MOV – Leerdoelen:
3.1:
1. De student herkent verschillende mensbeelden:
Autonoom mensbeeld Zorgend mensbeeld
Mens is onafhankelijk Mensen zijn is verbonden zijn
Komt op voor eigen belang Verantwoordelijkheid
Vrijheid
2. De student herkent verschillende mensbeelden in morele casussen
3.2:
1. De student herkent verschillende denkbeelden
- Kerkelijk denkbeeld
- Humanistisch denkbeeld
- Moderne denkbeeld
3.3:
1. De student definieert en onderscheidt plichtsethiek en gevolgenethiek
- Plichtsethiek (Deontologie):
o Immanuel Kant (1724 -1804) Meer de individuele persoon, ga zelf nadenken
(Mens, durf te denken)
Categorisch imperatief:
Men moet alleen handelen volgens die maxime waarvan men
tegelijkertijd kan willen dat ze een algemene wet wordt. (Als je
een algemene wet maakt geldt dit voor iedereen)
Je mag een mens / de mensheid nooit slechts als middel
beschouwen (Maar tegelijkertijd altijd als doel.
- Gevolgen ethiek (Consequentialisme / Utilisme):
o Consequentialisme:
o 1. Principe van de consequentie: ‘stelling van de gevolgen’, het gaat om het
uiteindelijke resultaat, niet om de goedbedoelde intentie.
o 2. Principe van het algemene nut. Wat is het beste voor het grootste aantal
mensen?
o 3. Principe van de lust. Het goede is het verwezenlijken van de menselijke
behoeften en voorkeuren.
o 4. Sociaal principe: De gemeenschap gaat boven het individu. Het
gemeenschappelijke heeft voorrang op het individuele denken. Het gaat om
de getallen en de gevolgen.
, 2. De student herkent in verschillende casussen of het gaat om plichtsethiek of
gevolgenethiek
Plichtsethiek (Deontologie):
1. Immanuel Kant, ga vooral zelf nadenken was zijn belangrijkste boodschap. Autonomie
belangrijke thema.
2. Algemene wetten aannemen, je zegt iets waarvan je vindt dat het voor alle mensen moet
gelden.
3. Altijd de waarheid, misleidende waarheid beter dan liegen. (Moordenaar komt een vriend
halen die bij jouw in huis schuilt. Moordenaar vraagt jou: ‘’Is jouw vriend in jouw huis?’’ Je
zegt dat je niet weet waar je vriend is)
4. Gelijke kansen door loting, je kijkt niet naar de gevolgen
5. Iedereen heeft recht op de waarheid.
6. Vrijheid van meningsuiting ongeacht de gevolgen zoals: Shockeren, haat zaaien, ophitsten
en discrimineren.
7. Je kijkt meer naar de rechten, plichten en verantwoordelijkheid. (Deontologie is vaak een
‘’rem’’ op de consequentialisme (Als iets te ver gaat zeker als je aan technologie denkt)
Gevolgen tellen niet: Vooraf telt.
Voorbeeld:
Man die halfzijdig verlamd is door hersenbeschadiging, kan niet meer spreken en is volledig
zorgbehoeftig. Vrouw wil niet haar leven opofferen dus wil graag dat de man niet thuis komt.
Gevolgen ethiek Deontologie
Voor Tegen Voor Tegen
Kostenbesparend Meer last in gezin Recht op keuze Vrijheid van vrouw
wordt aagetast
Nieuwe plek vrij Ten opzichte van Autonomie
geluk vader
Voor kinderen beter
Utilisme:
1. Algemene geluk staat voorop, maatschappelijke vooruitgang
2. Hoeveelheid goede – hoeveelheid slechte = utiliteit
3. Vrijheid beperken volgens utilisme: Mag best individuele vrijheid beperken als dat genoeg
veiligheid geeft aan de anderen.
4. Je denkt meer naar de voordelen, kosten en risico’s. Gevolgen bepalen of je handelen
goed was
3.1:
1. De student herkent verschillende mensbeelden:
Autonoom mensbeeld Zorgend mensbeeld
Mens is onafhankelijk Mensen zijn is verbonden zijn
Komt op voor eigen belang Verantwoordelijkheid
Vrijheid
2. De student herkent verschillende mensbeelden in morele casussen
3.2:
1. De student herkent verschillende denkbeelden
- Kerkelijk denkbeeld
- Humanistisch denkbeeld
- Moderne denkbeeld
3.3:
1. De student definieert en onderscheidt plichtsethiek en gevolgenethiek
- Plichtsethiek (Deontologie):
o Immanuel Kant (1724 -1804) Meer de individuele persoon, ga zelf nadenken
(Mens, durf te denken)
Categorisch imperatief:
Men moet alleen handelen volgens die maxime waarvan men
tegelijkertijd kan willen dat ze een algemene wet wordt. (Als je
een algemene wet maakt geldt dit voor iedereen)
Je mag een mens / de mensheid nooit slechts als middel
beschouwen (Maar tegelijkertijd altijd als doel.
- Gevolgen ethiek (Consequentialisme / Utilisme):
o Consequentialisme:
o 1. Principe van de consequentie: ‘stelling van de gevolgen’, het gaat om het
uiteindelijke resultaat, niet om de goedbedoelde intentie.
o 2. Principe van het algemene nut. Wat is het beste voor het grootste aantal
mensen?
o 3. Principe van de lust. Het goede is het verwezenlijken van de menselijke
behoeften en voorkeuren.
o 4. Sociaal principe: De gemeenschap gaat boven het individu. Het
gemeenschappelijke heeft voorrang op het individuele denken. Het gaat om
de getallen en de gevolgen.
, 2. De student herkent in verschillende casussen of het gaat om plichtsethiek of
gevolgenethiek
Plichtsethiek (Deontologie):
1. Immanuel Kant, ga vooral zelf nadenken was zijn belangrijkste boodschap. Autonomie
belangrijke thema.
2. Algemene wetten aannemen, je zegt iets waarvan je vindt dat het voor alle mensen moet
gelden.
3. Altijd de waarheid, misleidende waarheid beter dan liegen. (Moordenaar komt een vriend
halen die bij jouw in huis schuilt. Moordenaar vraagt jou: ‘’Is jouw vriend in jouw huis?’’ Je
zegt dat je niet weet waar je vriend is)
4. Gelijke kansen door loting, je kijkt niet naar de gevolgen
5. Iedereen heeft recht op de waarheid.
6. Vrijheid van meningsuiting ongeacht de gevolgen zoals: Shockeren, haat zaaien, ophitsten
en discrimineren.
7. Je kijkt meer naar de rechten, plichten en verantwoordelijkheid. (Deontologie is vaak een
‘’rem’’ op de consequentialisme (Als iets te ver gaat zeker als je aan technologie denkt)
Gevolgen tellen niet: Vooraf telt.
Voorbeeld:
Man die halfzijdig verlamd is door hersenbeschadiging, kan niet meer spreken en is volledig
zorgbehoeftig. Vrouw wil niet haar leven opofferen dus wil graag dat de man niet thuis komt.
Gevolgen ethiek Deontologie
Voor Tegen Voor Tegen
Kostenbesparend Meer last in gezin Recht op keuze Vrijheid van vrouw
wordt aagetast
Nieuwe plek vrij Ten opzichte van Autonomie
geluk vader
Voor kinderen beter
Utilisme:
1. Algemene geluk staat voorop, maatschappelijke vooruitgang
2. Hoeveelheid goede – hoeveelheid slechte = utiliteit
3. Vrijheid beperken volgens utilisme: Mag best individuele vrijheid beperken als dat genoeg
veiligheid geeft aan de anderen.
4. Je denkt meer naar de voordelen, kosten en risico’s. Gevolgen bepalen of je handelen
goed was