H3 Beoordelingsmethoden voor afwijkend gedrag:..................................................................................................6
H5 angststoornissen en obsessieve-compulsieve stoornis........................................................................................7
Theoretisch perspectief: op paniekstoornis..........................................................................................................8
Fobische stoornissen: vrees voor een object of situatie niet in verhouding tot de realiteit..................................9
Obsessieve-compulsieve (OCD) en verwante stoornissen.......................................................................................11
Oorzaken dwangstoornis.........................................................................................................................................13
Acute stress-stoornis (NIET LEREN VOOR TOETS)....................................................................................................13
Posttraumatische stressstoornis (NIET LEREN VOOR TOETS)..................................................................................13
Kan optreden na een ernstige belevenis of gebeurtenis, (oorlog, overval, verkrachting). De patiënt is niet in staat
deze gebeurtenis te verwerken...............................................................................................................................13
Kenmerken: Het steeds opnieuw beleven van de traumatische ervaring (nachtmerries) (Flashbacks)..................13
Het vermijden van alles wat met het trauma te maken heeft.................................................................................13
Afstompen van gevoelens , niets is meer belangrijk...............................................................................................13
Verhoogd prikkelbaar, woeduitbarstingen, slecht slapen, concentratiestoornissen, opgewondenheid.................13
Vaak is de patiënt ook depressief. Jarenlang kan men met deze klachten doorlopen zonder hulp in te roepen.
Vaak gaan relaties hieronder lijden en niet zelden komt zelfmoord voor...............................................................13
Overlap met andere stoornissen die kunnen ontstaan ten gevolge van een traumatische ervaring, met name
dissociatieve stoornissen en conversiestoornis.......................................................................................................13
disruptieve gedragsstoornissen (LEREN)
H13.6 gedragsproblemendisruptieve gedragsstoornissen (LEREN).........................................................................13
Behandeling van ADHD medicatie en gedragstherapie (LEREN)..............................................................................14
13.6.3 Normoverschrijdend-gedragsstoornis (conduct disorder) LEREN.................................................................14
OOS-Oppositioneel opstandige stoornis..............................................................................................................15
Periodieke explosieve stoornis................................................................................................................................15
13.6.4 oppositionele-opstandige gedragsstoornis (OOS) (LEREN)...........................................................................15
13.2 Autismespectrumstoornis...............................................................................................................................17
H12 Persoonlijkheidsstoornissen............................................................................................................................19
Persoonlijkheidsstoornis: Aanpassing en/of sociaal functioneren lukt niet meer door te starre, overheersende
persoonlijkheid(strekken)-..................................................................................................................................19
Borderline persoonlijkheidsstoornis........................................................................................................................20
Antisociale persoonlijkheidsstoornis.......................................................................................................................22
Zoeken niet vaak zelf hulp, komen vaak in aanraking met justitie..........................................................................23
................................................................................................................................................................................ 23
................................................................................................................................................................................ 24
H13 Schizofreniespectrumstoornis..........................................................................................................................25
H9 Eetstoornissen...................................................................................................................................................29
H9.6 Obesitas..........................................................................................................................................................32
,Module 6:
Definities van afwijkend gedrag bij psychische stoornissen
1. Uitzonderlijk gedrag: iemand die volgens mensen uit diens omgeving in bepaalde opzichten te veel
van de normale maatstaf afwijkt.
2. Sociaal afwijkend: gedrag vertonen dat niet in de context past.
3. Foute perceptie of interpretatie van de realiteit: hallucineren, wanen
4. Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon: bij voorbeeld bij angst en depressie
5. Ongepast of contraproductief gedrag: b.v. vreemd gedrag bij angst,
6. Gevaar: gedrag dat gevaar oplevert voor de omgeving en/of de persoon zelf
Eén schriftelijke toets Theorie en concepten: Handelingsgerichte diagnostiek, over de vakken Psychopathologie,
Recht en Methodiek.
We gaan uit van vier centrale perspectieven om afwijkend gedrag te verklaren, en die dienen als uitgangspunten
voor behandeling..
Het biologische perspectief
Het psychologische perspectief
Het sociaal-culturele perspectief
Het bio psychosociale perspectief
Psychologisch perspectief
Psychologische verklaring en voorbeelden van behandeling:
Leertheorie / behaviorisme: aangeleerd gedrag gedragstherapie
Cognitieve theorie (irrationeel denken) Cognitieve therapie
Psychodynamica Psychotherapie
Humanisme (blokkades bij zelfontplooiing) Clientgerichte therapie
Sociaal-cultureel perspectief
Rekening houden met de rol die maatschappelijke “ziektes” als armoede, racisme en gebrek aan kansen een rol
spelen bij het ontstaan van afwijkende gedragspatronen.
Bio psychosociaal perspectief
Uitgangspunt is het samenspel van biologische, psychologische en sociaal culturele aspecten bij het ontstaan van
een stoornis.
