• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 18 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Uitgebreide Hoorcollege-aantekeningen (HC1 t/m HC10) Methodenleer/Research psychology (2017).

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 18 pagina's

Een uitgebreide samenvatting van de hoorcolleges van methodenleer/Research psychology van het eerste jaar psychologie aan de Tilburg Universiteit gegeven door Michelle Nuijten. In deze aantekeningen komen relevante begrippen voor die tijdens de cursus centraal staan zoals de empirische cyclus, confounds en obscuring factors. Veel succes met leren!

Voorbeeld van de inhoud

Hoorcollege 1 Research of psychology 31-08-2017

Vroeger ging men ervan uit dat de mens kant en klaar was gemaakt door god, het lichaam was de
zetel van een onsterfelijke ziel en psychotische mensen waren bezeten door demonen. Vervolgens
kwam de wetenschap en toen was de mens een soort aap, gemaakt door evolutie en waren
psychotische mensen slachtoffer van een stoornis in de hersenen.

Wat is nu wetenschap en hoe weet je wat je weet? Potentiële bronnen van kennis zijn:
1. Intuïtie  speelt een belangrijke rol bij het verwerven van kennis en kan het begin zijn van
een wetenschappelijke ontdekking, maar niet concrete kennisbron
2. Persoonlijke ervaring
a. Is belangrijk bij het genereren van nieuwe ideeën
b. Maar ook ervaring is geen legitieme evidentie wegens 3 belangrijke redenen:
i. Sampling bias = waarnemingen zijn niet representatief voor populatie
ii. Observer bias= waarnemingen worden beïnvloed door verwachting
iii. Confounding = treedt op wanneer de factor waarin je geïnteresseerd bent
systematisch samenhangt met andere factoren die ook een effect kunnen
hebben.
3. Common sense  iedereen weet dat: massa’s mensen kunnen volstrekt verkeerde ideeën
hebben over de wereld BV: de aarde staat stil.
4. Autoriteit = de aanname dat mensen met autoriteit eerder gelijk hebben dan ‘’normale’’
mensen.

De eerder genoemde confounds/biases zijn vormen van validiteitbedreigingen (of ook wel) alternatieve
verklaringen voor de hypothese die geformuleerd is. Validiteit gaat over of je meet wat je wilt meten.

5. De wetenschappelijke methode: in de wetenschap ligt de autoriteit niet bij een persoon, maar
bij de feiten, daarom kan een wetenschapper nooit zijn autoriteit aanvoeren als evidentie voor
een theorie, maar zal je moeten zoeken verwijzen naar feiten, gegevens en
onderzoeksmethoden

Wetenschap werkt zo goed omdat het een open methodologisch karakter heeft, verbinding van
evidentie & conclusie = openbaar én andere onderzoekers kunnen conclusies betwisten en het
overdoen, Hierdoor is wetenschap zelf-corrigerend. Hiervoor gebruik je de empirische cyclus:

Observatie  theorievorming  voorspelling  toetsing en evaluatie.

Morling’s theorie-data cyclus = theorie  onderzoeksvragen  onderzoeksdesign  hypothesen 
data (ondersteunend of niet ondersteunend).

Onweerlegbare theorieën. Sommige theorieën onttrekken zich aan toetsing (bv religieuze theorieën).
Dit heeft te maken met falsificeerbaarheid: als de zin: ‘’als theorie x niet waar zou zijn dan,’’ niet kan
worden afgemaakt dan is de theorie onweerlegbaar en dus wetenschappelijk gezien waardeloos.

Correctiemechanismen; wetenschap is anarchistisch en kent geen baas die beslist wanneer iets goed
of waar is. Er zijn eigenlijk maar 2 soorten correctiemechanismen:
- Tijdens het publicatieproces = peer review
o Is de enige barriere tussen jou en een publicatie in een tijdschrift
o Reviewers worden door de editor uitgekozen, en zijn letterlijk gelijken (peers)
- Na het publicatieproces = replicatie onderzoek
o Onderzoekers vertrouwen vrijwel nooit op één enkel onderzoek
o Resultaten moeten gerepliceerd worden door: verschillende onderzoekers,
verschillende plekken en met verschillende methoden
o Pas als er een aanzienlijke stroom onderzoeken is die een resultaat bevestigen krijgt
het de status van een feit.

, HC Methodenleer (Research Psychology) 05-09-2017

HC 2: Operationaliseren

Empirische cyclus : Observatie  theorievorming  voorspelling  Toetsing  Evaluatie

Theorie is een stelsel van algemene principes dat pretendeert ons te vertellen ‘’hoe de wereld denkt’’.
Het containerprincipe = als je je emoties niet uit, komen ze op een andere manier toch wel uit. Het is
in principe algemeen, want er wordt niet gespecificeerd bij wie, wanneer, hoe en op welke plaats dit
gebeurt. Containerbegrip = groot onduidelijk algemeen begrip.

Een theorie is niet direct toetsbaar omdat deze algemeen is, en onderzoek altijd een concrete situatie
betreft. Toetsen moet via de uit de theorie afgeleide hypotheses (een specifiekere situatiebeschrijving/
voorspelling). Een voorspelling is zeer concreet; er wordt precies gespecificeerd wat er wanneer en bij
wie zal gebeuren. Het is direct observeerbaar. Theorie (algemeen)  hypothese (redelijk specifiek) 
voorspelling (zeer specifiek).

Van theoretische begrippen een relatie aanduiden door middel van aan empirische observeerbare
relatie. DUS: gedrag/situatie MOET observeerbaar zijn.

