Orthopedagogiek
Nabuurs – Systeemgericht werken
H.8 Interventes binnen de acteease
Dit is de fase waarin je samen met de cliënt werkt aan het behalen van de doelen.
Er worden enkele bruikbare interventes e even:
- Het maken van een eno ram
- Circulair esprek met de partners
- De edra skaart (een middel om opvoedin svaardi heden aan te leren en primair ezien een
middel die ouders kunnen inzeten bij het veranderen van het edra van hun kind. Het aat
hierbij om belonen.)
- Psychoeducate (de cliënt inzicht laten krij en in de ernst van de situate)
- Motvatetechniek
- Het werken met huiswerkopdrachten
- Paradoxale opdrachten (richt zich op het versterken dan wel het instandhouden van het
symptomatsche edra bij de cliënt met als doel uiteindelijk de veranderin te
bewerkstelli en)
- Vaststellen van de da elijkse routne middels interview (half- estructureerd)
- Opstellen van huisre els (maximum van 7 huisre els)
- Het beïnvloeden van de hiërarchie in het ezin
- Hiërarchie en afectviteit (deze staan in verband met elkaar. Zowel bij te veel als te weini
hiërarchie is er vaak sprake van een verminderde afectviteit)
- Intervente ericht op de relatonele ethiek (richt zich op het een plek kunnen even van het
verleden van de cliënt in contextuele termen weer even als het destructeve en
constructeve recht, de loyaliteiten en parenticate. Het doel is ericht op het herstel van de
balans on het ‘ even en nemen’.)
- Rituele intervente (elk ezin heef zijn ei en rituelen. Deze kunnen verloren zijn e aan door
de problematek. Deze rituelen zijn toch van rote waarde om relatoneel herstel te
bewerkstelli en.)
- Rollenspel
- Potlood-en-papiertrainin (visualiserin )
- De vier G’s, storende en helpende edachten (veel conficten en verstorin en van de
communicate in ezinnen worden veroorzaakt door de storende edachten en het hieraan
ekoppelde edra . Gebeurtenis, Gedachten, Gevoelens, Gedra .)
Hooe/Vries – Als opvoeden niet vanzele gaat
Hooedstuk 4, proeessionaliteit en proeessionalisering
Er zijn drie pijlers van professionaliteit:
1. In staat zijn tot een systematsche, estandaardiseerde aanpak van problemen door middel
van planmat werken
2. Kennis van en kunnen werken aan de hand van verantwoorde methodieken
3. Professioneel kunnen inzeten en hanteren van zichzelf als persoon.
De driehoek van professioneel handelen:
, Professionaliserin is niet alleen kennis verschafen, maar ook aan je beroepsontwikkelin werken
door te leren van je ervarin en.
Er zijn drie denkprocessen om op je ei en opvatn en en ervarin en te refecteren:
1. Het intuïtef denken, dat directe actes ondersteunt.
2. Het theoretsch denken, dat meer objecteve informate eef om een probleem te kunnen
analyseren en het handelen bij te stellen.
3. Het refectef denken, dat van belan is om te leren van ei en ervarin en, die met
theoretsche inzichten te verbinden en een ei en visie te ontwikkelen.
Hooedstuk 6, inzet van methodieken
Er zijn twee manieren om methodieken te ontwikkelen.
- Evidence-based practce: hierbij worden methodieken lan s de wetenschappelijke route
ontwikkeld. Deze methodieken worden beschreven aan de hand van resultaten uit eerdere
onderzoeken.
- Practce-based evidence: de kennis uit de praktjk wordt uit ewerkt en onderzocht op
efectviteit.
Vanuit de praktjk weet men soms dat een intervente werkt, al kan men niet onderbouwen waarom
die werkzaam is. Op die manier weet men ook niet oed of de intervente daadwerkelijk efectef is.
Door middel van wetenschappelijk onderzoek kan men proberen om de interventes theoretsch te
verklaren, ze daarmee ophan en aan een methodiek en op efectviteit toetsen.
