een deel van je inkomen niet uit.
Verschillende redenen om te sparen (spaarmotieven):
1. Sparen voor een doel
2. Sparen uit voorzorg
Sparen voor rente
-
Rente: De prijs van geld.
• Als je geld spaart ontvang je rente.
• Als je geld leent, moet je rente betalen!
-
Er zijn verschillende vormen van sparen. Deze vormen verschillen van elkaar in:
• Hoe lang het geld op een spaarrekening staat
• Hoogte van rente
Twee belangrijke spaarvormen:
1. ‘Gewone’ spaarrekening:
• Vrij opneembaar
• Variabele rente
2. Spaardeposito
• Geld staat voor een afgesproken tijd vast
• Vaste rente
-
Enkelvoudige rente: Rente over het oorspronkelijke bedrag (gespaard of geleend). Aan het einde van
het jaar krijg je het rentebedrag uitgekeerd.
Piet heeft op 1 januari 2020 €2.050,- op zijn spaarrekening gezet. Jaarlijks krijgt hij 2% enkelvoudige
rente over dit spaarbedrag.
Bereken:
a. Hoeveel rente Piet ontvangt op 1 januari 2021
b. Hoeveel rente Piet ontvangt op 1 januari 2023
Renteperunage x beginkapitaal x aantal periodes
Renteperunage = Rentepercentage : 100
-
, Samengestelde rente: Rente over rente. De rente wordt ná elk jaar bijgeschreven op je rekening. Het
bedrag dat je op je spaarrekening hebt staan groeit dus (je krijgt rente over een steeds groter
bedrag).
Piet heeft op 1 januari 2020 €2.050,- op zijn spaarrekening gezet. Jaarlijks krijgt hij 2% samengestelde
rente over dit spaarbedrag.
Bereken:
a. Hoeveel rente Piet heeft Piet per 1 januari 2021
b. Hoeveel rente Piet heeft Piet per 1 januari 2023
Renteperunage x (spaarbedrag + bijgeschreven rente)
-
Eindwaarde: De waarde van het bedrag dat je na een x aantal jaar op je spaarrekening hebt staan.
Piet heeft op 1 januari 2020 €2.050,- op zijn spaarrekening gezet. Jaarlijks krijgt hij 2% samengestelde
rente over dit spaarbedrag.
Bereken:
a. De eindwaarde van de spaarrekening van Piet op 1 januari 2021
b. De eindwaarde van de spaarrekening van Piet op 1 januari 2023
(1 + renteperunage) aantal periodes x Beginkapitaal
-
Beleggen: Het opgeven van bepaalde zekere bedragen in ruil voor onzekere inkomsten in de
toekomst. Iemand belegt om in de toekomst financieel voordeel te behalen.
Aandelen Obligaties
Bewijs van deelneming in een bedrijf Geld dat je uitleent aan de overheid of een bedrijf.
Je wordt mede-eigenaar
Veel risico en rendement Weinig risico en rendement
Rendement is afhankelijk van de bedrijfsprestaties Zekerheid. Aan het einde van de looptijd krijg je het ingelegd
bedrag terug.
Koers: Prijs van een aandeel of een obligatie.
-
Lenen: Het consumeren van een deel van je toekomstige inkomen.
Verschillende redenen om te lenen (leenmotieven):
, 1. Tijdelijk geldtekort
2. Je wilt een goed (vaak duurzaam) nu kopen en je hebt te weinig geld
3. Onverwacht dringend geld nodig, maar je hebt niks achter de hand
4. Huis kopen
-
Als je geld leent, moet je hierover rente betalen!
Aflossing: Het deel van de schuld (het geleende bedrag) dat je afbetaalt
(terugbetaalt).
Termijnbedrag: Aflossing en rente die je in één termijn betaalt.
Kredietkoten: De totale rente die je betaalt.
Kredietkosten = (aantal termijnen x termijnbedrag) - oorspronkelijk leenbedrag
-
Risico’s lenen:
Als je zelf geld leent:
De waarde van de aankoop vermindert sneller in waarde dan je aflost.
Je schuld is dan hoger dan de waarde van je aankoop.
Als je geld uitleent:
Er is een kans dat de lener het geleende bedrag niet (helemaal) kan aflossen.
Bank doet onderzoek naar hoeveel risico ze lopen wanneer ze jou een lening geven:
Verdiencapaciteit, Bureau Krediet Registratie en hoogte
-
Leenvormen
Consumptief krediet: Verzamelnaam voor verschillende type leningen.
Het wordt gebruikt om leningen te beschrijven die geen onderpand hebben.
Vaak gebruikt voor de aanschaf van een duurzaam consumptiegoed.
1. Persoonlijke lening
2. Doorlopend krediet
3. Rekening-courantkrediet
4. Koop op afbetaling
5. Huurkoop
-
Hypotheek: Een lening met onroerend goed (gebouw of huis) als onderpand