Geschiedenis gaat over: personen (wat dachten en deden mensen?) en Ideeën (hoe volgen ideeën
elkaar op?
2 belangrijke filosofen;
Plato – nativistische visie op de geest (mens heeft van nature eigen ideeën)
Aristoteles: empiristische visie op de geest (psyche) (mens heeft ideeën op basis van ervaringen).
Descartes was geschoold in de klassieken, maar hoe weten we wat zeker waar is? Dat is de vraag die
hij zichzelf stelde. Uiteindelijk kwam hij erachter dat zijn gedachten over twijfel echt waren omdat hij
die zelf produceerde, hij dacht dus zelf na. Later kwam hij met de theorie; analytische geometrie.
De methode die hij bedacht was: twijfel aan alles, wees sceptisch, daarnaast ging hij uit van:
- Beter alleen dan samen
- Deductie vanuit axioma’s
- Axioma’s (simple natures) boven iedere twijfel verheven.
Bijvoorbeeld extensie en beweging in de fysieke wereld
.
Vervolgens de Fysica; een wereld vol bewegende deeltjes
luchtdeeltjes als blindestok. Hij ging er van uit dat deze vibraties
doorgaven waardoor iemand die blind was wel kon weten waar
hij zich bevond en zich zo kon navigeren (dat was dus een
simple nature).
Mechanistische fysiologie: het lichaam werd gezien als een
machine
- Zenuwen zijn holle buizen
- Het hersenvocht (animal spirits) in ventrikels zijn de
kleinste deeltjes die door deze holle buizen heen gaan.
- Reflex kwam volgens descartes voort uit het de animal
spirits in combinatie met de passion (gevoel) van een persoon die de actie kan versterken of
verminderen. Hij maakte daarbij onderscheid tussen automatische reflex: de ‘’animal spirits’’
reageren direct waardoor het voorbij gaat aan je bewustzijn en de aangeleerde reflex;
automatische piloot.
Filosofie van de geest
Bestaat er iets voorbij het lichaam?
Descartes zei: ik denk dus ik besta. Essentie van ‘’ik’’ is ‘’denken (ziel), los van het lichaam =
dualistische visie.
Belangrijkste onderwerpen H1:
- Descartes methode van kennisvergaring
- Descartes opvatting over fysica en fysiologie
- Descartes dualisme van lichaam en geest.
Descartes Dualisme, lichaam beschreven als machine, het lichaam antwoord automatisch (geen
bewustzijn). Automatische en aangeleerde reflex, verklaarde zelfs interne en externe factoren aan de
hand van een machine. Essentie van ‘’ik’’ is ‘’denken’’ (ziel) los van het lichaam (DUALISME). Hoogste
vorm was het denkratio, emotie was ondergeschikt hieraan. Lichaam (materie) en geest. Hoe
interacteert een niet materiële ziel met een materieel lichaam? Hoe stuurt dit elkaar aan, waar is die
ziel? Elisabeth stelde deze vraag.
- Lichaam zonder geest = automaat
- Geest zonder lichaam = aangeboren ideëen (niet door sensorische informatie tot stand
gekomen).
Het lichaam is dubbel (2 ogen, 2 ledenmaten etc), de ziel is één. Het enige wat niet dubbel is in het
lichaam is de epifyse (pijnappelklier), dus de ziel zat volgens Descartes in de epifyse = aanhangsel in
het hersenvocht, zette hersenvocht in beweging wat vervolgens de ‘’automaat’’ aanstuurde. Alles in
het lichaam wordt gekruist verwerkt, links gezien is rechts verwerkt.
, HC Introduction to Psychology and History of Psychology 04-09-2017
Animisme = is geen verklaring maar constatering van verschil Dualisme (schijnverklaring)
Psyche – anima – ziel. Bij het animisme wordt gezien in de termen van zielen (slijmbeursontsteking
komt door ziel, niet fysiek Dronken zijn), in de vorm van intenties (alsof het levende wezens zijn).
Onderscheid tussen vegetatieve zielen = planten, sensitieve zielen = dieren en rationele zielen =
mensen. Hoe is de geest gerelateerd aan het lichaam?
Dualisme: twee onafhankelijke entiteiten (lichaam en ziel). Materialisme: geest is bijproduct van brein
alternatieven, brein en ziel is hetzelfde, er bestaat geen innerlijk los van het lichaam. Voorbeeld Dick
Swaab Toekomst.
Homunculus; klein mensje die binnen in je brein leeft (zou zogenaamd je ziel aansturen) = dualistische
visie. Moeilijk om te praten over het brein als een apart gegeven = ‘’ik heb die keuze niet gemaakt, dat
was het brein’’.
Voordelen van het dualisme;
- Sluit aan bij de ervaring (je ervaart jezelf vaak in dualistische visie ‘’ik wil wel, maar lukt niet’’)
discussie tussen je geest en je lichaam. Bewustzijn hangt niet persé samen met je lijf (dit
been is niet van mij, ook bij epilepsie).
- Sluit aan bij lekentheorieën (niet wetenschappelijke theorie)
- Sluit aan bij religie (er is meer tussen hemel en aarde)
- Sluit aan bij notie van vrije wil (je bent je brein dus hebt geen eigen visie bij materialisten.
Nadelen:
- Hoe verklaar je de interactie tussen lichaam en geest dan?
- Het bestaan van onbewuste processen (gedachteloos wat eten pakken, waarom doe ik dat nu
eigenlijk?) moeilijk te verklaren vanuit dualisme
- Niet nodig (bijv. vitale energie), een ziel is niet nodig in de psychologie.
- Hersenschade beïnvloedt geest. Als de ziel losstaat, hoe kan het dan dat hersenschade
invloed heeft op je geest?