Voorspelling  Toetsing  Evaluatie

Belangrijke problemen:

Wat als er geen voorspellingen uit een theorie kunnen worden afgeleid? (Falsificeerbaarheid). Testen
met de zin; Als theorie x niet waar zou zijn, dan…’’ Als je de zin niet af kan maken is de theorie
onweerlegbaar dus wetenschappelijk waardeloos. Als iets falsificeerbaar is, is het dus
wetenschappelijk.

Wat zeggen we als de voorspelling uitkomt? Je kan dan niet zeggen dat de theorie is bewezen, echter
wel beschrijven dat de theorie niet weerlegt is. Het is vrijwel onmogelijk om een theorie te bewijzen
omdat je 1. Nooit alternatieve verklaringen kan uitsluiten 2. Slecht één concrete voorspelling nagaat,
en 3. Een theorie er eigenlijk oneindig veel doet. Om bepaalde theorieën te testen heb je altijd een
controle groep nodig om verschil te testen.

Wat zeggen we als de voorspelling niet uitkomt? Je kan dan niet zeggen dat de theorie weerlegt is, je
kan wel zeggen dat er een probleem is voor je theorie. Het is vrijwel onmogelijk om een theorie met 1
onderzoek te weerleggen omdat 1. Er altijd iets fout gegaan kan zijn. Soms kan het zo zijn dat
wetenschappers hier te lang mee doorgaan en achteraf alternatieve redenen bedenken waarom hun
theorie niet wellicht niet is zoals voorspelt. Hoe veel alternatieve verklaringen kan je ergens opplakken
voordat men denkt, nee deze theorie werkt niet. Wanneer de theorie niet bewezen kan worden, er
geen fouten zitten in je onderzoek en toch de voorspelling niet uitkomt, kan je spreken van een
anomalie: onbegrepen inconsistentie theorie vs. data. Als er een nieuwe theorie komt die de anomalie
wel kan verklaren  dan is de theorie verslagen (NIET weerlegd).

SAMENVATTEND;

- Het is belangrijk dat wetenschappelijke theorieën getoetst kunnen worden (falsificeerbaarheid)
- Daarvoor moeten de uit die theorie concrete voorspellingen worden afgeleid
o Als een voorspelling uitkomt is de theorie daarmee niet bewezen
o Als een voorspelling niet uitkomt is de theorie niet zomaar weerlegd (mar er is wel een
probleem  Opkomst en ondergang van theorieën is vaak een proces van jarenlang
onderzoek.

Voorspelling  Toetsing  Evaluatie

Hoe kan je beoordelen of je voorspelling wel of niet uitkomt? De nee-nee tabel is vaak belangrijk voor
de uitkomst van je voorspelling. DUS: je hebt alle vier de cellen nodig om iets te kunnen zeggen over
het verband tussen voorspelling en toetsing. Het focussen op de ja-ja cel wordt ook wel de present-
presentbias genoemd. Als je een voorspelling over samenhang wil toetsen, let er dan op dat je de
gegevens hebt van alle vier de combinaties van de tabel (alle 4 de cellen).

, Variabelen

Om voorspellingen te toetsen hebben we variabelen nodig (verschillende waardes). Zie PP. Een
variabele is een eigenschap die in de populatie varieert. Dat betekent dat verschillende mensen
verschillende waarden op die variabele hebben (bijvoorbeeld haarkleur = variërende eigenschap). Hoe
mensen verdeeld zijn over die waarden levert een bepaalde verdeling van variabelen op.

Structuur van variabele: Categorisch / kwalitatief (BV: sekse, studie, woonsituatie) EN continu /
kwantitatief (BV: dominantie, extraversie en IQ). Bij een continue variabele kan je ordenen omdat
psychologische begrippen als een lijn woorden beschouwd. Variabelen zijn niet per definitie continu of
categorisch, het ligt eraan hoe je de variabelen indeelt.

De normale verdeling: het gemiddelde. Het gemiddelde bepaalt de locatie van de verdeling. De
variantie bepaalt de spreiding van de verdeling (Spreiding). Bij een grote variantie is er dus veel
verschillen in BV IQ, bij kleine variantie is de groep redelijk homogeen.

Samenvattend:

- Categorische variabelen: kwalitatief (verdeling percentage)
- Continue variabelen: kwantitatief (verdeling normale verdeling)
o Gemiddelde: de locatie van de verdeling
o Variantie: de spreiding van de verdeling

Hoe kom je aan een variabele? (bijvoorbeeld een onzichtbare variabele als IQ van iemand). Om
onderzoek te doen moet je variabelen ‘’maken’’:

1. Kies een structuur (categorisch/continu). BV lengte meten in cm of meter
2. Bedenk een manier om waarden toe te kennen. BV je bent 167cm. (BV vragenlijst
construeren bij een onzichtbaar psychologisch begrip).
3. Breng de verdeling in kaart.
4. Een theoretisch construct moet je operationaliseren. Opknippen in kleine stukken en
betekenis geven aan deze afzonderlijke begrippen. Maar operationaliseren is erg moeilijk,
vragenlijst is niet voldoende.

Diagnostiek = vaststellen aan welke stoornis iemand lijdt, tegenwoordig wordt dit vooral gedaan
a.d.h.v. standaardcategorieën van symptomen zoals bepaald door een commissie van experts. Deze
manier van kijken lijkt erg op geneeskunde. Zie PowerPoint breintumor.

Documentinformatie

Geüpload op
19 februari 2019
Aantal pagina's
18
Geschreven in
2017/2018
Type
Samenvatting
€3,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
lottebant
3,8
(91)
Verkocht
530
Volgers
345
Items
36
Laatst verkocht
2 jaar geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen