Investeren
Hoofdstuk 1 Investeringsselectie
§1 Cashflow
● Cashflow -> De ingaande kastroom - de uitgaande kasstroom
○ Geeft aan hoeveel er in een bepaalde periode per saldo binnenkomt
○ Beoordeling van de winstgevendheid van een bedrijf
○ Uitgaande kasstroom -> De liquide middelen nemen af (wanneer een
ondernemer investeert)
○ Ingaande kasstroom -> De liquide middelen nemen toe
● Cashflow berekenen
○ Resultaat uit gewone bedrijfsvoering - vennootschapsbelasting +
afschrijvingen (Nettowinst + afschrijvingen)
○ Ontvangsten - uitgaven
§2 De terugverdienperiode
● De terugverdienperiode -> De periode waarin de investering (de negatieve
kasstroom) zichzelf terugverdient via de positieve kasstromen die voortvloeien uit de
toekomstige opbrengsten die de investeringen voortbrengt.
○ Kiezen voor de investering met de kortste terugverdienperiode
○ Berekening: Investering – cashflows van de verschillende periodes
● Nadelen investeringsselectie op basis van de terugverdienperiode
○ Er wordt niet naar de interestkosten gekeken
○ Verdeling van de positieve kasstromen over de verschillende perioden speelt
geen rol
○ Positieve cashflows na de terugverdienperiode worden verwaarloosd
● Risico’s van investeren kleiner maken door:
○ Het stellen van een maximale terugverdientijd
○ Door de kasstromen laag in te schatten
○ De looptijd van de kasstromen niet te lang te maken
§3 De netto contante waarde
● Netto contante waarde -> Een bedrijf kan bepalen of een bepaalde investering het
gewenste rendement kan behalen.
○ CW positieve kasstromen -> CW jaarlijkse cashflows + CW-restwaarde
○ NCW -> CW jaarlijkse cashflows + CW-restwaarde - investering
○ De contante waarde van alle toekomstige positieve kasstromen berekenen,
daarna de uitkomst verminderen met het bedrag van de investeringsuitgave
○ Netto contantenwaarde is positief -> Investeren (NCW > 0)
Hoofdstuk 2 De waardebepaling van een bedrijf
§1 Intrinsieke waarde
● Intrinsieke waarde -> De waarde die gelijk is aan het eigen vermogen
○ Het verschil tussen de waarde van de activa (bezittingen) en het vreemd
vermogen
○ Echte intrinsieke waarde vaststellen -> ‘Due-dilligenceonderzoek’ er wordt
gekeken naar de balansposten, de verliezen/winsten op de
, resultatenrekening, ook factoren die invloed kunnen hebben op de
toekomstige resultaten van het bedrijf (Omgevingsfactoren,
concurrentiepositie, samenstelling personeel enz.)
○ Echte intrinsieke waarde -> Het verschil tussen de actuele waarde van de
activa en de marktwaarde van het vreemd vermogen
● Boekwaarde -> Aanschafprijs - alle afschrijvingen tot dan toe
● Actuelewaarde -> De waarde wat een object op dit moment heeft
● Stille reserve -> Verschil tussen de boekwaarde en de actuele waarde
○ Positieve stille reserve -> Als de actuele waarde hoger is dan de boekwaarde,
hierdoor neemt de intrinsieke waarde toe
§ Investeringen
● Vervangingsinvestering:
○ Een versleten productiemiddel wordt vervangen door een nieuw
productiemiddel
○ De productiecapaciteit blijft hetzelfde
● Uitbreidingsinvestering;
○ Er worden nieuwe productiemiddel aangeschaft.
○ De productiecapaciteit neemt toe
Circulair ondernemen
Hoofdstuk 1 Inleiding tot circulair ondernemen
§1 Waarom circulaire economie
● Groeiende middenklasse -> Bestedingen nemen daardoor toe
○ Productie is goedkoper geworden -> Leidt tot wegwerpcultuur
■ Mensen met meer geld gaan minder zuiinig met producten om, laten
het minder snel repareren enz.
● Het winnen van fossiele energiedragers heeft nadelen
○ Het omliggende milieu raakt beschadigd, er komt veel CO 2 uitstoot vrij
○ Er is geen oneindige voorraad van deze brandstoffen
● Mensen optreden als rentmeester van de aarde
○ Namens de aarde de bezittingen beheren en er voor zorgen
§2 Onderdeel van maatschappelijk verantwoord ondernemen
● MVO -> Harmonieuze combinatie van people, planet, profit
○ Welzijn mensen binnen bedrijf
○ Verspilling van grondstoffen beperken
○ Maatschappelijk verantwoord ondernemen en winst maken
● Circulaire economie -> De herbruikbaarheid van grondstoffen/goederen te
maximaliseren en de waardevernietiging te minimaliseren
○ Huidig systeem -> grondstoffen worden omgezet in producten die aan het
einde van hun levensduur worden vernietigd
● Recycling economie -> Veel energie en grondstoffen worden vernietigd bij recycling
proces
● Deeleconomie -> Er is gebruiksmaximalisatie, maar de materialen worden niet per se
hergebruikt