Portfoliobewijsmateriaal – Competentie 4b - Bewijs 3
“Voorbeeld van relevante kennisoverdracht aan collega’s - 3”
Niveau van Miller: SHOWS HOW
18 maart 2024
Competentie 4: Transfer en brede inzetbaarheid
Indicator 4b: Relevante kennisoverdracht aan collega’s
Samenvatting: In dit bewijs wil ik graag toelichten hoe ik bij een medestudent kennis over de technieken uitdaging en zachte
confrontatie uit Fase 1B van de gespreksmethodiek heb overgebracht. Daarbij laat ik aan de hand van dialoog zien hoe de
kennisoverdracht heeft plaatsgevonden. Ook illustreer ik hoe de medestudent de informatie ontving, en welke signalen mij tot die
conclusie brachten.
In het tweede jaar van de opleiding heb ik met een medestudent afgesproken om gesprekstechnieken te oefenen. Nadat we in een
oefengesprek voor elkaar tot een juist PSA-schema en een passende hulpvraag (Slaats, 2017) waren gekomen, maakten we de overstap
naar Fase 1B van de gespreksmethodiek. Mijn gesprekspartner had nog niet zoveel geoefend met deze fase van de gespreksmethodiek.
Ze kaartte voor de start van ons gesprek aan dat ze de technieken uitdaging en zachte confrontatie nog niet zo goed in de knieën had.
Daarom vroeg ze of ik daar uitleg over zou willen geven. In onderstaande dialoog illustreer ik hoe deze uitleg eruit zag, welke signalen de
medestudent tijdens de uitleg uitzond, en hoe de kennisoverdracht uiteindelijk overgekomen is.
MEDESTUDENT – Nou, die technieken uitdaging en zachte confrontatie… ik bak daar niets van hoor!
IK – Vertel eens, waar zit het hem in dat je er niets van bakt?
MEDESTUDENT – Ja, ik kom gewoon niet uit het onderscheid tussen de twee technieken.
IK – Duidelijk, het gaat om het onderscheid tussen de uitdaging en de zachte confrontatie. In hoeverre zijn de technieken uitdaging
en zachte confrontatie los van elkaar voor jou duidelijk?
MEDESTUDENT – Ehm, volgens mij maak je bij de zachte confrontatie een opmerking over een repeterend patroon, zoals een
bepaalde gedraging of reactiewijze, of een verschil dat je waarneemt bij de cliënt, bijvoorbeeld tussen zijn verbale en zijn non-verbale
gedrag. En de uitdaging … ja, dat weet ik eigenlijk niet meer zo goed.
IK – Je noemt al goede dingen! Super dat je al herkent dat de hulpverlener bij de zachte confrontatie een repeterend patroon of een
verschil waarneemt bij de cliënt. In het boek “Professioneel Hulpverlenen – De Gespreksmethodiek” wordt ook wel de term discrepantie
gebruikt om dit verschil aan te duiden. Die discrepantie kan zoals je hebt aangegeven optreden tussen de spreek- en lichaamstaal van de
cliënt, maar ook tussen de cliënt zijn woorden en zijn daden, of tussen het beeld dat de cliënt van zichzelf heeft en het beeld dat de
hulpverlener van de cliënt heeft. Het doel van deze techniek is om het repeterende patroon of de discrepantie op te pikken, en dit in het
gesprek bespreekbaar te maken. Wat verwacht je dat er bij de cliënt zodra zo’n patroon of discrepantie benoemd wordt?
MEDESTUDENT – Eh… ja dat was toch iets met een referentiekader? Maar dat snapte ik niet zo goed in het boek.
1
“Voorbeeld van relevante kennisoverdracht aan collega’s - 3”
Niveau van Miller: SHOWS HOW
18 maart 2024
Competentie 4: Transfer en brede inzetbaarheid
Indicator 4b: Relevante kennisoverdracht aan collega’s
Samenvatting: In dit bewijs wil ik graag toelichten hoe ik bij een medestudent kennis over de technieken uitdaging en zachte
confrontatie uit Fase 1B van de gespreksmethodiek heb overgebracht. Daarbij laat ik aan de hand van dialoog zien hoe de
kennisoverdracht heeft plaatsgevonden. Ook illustreer ik hoe de medestudent de informatie ontving, en welke signalen mij tot die
conclusie brachten.
In het tweede jaar van de opleiding heb ik met een medestudent afgesproken om gesprekstechnieken te oefenen. Nadat we in een
oefengesprek voor elkaar tot een juist PSA-schema en een passende hulpvraag (Slaats, 2017) waren gekomen, maakten we de overstap
naar Fase 1B van de gespreksmethodiek. Mijn gesprekspartner had nog niet zoveel geoefend met deze fase van de gespreksmethodiek.
Ze kaartte voor de start van ons gesprek aan dat ze de technieken uitdaging en zachte confrontatie nog niet zo goed in de knieën had.
Daarom vroeg ze of ik daar uitleg over zou willen geven. In onderstaande dialoog illustreer ik hoe deze uitleg eruit zag, welke signalen de
medestudent tijdens de uitleg uitzond, en hoe de kennisoverdracht uiteindelijk overgekomen is.
MEDESTUDENT – Nou, die technieken uitdaging en zachte confrontatie… ik bak daar niets van hoor!
IK – Vertel eens, waar zit het hem in dat je er niets van bakt?
MEDESTUDENT – Ja, ik kom gewoon niet uit het onderscheid tussen de twee technieken.
IK – Duidelijk, het gaat om het onderscheid tussen de uitdaging en de zachte confrontatie. In hoeverre zijn de technieken uitdaging
en zachte confrontatie los van elkaar voor jou duidelijk?
MEDESTUDENT – Ehm, volgens mij maak je bij de zachte confrontatie een opmerking over een repeterend patroon, zoals een
bepaalde gedraging of reactiewijze, of een verschil dat je waarneemt bij de cliënt, bijvoorbeeld tussen zijn verbale en zijn non-verbale
gedrag. En de uitdaging … ja, dat weet ik eigenlijk niet meer zo goed.
IK – Je noemt al goede dingen! Super dat je al herkent dat de hulpverlener bij de zachte confrontatie een repeterend patroon of een
verschil waarneemt bij de cliënt. In het boek “Professioneel Hulpverlenen – De Gespreksmethodiek” wordt ook wel de term discrepantie
gebruikt om dit verschil aan te duiden. Die discrepantie kan zoals je hebt aangegeven optreden tussen de spreek- en lichaamstaal van de
cliënt, maar ook tussen de cliënt zijn woorden en zijn daden, of tussen het beeld dat de cliënt van zichzelf heeft en het beeld dat de
hulpverlener van de cliënt heeft. Het doel van deze techniek is om het repeterende patroon of de discrepantie op te pikken, en dit in het
gesprek bespreekbaar te maken. Wat verwacht je dat er bij de cliënt zodra zo’n patroon of discrepantie benoemd wordt?
MEDESTUDENT – Eh… ja dat was toch iets met een referentiekader? Maar dat snapte ik niet zo goed in het boek.
1