De efectladder bestaat uit vijf niveaus, die aan even in welk ontwikkelin sstadium een intervente
verkeert:
Nabuurs – Systeemgericht werken
H.8 Interventes binnen de acteease
Dit is de fase waarin je samen met de cliënt werkt aan het behalen van de doelen.
Er worden enkele bruikbare interventes e even:
- Het maken van een eno ram
- Circulair esprek met de partners
- De edra skaart (een middel om opvoedin svaardi heden aan te leren en primair ezien een
middel die ouders kunnen inzeten bij het veranderen van het edra van hun kind. Het aat
hierbij om belonen.)
- Psychoeducate (de cliënt inzicht laten krij en in de ernst van de situate)
- Motvatetechniek
- Het werken met huiswerkopdrachten
- Paradoxale opdrachten (richt zich op het versterken dan wel het instandhouden van het
symptomatsche edra bij de cliënt met als doel uiteindelijk de veranderin te
bewerkstelli en)
- Vaststellen van de da elijkse routne middels interview (half- estructureerd)
- Opstellen van huisre els (maximum van 7 huisre els)
- Het beïnvloeden van de hiërarchie in het ezin
- Hiërarchie en afectviteit (deze staan in verband met elkaar. Zowel bij te veel als te weini
hiërarchie is er vaak sprake van een verminderde afectviteit)
- Intervente ericht op de relatonele ethiek (richt zich op het een plek kunnen even van het
verleden van de cliënt in contextuele termen weer even als het destructeve en
constructeve recht, de loyaliteiten en parenticate. Het doel is ericht op het herstel van de
balans on het ‘ even en nemen’.)
- Rituele intervente (elk ezin heef zijn ei en rituelen. Deze kunnen verloren zijn e aan door
de problematek. Deze rituelen zijn toch van rote waarde om relatoneel herstel te
bewerkstelli en.)
- Rollenspel
- Potlood-en-papiertrainin (visualiserin )
- De vier G’s, storende en helpende edachten (veel conficten en verstorin en van de
communicate in ezinnen worden veroorzaakt door de storende edachten en het hieraan
ekoppelde edra . Gebeurtenis, Gedachten, Gevoelens, Gedra .)
Hooe/Vries – Als opvoeden niet vanzele gaat
Hooedstuk 4, proeessionaliteit en proeessionalisering
Er zijn drie pijlers van professionaliteit:
1. In staat zijn tot een systematsche, estandaardiseerde aanpak van problemen door middel
van planmat werken
2. Kennis van en kunnen werken aan de hand van verantwoorde methodieken
3. Professioneel kunnen inzeten en hanteren van zichzelf als persoon.
De driehoek van professioneel handelen:
, Professionaliserin is niet alleen kennis verschafen, maar ook aan je beroepsontwikkelin werken
door te leren van je ervarin en.
Er zijn drie denkprocessen om op je ei en opvatn en en ervarin en te refecteren:
1. Het intuïtef denken, dat directe actes ondersteunt.
2. Het theoretsch denken, dat meer objecteve informate eef om een probleem te kunnen
analyseren en het handelen bij te stellen.
3. Het refectef denken, dat van belan is om te leren van ei en ervarin en, die met
theoretsche inzichten te verbinden en een ei en visie te ontwikkelen.
Hooedstuk 6, inzet van methodieken
Er zijn twee manieren om methodieken te ontwikkelen.
- Evidence-based practce: hierbij worden methodieken lan s de wetenschappelijke route
ontwikkeld. Deze methodieken worden beschreven aan de hand van resultaten uit eerdere
onderzoeken.
- Practce-based evidence: de kennis uit de praktjk wordt uit ewerkt en onderzocht op
efectviteit.
Vanuit de praktjk weet men soms dat een intervente werkt, al kan men niet onderbouwen waarom
die werkzaam is. Op die manier weet men ook niet oed of de intervente daadwerkelijk efectef is.
Door middel van wetenschappelijk onderzoek kan men proberen om de interventes theoretsch te
verklaren, ze daarmee ophan en aan een methodiek en op efectviteit toetsen.
De efectladder bestaat uit vijf niveaus, die aan even in welk ontwikkelin sstadium een intervente
verkeert: