
11.2 – WAT IS DE BELANGRIJKST METHODE BIJ KWALITATIEF ONDERZOEK?
Er wordt gewerkt met methoden om te verstehen= het perspectief van de onderzochte
personen te zien, en dus beter te begrijpen. De onderzoeker zoekt contact met de
werkelijkheid: kiest manieren om direct in relevante situaties mee te lopen. Dit leidt tot
kwalitatieve gegevens: gedetailleerd en concreet.
11.3 – WAT ZIJN DE MANIEREN OM GEGEVENS TE VERZAMELEN BIJ KWALITATIEF
ONDERZOEK?
Om perspectief te kunnen gebruiken, zijn gegevens van en over psychosociale processen
belangrijk. Hiervoor zijn kwalitatieve onderzoeksmethoden nodig:
- Observatie
• Participerende observatie= intensieve manier van observeren. Daarbij doet
de onderzoeker mee en loopt mee met de mensen die hij onderzoekt. Hij
registreert van nabij, zonder het verloop van gebeurtenissen te verstoren.
- Interviewen: kan via individuele of groepsinterviews. Kwalitatieve interviews meestal
semi-gestructureerd (=wel vaste gespreksonderwerpen, maar geen vragen).
- Bestuderen van schriftelijke bronnen: patiëntendossiers, notulen, archieven etc.
De methoden vereisen kleinschaligheid. Steekproeven zijn dus klein, maar hoeven niet
representatief te zijn. het is belangrijker personen te spreken en de situaties mee te maken
die het meest informatief zijn. daarom wordt er vaak doelgerichte steekproef (purposive
sample) gebruikt =hierin wordt geprobeerd de beste informanten en de meest informatieve
situaties in de steekproef op te nemen.
Saturatie= wanneer de onderzoeker merkt dat de interviews of participatie hem geen nieuwe
informatie geven. Er kan dan gestopt worden met het verzamelen van gegevens.
Triangulatie= het gebruik van verschillende metingen en verschillende gegevenssoorten, dit
verhoogt meestal de interne validiteit (=de werkelijkheidswaarde van het onderzoek).
11.4 – HOE WORDEN GEGEVENS BIJ KWALITATIEF ONDERZOEK GEANALYSEERD?