Materialisme:
- Monisme = 1 ding.
- Alleen de fysieke wereld bestaat. Alles kan gereduceerd worden tot materie.
- Reductief materialisme: hersenen zijn geest.
- MAAR: hoe kan het dat als we puur materie zijn, wij dan toch de ervaring van bewustzijn
ervaren? (waar komt dat dan vandaan
- Identiteitstheorie; als je zegt dat je geest alleen je hersenen zijn, zou elke verandering in je
hersenen een verandering in je geest zijn. Op 4 jarige leeftijd zijn je hersenen anders dan nu,
je lijf is veranderd, maar je geest (de herinneringen) zijn er nog. Maar je ervaart jezelf niet als
constant wat anders, je ervaart jezelf als continuïteit, 1 identiteit, niet meerdere.
Functionalisme: je hebt alleen materie, maar functies van de geest bestaan wel. Die staan los van de
materie. Dus geest komt voort uit materie (geest is ‘’software’’, lichaam is ‘’hardware’’).
Pragmatisme; veel psychologen doen onderzoek naar de psyche zonder positie te kiezen in het
dualisme of materialisme debat. James (als het werkt, dan werkt het). De vraag blijft bestaan, niet
zoals in vroeger, maar toch kom je het nog steeds tegen.
Filosofie en fysiologie zijn belangrijkste onderwerpen.
, Grote thema’s (op de achtergrond)
- Dualisme - Materialisme; lichaam vs. geest, fysiologie vs. psyche en objectief vs. subjectief
- Aangeboren – aangeleerd; nature vs. nurture, deductie vs. inductie (plato aristoteles),
dispositie vs. situatie. Descartes beweerde dat geest aangeboren was.
- Individu – groep; Idiografisch vs. nomothetisch en kwalitatief vs. kwantitatief. Iedereen uniek.
HOOFDSTUK 2: Locke & Leibniz (p.51-93)
Beiden reageren op Descartes, niet over de lokalisatie geest, maar waar komt kennis vandaan? (komt
die vanaf buitenkant of binnenkant (nature-nurture). Is de geest passief of actief? Waar komt de
inhoud van de geest vandaan? Beide eigen visie, niet wetenschappelijk wel grote betekenis in
geschiedenis.
Locke (materie), de tijd van systematisch observeren, grote politieke en wetenschappelijke
veranderingen. Vooral mechanistische beschrijving van de wereld, Locke werd ondersteunt door Boyle
en Cooper (kleine kan dat deze namen in tentamen komen). Locke vroeg zich af; wat is kennis en hoe
krijgen we dat? (veranderende waarheid in de samenleving).
Inductie als bron van kennis (mechanistische ideëen van Descartes). Hij zegt; alle kennis in je hoofd is
het gevolg van prikkels uit de omgeving die uiteindelijk leiden tot kennis; je geest is een tabula rasa
(leeg bord). Alles wat een baby leert, is te herleiden tot omgevingsprikkels, er zijn geen aangeboren
ideeën (innate ideas=descartes). Je hebt simpele ideeën (een tafel is hard, massa (sensorische
ervaring)) en complexe ideeën (meerdere simpele ideeën bij elkaar (tafel is hard van hout, gebruikt om
op te eten etc.)). ‘’Jouw persoonlijkheid is het gevolg van interactie met anderen’’.
Er wordt beweert dat er meerdere soorten van kennis zijn; intuïtief (gevoelens), demonstratief
(uitleggen, algebra) en sensitief (komt voort uit associaties). In de sensitieve kennis zitten
verstoringen; je neemt niet perfect waar wat je ziet; primaire kwaliteiten (altijd zelfde, bv massa) en
secundaire kwaliteiten (veranderlijk bv. Kleur). Incomplete kennis wordt aangevuld door associaties.
Men heeft de neiging om stimuli die op elkaar lijken met elkaar te associëren. Hume onderscheidde
associatie door continguity (samen voorkomen in tijd) en similarity (gelijkenissen). Hebben directe lijn
met behaviorisme.
Leibniz (ziel) ging vooral uit van kwantitatieve gegevens, heeft binaire getallen bedacht, calculus.
Pantheïsme god is niet iets, god is alles. De wereld leek heel simpel, maar door microscopen werd het
ingewikkelder (bloed is rood, microscoop=bloedcellen). Leven bestaat op allerlei niveaus, wij bestaan
uit meerdere organismen samen. Leibniz gaat uit van monaden = wat is leven, wat is kennis? Alles is
leven, alles is materie. De kern van het universum is volgens leibniz bewustzijn, deze heb je op
verschillende niveaus. Je hebt simpele, sentient, monaden (stukje waarnemend leven), ze kunnen
dingen waarnemen (perceptie). Daarnaast apperceptie, actieve perceptie, betekenis aan de
waarneming (rationeel). Een mens is een combinatie van beiden zowel rationeel als sentiente
monaden. Wat men ervaart als bewust zijn is slechts de rationele perceptie. Deze visie gaat tegen de
tabula rasa in; men is niet niks, men heeft allerlei vormen van perceptie die stuurt wat er in je geest
komt en kan dus actief informatie verwerken. Gaat dus vooral in op de nature kant. Omdat je lijf de
simpele monades negeert (zit ik lekker) worden minute perceptions genoemd en zijn onbewuste
waarnemingen. Jouw geest zou informatie onbewust verwerken (Sigmund Freud). Ontwikkeling van
intelligentie (de potentie die ontwikkeld wordt).
Belangrijkste onderwerpen H2:
tegenstelling in opvattingen van Locke en Leibniz over de aard van de geest en van kennis
gevolgen van deze opvattingen