Diathese stressmodel: iemand heeft een aanleg (diathese) voor een bepaalde stoornis (=biologisch). Ontwikkelen
van die aanleg tot een stoornis hangt af van de interactie (psychologie) tussen aanleg en stressvolle ervaringen in
relatie tot de omgeving (cultuur). Hoe sterker de diathese (aanleg), hoe minder stress er nodig is om de stoornis te
ontketenen.
Voorbeelden van behandeling: Aanleg in relatie tot de directe (gezins)omgeving systeemtherapie,
groepstherapie
Milieutheorie maatschappelijke positie versus psychische stoornis. Onderzoek: komt elke stoornis in iedere
cultuur voor? En hebben ze dezelfde symptomen?
,Behandelmethoden
Psychoanalyse en psychodynamische therapie
Psychodynamische methode. Grondlegger Freud. Intensieve, meestal langdurige behandeling.
Centraal staan:
- Inzicht krijgen in onverwerkte, verdrongen conflicten uit de jeugd
- Vrije associatie
- Droomanalyse
- Therapeutische relatie staat centraal
- Overdracht (cliënt projecteert gevoelens t.o.v. voor hem belangrijke mensen op therapeut)
- Tegenoverdracht (Therapeut is zich bewust dat zijn eigen gevoelens over de cliënt mede gevormd zijn door
de eigen opvoeding en cultuur waarin de therapeut is gevormd)
Psychodynamica (Freud): Psychologische problemen worden aangestuurd door onbewuste motieven en conflicten,
die terug te voeren zijn naar onze kindertijd. Wij hebben 3 psychische structuren: Id, ego en super ego. Id is vanaf
geboorte aanwezig, hierin zitten instincten (lustprincipe). Ego probeert de eisen van id te beteugelen en gedrag aan
te sturen dat het voldoet aan sociale normen en verwachtingen (realiteitsprincipe). Superego bezit de normen &
waarden van ouders en andere belangrijke mensen. Het is het geweten is het ego in de gaten houdt en oordelen
goed/fout keurt. Onbewuste conflicten en motieven als oorzaken van afwijkend gedrag.
Humanistische therapie
Persoonsgerichte therapie. Grondlegger Carl Rogers.
- Ieder mens wil zich ontwikkelen = groeigerichtheid van de mens
- Ieder mens wil al zijn talenten benutten = zelfactualisatie
, - Belemmering in deze behoefte leidt tot verlies van zichzelf
- Zij volgen de mening van anderen en komen in moeilijkheden
- De cliënt weet uiteindelijk wat goed voor hem is, als je maar open luistert
Humanisme (Maslow): Legt nadruk op de persoonlijke vrijheid van individuen bewuste keuzes te maken die hun
leven een doel en een betekenis geven. Heeft positief mensbeeld. Iedereen streeft naar zelfactualisatie: de drang
om alles te worden waartoe men in staat is. Het motief dat iemand drijft om al zijn vermogens te ontwikkelen en de
eigen, unieke vaardigheden tot uitdrukking te brengen.
Non directieve therapie
- Luister niet oordelend = onvoorwaardelijke acceptatie !
- Niet sturend
- Counselend: actief luisteren verbaal en non verbaal ( hm hm, ja ja , knikken etc.)
- Wees echt, oprecht
- Accepteer de cliënt als ervaringsdeskundig
- Gevoelsreflectie !!
Gedragstherapie
- Klassieke conditionering (S-O-R, Pavlov)
- Operante conditionering ( straffen/belonen, token-economy, Skinner)
Behaviorisme/leermodellen (Pavlov): Afwijkend gedrag is het gevolg van het leren van verkeerd, ongepast gedrag.
Klassieke conditionering: Vorm van leren waarin men ervoor zorgt dat een respons op de ene stimulus ook
optreedt door ze samen met de normale stimulus aan te bieden.
Operante conditionering: Vorm van leren waarbij gedrag eigen wordt gemaakt en wordt versterkt door het te
bekrachtigen (beloning te geven).
Sociaal-cognitief (Bandura): Leren door observeren of door modeling (= nieuw gewenst gedrag imiteren)
Cognitief: Emotionele toestand wordt bepaald door onze interpretatie van wat we allemaal meemaken. (je beeft en
denkt daardoor dat je bang bent)
- Afwijkend gedrag komt door hindernissen op de weg naar zelfbewustzijn en zelfacceptatie
Sociaal-cultureel perspectief
- Afwijkend gedrag is geen fout van individu maar van de maatschappij. Cultuur heeft grote invloed op
stoornissen.
bio psychosociaal perspectief (WAARHEID)
- Interactie tussen biologisch, psychologisch en sociaal culturele factoren zorgen voor afwijkend gedrag.
Benadering Behandeling
Psycho dynamisch therapie hypnotherapie (hypnose), dromentherapie
(Sigmond Freud) Therapie die mensen helpt om inzicht te krijgen
in en oplossingen te vinden voor, onbewuste
It, ego, super ego
conflicten (Freud)
Behaviorisme Gedragstherapie (goed gedrag kan worden