SCHEIKUNDE TOETSSTOF
HOOFDSTUK 1: CHEMISCH REKENEN
M = molaire massa = g/mol
[A] = concentratie of molariteit = molariteit altijd in mol/L
mdeel
Bereken hoeveel molair….. = mol/L massa %= · 100%
mgeheel
Vm = molair volume = volume dat 1 mol gas inneemt = L/mol
N = aantal moleculen ppm = x106 %
ppb = x109 %
Rekenen met reacties -> molverhouding
n
molverhouding = 1 : 6 : 6: 6
[ A ]=
v
verbranding is altijd:
….. + O2 -> CO2 + H2O
Het stappenplan voor rekenen aan reacties:
1. Geef de reactievergelijking
2. Reken de gegeven grootheid om naar mol (n)
3. Gebruik de molverhouding uit de reactievergelijking
4. Reken de hoeveelheid mol om naar de juiste
grootheid + eenheid
5. Controleer de significantie
Als er 2 stoffen zijn moet je bepalen welke stof in overmaat en welke in ondermaat is.
- Ondermaat = stof die volledig heeft gereageerd
- Overmaat = stof die na de reactie overblijft
HOOFDSTUK 4: ZOUTEN
Metaal -> bestaat uit metaalatomen
Zout -> samengesteld uit metaalatomen en niet-metaalatomen
Moleculaire stof - > bestaat uit alleen niet-metaalatomen
De formule van een zout is de verhoudingsformule.
Wanneer van een metaalion meerdere ladingen voorkomen, geef je dat in de naamgeving aan met een
romeins getal.
In de naamgeving van zouten komen geen numerieke voorvoegsels voor. Positieve ion altijd als eerste
, Metaal + niet-metaal = ionbinding
- metaal geeft elektron af aan niet-metaal -> er ontstaan ionen (geladen deeltje)
- zouten bestaan uit positieve en negatieve ionen
- ionbinding is erg sterk, daarom hebben zouten hoog kookpunt
Vaste zouten -> ionen kunnen niet van plek veranderen -> geen stroom geleiden
Opgeloste zouten -> ionen kunnen vrij bewegen door vloeistof -> wel stroom geleiden
Gesmolten zouten -> ionen kunnen vrij bewegen -> wel stroom geleiden
Het opstellen van een verhoudingsformule:
1. Formules opschrijven
Magnesiumfosfaat -> Mg2+ en PO43-
2. Kleinste verhouding bepalen
Verhouding 3 : 2 om een neutraal zout te vormen
3. Positieve en negatieve ionen opschrijven (samengestelde ionen
tussen haakjes)
Mg3(PO4)2 (s)
Hydraat = zout die water kan opnemen in ionrooster
Kristalwater = het water dat opgenomen is
Wat is de verhouding tussen zout en water?
249,6 gram hydraat wordt verward en er blijft 159,6 gram droog zout
CuSO4 over.
CuSO4 · nH2O à CuSO4 + nH2O
249,6 g 159,6 g + 90 g
Wet van massa behoud: voor de reactie evenveel massa als na de reactie
Dus 249,6 – 159,6 = 90 g H2O
90 gram / 18,015 = 5 mol
159,6 gram / 159,61 = 1 mol
Verhouding = 1 : 5
HOOFDSTUK 5: REACTIES IN BEWEGING
Bij chemische reacties vind een energie-effect plaats.
ΔE = Eeind – Ebegin
Exotherm = komt energie vrij
Endotherm = energie erin stoppen
HOOFDSTUK 1: CHEMISCH REKENEN
M = molaire massa = g/mol
[A] = concentratie of molariteit = molariteit altijd in mol/L
mdeel
Bereken hoeveel molair….. = mol/L massa %= · 100%
mgeheel
Vm = molair volume = volume dat 1 mol gas inneemt = L/mol
N = aantal moleculen ppm = x106 %
ppb = x109 %
Rekenen met reacties -> molverhouding
n
molverhouding = 1 : 6 : 6: 6
[ A ]=
v
verbranding is altijd:
….. + O2 -> CO2 + H2O
Het stappenplan voor rekenen aan reacties:
1. Geef de reactievergelijking
2. Reken de gegeven grootheid om naar mol (n)
3. Gebruik de molverhouding uit de reactievergelijking
4. Reken de hoeveelheid mol om naar de juiste
grootheid + eenheid
5. Controleer de significantie
Als er 2 stoffen zijn moet je bepalen welke stof in overmaat en welke in ondermaat is.
- Ondermaat = stof die volledig heeft gereageerd
- Overmaat = stof die na de reactie overblijft
HOOFDSTUK 4: ZOUTEN
Metaal -> bestaat uit metaalatomen
Zout -> samengesteld uit metaalatomen en niet-metaalatomen
Moleculaire stof - > bestaat uit alleen niet-metaalatomen
De formule van een zout is de verhoudingsformule.
Wanneer van een metaalion meerdere ladingen voorkomen, geef je dat in de naamgeving aan met een
romeins getal.
In de naamgeving van zouten komen geen numerieke voorvoegsels voor. Positieve ion altijd als eerste
, Metaal + niet-metaal = ionbinding
- metaal geeft elektron af aan niet-metaal -> er ontstaan ionen (geladen deeltje)
- zouten bestaan uit positieve en negatieve ionen
- ionbinding is erg sterk, daarom hebben zouten hoog kookpunt
Vaste zouten -> ionen kunnen niet van plek veranderen -> geen stroom geleiden
Opgeloste zouten -> ionen kunnen vrij bewegen door vloeistof -> wel stroom geleiden
Gesmolten zouten -> ionen kunnen vrij bewegen -> wel stroom geleiden
Het opstellen van een verhoudingsformule:
1. Formules opschrijven
Magnesiumfosfaat -> Mg2+ en PO43-
2. Kleinste verhouding bepalen
Verhouding 3 : 2 om een neutraal zout te vormen
3. Positieve en negatieve ionen opschrijven (samengestelde ionen
tussen haakjes)
Mg3(PO4)2 (s)
Hydraat = zout die water kan opnemen in ionrooster
Kristalwater = het water dat opgenomen is
Wat is de verhouding tussen zout en water?
249,6 gram hydraat wordt verward en er blijft 159,6 gram droog zout
CuSO4 over.
CuSO4 · nH2O à CuSO4 + nH2O
249,6 g 159,6 g + 90 g
Wet van massa behoud: voor de reactie evenveel massa als na de reactie
Dus 249,6 – 159,6 = 90 g H2O
90 gram / 18,015 = 5 mol
159,6 gram / 159,61 = 1 mol
Verhouding = 1 : 5
HOOFDSTUK 5: REACTIES IN BEWEGING
Bij chemische reacties vind een energie-effect plaats.
ΔE = Eeind – Ebegin
Exotherm = komt energie vrij
Endotherm = energie erin stoppen