Anatomie & fysiologie
6.4 Spijsverteringsorganen
Vertering (het opgenomen voedsel zodanig te bewerken dat het in het
bloed kan worden opgenomen) resorptie (de opname in bloed- en
lymfevaten) via de dikke darm de onverteerbare en niet verteerde
voedselresten uit het lichaam verwijderen.
Het verteringskanaal bestaat uit de
volgende onderdelen:
Mondholte
Keelholte (farynx)
Slokdarm (oesophagus)
Maag (ventriculus, gaster)
Dunne darm (enteron)
- twaalfvingerige darm
(duodenum)
- nuchtere darm (jejunum)
- kronkeldarm (ileum)
Dikke darm (colon)
- blonde darm met wormvormig
aanhangsel (appendix)
- karteldarm met:
▪ opstijgend deel
▪ dwarsverlopend deel
▪ dalend deel
▪ S-vormig deel
Endeldarm (rectum)
Mondholte
In de mondholte zijn 3 structuren van
belang voor de spijsvertering:
De speekselklieren
De tong
Het gebit
Door het kauwen wordt het voedsel fjngemaakt en met speeksel
vermengt.
Speekselklieren
Het speeksel is afkomstig van 3 paar speekselklieren:
De oorspeekselklieren
De onderkaakspeekselklieren
Ondertongspeekselklieren
Per etmaal wordt er 1,5 liter speeksel afgescheiden. Het speeksel bevat:
Water (oplosmiddel, transportmiddel)
, Slijm (glijmiddel)
Het enzym speekselamylase
Dit enzym begint met de vertering van zetmeel (amylum) dat gedeeltelijk
wordt omgezet tot maltose. Onder invloed van zintuiglijke prikkels (bijv.
zien of ruiken van voedsel) en mechanische prikkels (direct contact van de
spijsbrok met het mondslijmvlies) wordt via refexen de sapafscheiding
versterkt. Er zijn ook
prikkels die
sapafscheiding remmen,
bijv. slecht humeur.
Tong
De tong heeft een
veelzijdige functie:
meehelpen bij het
kauwen, kneden en het
doorslikken van voedsel
en bij het reinigen van het
gebit. Door middel van
talrijke smaakzintuigen
kunnen we met de tong
proeven. Bovendien
maakt de tong spreken mogelijk
Gebit
Een volledig blijvend gebit bestaat in
totaal uit 32 gebitselementen. In iedere
kaakhelft trefen we van voren naar
achteren:
2 snijtanden
1 hoektand
2 valse kiezen (premolaren)
3 ware kiezen (molaren), waarvan de
achterste verstandskies wordt
genoemd
Het eerste gebit is het melkgebit. Het
ontwikkelt zich na een half jaar na de
geboorte. Op ongeveer 3-jarige leeftijd is
het melkgebit compleet. Per kaakhelft heb
je dan: 2 snijtanden, 1 hoektand en 2
melkkiezen.
Ieder gebitselement bestaat uit de volgende onderdelen:
Kroon; dit steekt buiten de kaak uit en is bedekt met email of
gelazuur, een stof die zeer hard is
6.4 Spijsverteringsorganen
Vertering (het opgenomen voedsel zodanig te bewerken dat het in het
bloed kan worden opgenomen) resorptie (de opname in bloed- en
lymfevaten) via de dikke darm de onverteerbare en niet verteerde
voedselresten uit het lichaam verwijderen.
Het verteringskanaal bestaat uit de
volgende onderdelen:
Mondholte
Keelholte (farynx)
Slokdarm (oesophagus)
Maag (ventriculus, gaster)
Dunne darm (enteron)
- twaalfvingerige darm
(duodenum)
- nuchtere darm (jejunum)
- kronkeldarm (ileum)
Dikke darm (colon)
- blonde darm met wormvormig
aanhangsel (appendix)
- karteldarm met:
▪ opstijgend deel
▪ dwarsverlopend deel
▪ dalend deel
▪ S-vormig deel
Endeldarm (rectum)
Mondholte
In de mondholte zijn 3 structuren van
belang voor de spijsvertering:
De speekselklieren
De tong
Het gebit
Door het kauwen wordt het voedsel fjngemaakt en met speeksel
vermengt.
Speekselklieren
Het speeksel is afkomstig van 3 paar speekselklieren:
De oorspeekselklieren
De onderkaakspeekselklieren
Ondertongspeekselklieren
Per etmaal wordt er 1,5 liter speeksel afgescheiden. Het speeksel bevat:
Water (oplosmiddel, transportmiddel)
, Slijm (glijmiddel)
Het enzym speekselamylase
Dit enzym begint met de vertering van zetmeel (amylum) dat gedeeltelijk
wordt omgezet tot maltose. Onder invloed van zintuiglijke prikkels (bijv.
zien of ruiken van voedsel) en mechanische prikkels (direct contact van de
spijsbrok met het mondslijmvlies) wordt via refexen de sapafscheiding
versterkt. Er zijn ook
prikkels die
sapafscheiding remmen,
bijv. slecht humeur.
Tong
De tong heeft een
veelzijdige functie:
meehelpen bij het
kauwen, kneden en het
doorslikken van voedsel
en bij het reinigen van het
gebit. Door middel van
talrijke smaakzintuigen
kunnen we met de tong
proeven. Bovendien
maakt de tong spreken mogelijk
Gebit
Een volledig blijvend gebit bestaat in
totaal uit 32 gebitselementen. In iedere
kaakhelft trefen we van voren naar
achteren:
2 snijtanden
1 hoektand
2 valse kiezen (premolaren)
3 ware kiezen (molaren), waarvan de
achterste verstandskies wordt
genoemd
Het eerste gebit is het melkgebit. Het
ontwikkelt zich na een half jaar na de
geboorte. Op ongeveer 3-jarige leeftijd is
het melkgebit compleet. Per kaakhelft heb
je dan: 2 snijtanden, 1 hoektand en 2
melkkiezen.
Ieder gebitselement bestaat uit de volgende onderdelen:
Kroon; dit steekt buiten de kaak uit en is bedekt met email of
gelazuur, een stof die zeer hard is