Fysiologie 1.2
Vertering en functie van vetten
Je benoemt de verschillende soorten en structuur van lipiden in ons lichaam.
Soorten:
Vetten (triglyceriden) = Glycerol en vetzuren
Vetachtige stoffen (fosfolipiden(emulgator) en sterolen)
Functie: Brandstof, Regulatie, Structuur
Je legt uit hoe de vertering en opname van vetten verloopt aan de hand van de functie en plaats
van de betrokken organen en enzymen.
Doel vetvertering: Triglyceriden monoglyceriden, vetzuren en glycerol (hydrolyse)
Uitdaging want: Vetten zijn hydrofoob verteringsenzymen zijn hydrofiel
De mond
Smelten de vetten door de temperatuur
Mixen de vetten omdat ze zachter zijn geworden en door de kauwbewegingen en de tong.
Lingual lipase breekt het een beetje af bij volwassenen maar is te verwaarlozen. Bij baby’s werkt dit
heel goed vanwege korte vetketens in de moedermelk.
De maag
Mixen de vetten door elkaar waardoor ze niet verder samenklonteren
Geleidelijke doorgang pyloris
Gastric lipase zit ook in maagsap maar is te verwaarlozen.
Duodenum
CCK stimuleert afgifte gal en alvleeskliersap
Emulgeren vet door galzuren in het gal in kleine vetdruppels
hierdoor vergroot oppervlak voor werking lipase, en werkt beter.
-Alvleesklier produceert lipase in alvleeskliersap
-Darmkliercellen
Hydrolyse triglyceriden en fosfolipiden zodat deze kunnen worden opgenomen. Meeste sterolen
kunnen meteen opgenomen worden
Absorptie
Later in dunne darm resorptie gal die niet gebruikt is. Een deel scheid je alsnog uit.
Productie In de lever van gal 600-1000 ml/dag. Opslag en indikking in de galblaas. Samenstelling:
Galzuren, galzouten, cholesterol, fosfolipiden, water, elektrolyten, bilirubine
Functie Emulgeren van vetten
2 routes
Diffusie -> enterocyt (darmcel) -> bloedsomloop
Vorming micellen (verpakken monoglyceriden en lange vetzuurketens)-> enterocyt -> chylomicronen
(verpakt met eiwitten) ->lymfe -> bloedsomloop
Micellen ontstaan tijdens vertering in de dunne darm en zijn geëmulgeerde vetdruppels.
Binnenkant: verteringsproducten
Buitenkant: galmoleculen/fosfolipiden waardoor deze verteert kan worden
Hierdoor oplosbaar in water -> diffusie met celmembraan -> enterocyten
Je benoemt de verschillende functies van vetten in het lichaam.
Triglyceriden= Energie, Energie reserve, Isolatie en bescherming, Vervoerder vetoplosbare vitaminen
Fosfolipiden =Celmembraan (hydrofiele kop, hydrofobe staart), Lipide transport, Emulgator
Sterolen = Celmembraan structuur, Precursor voor hormonen, Galzuren vormen
, Adipocyten: vetcellen, bestaat uit een vetdruppel waardoor de nucleus aan de kant wordt gedrukt.
Aantal vetcellen neemt toe bij overgewicht maar bij afvallen neemt de aantal niet af maar de
omvang. Omvang neemt toe bij overgewicht en bij afvallen neemt het af.
Vetweefsel is 15-30% van lichaamsgewicht, bij vrouwen hoger dan bij mannen. Gezond vetweefsel
ligt tussen 15-20% voor mannen.
Visceraal is vet tussen organen en gerelateerd aan ziektes
Subcutaan is vet onder huid en minder gerelateerd aan ziektes (rond heupen, komt meer voor bij
vrouwen)
Inter- en intramusculair vet (in spieren)
Witte vetcellen = opslag van energie (vet)
bruine vetcellen = gebruik energie -> warmte. Komt veel voor bij kinderen en een beetje bij
volwassenen tussen de schouderbladen en langs de ruggenwervel. (veel mitochondria)
Je legt de functie en regulatie van hormonen die betrokken zijn bij honger en verzadiging uit.
Ghreline: ‘hongerhormoon’
• Geproduceerd in de maag
• Levels hoog vóór de maaltijd
• Daling ná de maaltijd
Leptine: ‘verzadigingshormoon’
• Geproduceerd in vetcellen
• Signaal voor hoeveelheid vet in opslag
• Stijging in leptine levels onderdrukt de eetlust
stijging energiegebruik (gebruik van vetdepots)
HC 2.
Je legt de vorming, samenstelling en functie van de verschillende lipoproteïnen uit.
Exogene vetten = vetten uit voeding
Endogene veten = vetten die je lichaam maakt
Lipoproteïnen = vet + eiwit
Het is een transportmiddel voor vetten in het lichaam. Het bestaat uit een lipidenkern (triglyceriden
voornamelijk) en een omhulsel van fosfolipiden met daarin eiwitten en cholesterol.
Lipoproteïnen verschillen in omvang dichtheid en compositie. Bijv. de verhouding eiwit/vet. Je hebt
chylomicronen, VLDL, LDL, HDL. Eiwit heeft een hogere dichtheid dan vet.
Je legt het verschil in samenstelling van endogene en exogene vetten uit.
Exogene vetten hebben veel meer triglyceriden en weinig proteïnen, en hebben hierdoor een lage
dichtheid, terwijl endogene juist het tegenovergestelde hebben.
Chylomicronen VLDL LDL HDL
Triglyceriden 85% Veel Weinig Weinig
Cholesterol 3% Redelijk veel veel Redelijk veel
Eiwit 2% Weinig Redelijk veel Veel
Vertering en functie van vetten
Je benoemt de verschillende soorten en structuur van lipiden in ons lichaam.
Soorten:
Vetten (triglyceriden) = Glycerol en vetzuren
Vetachtige stoffen (fosfolipiden(emulgator) en sterolen)
Functie: Brandstof, Regulatie, Structuur
Je legt uit hoe de vertering en opname van vetten verloopt aan de hand van de functie en plaats
van de betrokken organen en enzymen.
Doel vetvertering: Triglyceriden monoglyceriden, vetzuren en glycerol (hydrolyse)
Uitdaging want: Vetten zijn hydrofoob verteringsenzymen zijn hydrofiel
De mond
Smelten de vetten door de temperatuur
Mixen de vetten omdat ze zachter zijn geworden en door de kauwbewegingen en de tong.
Lingual lipase breekt het een beetje af bij volwassenen maar is te verwaarlozen. Bij baby’s werkt dit
heel goed vanwege korte vetketens in de moedermelk.
De maag
Mixen de vetten door elkaar waardoor ze niet verder samenklonteren
Geleidelijke doorgang pyloris
Gastric lipase zit ook in maagsap maar is te verwaarlozen.
Duodenum
CCK stimuleert afgifte gal en alvleeskliersap
Emulgeren vet door galzuren in het gal in kleine vetdruppels
hierdoor vergroot oppervlak voor werking lipase, en werkt beter.
-Alvleesklier produceert lipase in alvleeskliersap
-Darmkliercellen
Hydrolyse triglyceriden en fosfolipiden zodat deze kunnen worden opgenomen. Meeste sterolen
kunnen meteen opgenomen worden
Absorptie
Later in dunne darm resorptie gal die niet gebruikt is. Een deel scheid je alsnog uit.
Productie In de lever van gal 600-1000 ml/dag. Opslag en indikking in de galblaas. Samenstelling:
Galzuren, galzouten, cholesterol, fosfolipiden, water, elektrolyten, bilirubine
Functie Emulgeren van vetten
2 routes
Diffusie -> enterocyt (darmcel) -> bloedsomloop
Vorming micellen (verpakken monoglyceriden en lange vetzuurketens)-> enterocyt -> chylomicronen
(verpakt met eiwitten) ->lymfe -> bloedsomloop
Micellen ontstaan tijdens vertering in de dunne darm en zijn geëmulgeerde vetdruppels.
Binnenkant: verteringsproducten
Buitenkant: galmoleculen/fosfolipiden waardoor deze verteert kan worden
Hierdoor oplosbaar in water -> diffusie met celmembraan -> enterocyten
Je benoemt de verschillende functies van vetten in het lichaam.
Triglyceriden= Energie, Energie reserve, Isolatie en bescherming, Vervoerder vetoplosbare vitaminen
Fosfolipiden =Celmembraan (hydrofiele kop, hydrofobe staart), Lipide transport, Emulgator
Sterolen = Celmembraan structuur, Precursor voor hormonen, Galzuren vormen
, Adipocyten: vetcellen, bestaat uit een vetdruppel waardoor de nucleus aan de kant wordt gedrukt.
Aantal vetcellen neemt toe bij overgewicht maar bij afvallen neemt de aantal niet af maar de
omvang. Omvang neemt toe bij overgewicht en bij afvallen neemt het af.
Vetweefsel is 15-30% van lichaamsgewicht, bij vrouwen hoger dan bij mannen. Gezond vetweefsel
ligt tussen 15-20% voor mannen.
Visceraal is vet tussen organen en gerelateerd aan ziektes
Subcutaan is vet onder huid en minder gerelateerd aan ziektes (rond heupen, komt meer voor bij
vrouwen)
Inter- en intramusculair vet (in spieren)
Witte vetcellen = opslag van energie (vet)
bruine vetcellen = gebruik energie -> warmte. Komt veel voor bij kinderen en een beetje bij
volwassenen tussen de schouderbladen en langs de ruggenwervel. (veel mitochondria)
Je legt de functie en regulatie van hormonen die betrokken zijn bij honger en verzadiging uit.
Ghreline: ‘hongerhormoon’
• Geproduceerd in de maag
• Levels hoog vóór de maaltijd
• Daling ná de maaltijd
Leptine: ‘verzadigingshormoon’
• Geproduceerd in vetcellen
• Signaal voor hoeveelheid vet in opslag
• Stijging in leptine levels onderdrukt de eetlust
stijging energiegebruik (gebruik van vetdepots)
HC 2.
Je legt de vorming, samenstelling en functie van de verschillende lipoproteïnen uit.
Exogene vetten = vetten uit voeding
Endogene veten = vetten die je lichaam maakt
Lipoproteïnen = vet + eiwit
Het is een transportmiddel voor vetten in het lichaam. Het bestaat uit een lipidenkern (triglyceriden
voornamelijk) en een omhulsel van fosfolipiden met daarin eiwitten en cholesterol.
Lipoproteïnen verschillen in omvang dichtheid en compositie. Bijv. de verhouding eiwit/vet. Je hebt
chylomicronen, VLDL, LDL, HDL. Eiwit heeft een hogere dichtheid dan vet.
Je legt het verschil in samenstelling van endogene en exogene vetten uit.
Exogene vetten hebben veel meer triglyceriden en weinig proteïnen, en hebben hierdoor een lage
dichtheid, terwijl endogene juist het tegenovergestelde hebben.
Chylomicronen VLDL LDL HDL
Triglyceriden 85% Veel Weinig Weinig
Cholesterol 3% Redelijk veel veel Redelijk veel
Eiwit 2% Weinig Redelijk veel Veel