Orthopedagogiek
o Als opvoeden niet vanzelf gaat
1, 2, 3.4, 4, 5, 6, 7, 8 t/m 8.2.2, 9.1 t/m 9.4, 13, 14
o Systeemgericht werken
1, 2.3 t/m 2.6, 3, 5, 10
Rood = literatuur
Groen = hoorcolleges
Geel = werkcolleges
Als opvoeden niet vanzelf gaat
Hoofstuk 1 en 2
Opvoedingsimpasse
Als opvoeden niet vanzelf gaat, of als de ontwikkeling stagneert, leidt dat tot spanningen
binnen een gezin en daarbuiten er kan een opvoedingsimpasse ontstaan, dat gaat als volgt:
1. Opvoeder constateert dat de ontwikkeling van het kind niet in de door hem gewenste
richting verloopt
2. Opvoeder heef tot op dat moment naar beste kunnen geprobeerd om de ontwikkeling
van het kind in de gewenste richting te beïnvloeden
3. Dan is de opvoeder van mening dat hij daarin niet in is geslaagd
4. Opvoeder ziet ook geen bevredigende middelen meer om de ontwikkeling van het kind in
die richting te beïnvloeden
5. Opvoeder mist op dat moment tevens de verachting dat hij zelfstandig of in overleg met
medeopvoeders, binnen een acceptabele termijn bevredigende middelen zal vinden
6. Dit besef gaat gepaard met pijnlijke emoties van de opvoeder
Het kan worden gesignaleerd door de ouders/ verzorgers zelf of door buitenstaanders. Het is
noodzakelijk om in te grijpen
Opvoeden betekenis door J. Kok
Het is een wezenlijk aspect van het menselijk bestaan, waarmee mensen ‘het humane
voortbestaan’ mogelijk maakt.
Opvoeden betekenis door Van Dale
Lichamelijk en geestelijk vormen, grootbrengen.
Kok: ‘Deze defnitie geef beeld van een proces dat bestaat uit gerichte handelingen die van de
opvoeder uitgaan naar het kind, dit beeld is TE eenzijdig:
o Ten eerste neemt niet alleen opvoeder maar ook kind actief deel aan opvoedingsproces,
altijd sprake van een wederzijdse beïnvloeding.’ Kok vindt het een dynamisch proces, waarin
het kind zich ontwikkelt en de opvoeder opvoedt.
o Ten tweede krijgt opvoeding niet alleen vorm in een reeks doelgericht en bewust
pedagogische handelingen die leiden tot een bepaalde ontwikkeling van het kind. Een
belangrijk accent ligt juist op de invloed van de dagelijkse omgang met elkaar, de sfeer of de
wijze waarop de opvoeder voorleef wat hij belangrijk vindt.
o Kok gaat ervanuit dat dit zogenaamde functonele karakter van de opvoeding pedagogisch
effect sorteert. nntentionele of doelgerichte handelingen maken maar een beperkt onderdeel
uit van het hele opvoedingsproces
1
, Het kind ontwikkelt zich vanuit een innerlijke drang, door te oefenen en te leren. De opvoedeer
voedt op door zijn manier van ‘zijn’ en door hij inspeelt op het kind en zijn opvoedings-behoefen.
De inhoud van het proces is voortduren aan verandering onderhevig, onder andere afankelijk
van de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt. En niet alleen het kind ontwikkelt zich
daarbij, de opvoeders groeien mee.
Hoe mensen tegen het begrip opvoeden kijkt, hangt samen met de tijdsgeest, cultuur of
wetenschappelijke opvatngen
De winter
Opvoeden is meer dat het beeld van supernannyachtige tv programma’s. Situaties waarin
gedragsproblemen worden aangepakt met gepopulariseerde vormen van gedragstherapie in de
vorm van consequent belonen en ontmoedigen van gedrag, ofwel behavioristische
conditionering.
Het lijkt alsof opvoeden gelijk wordt gesteld aan gedragsregulering, dit si terug te zien in
effectviteitscultus in het huidige jeugdbeleid: waarbij effectiviteit over het algemeen gelijk is aan
afname van probleemgedrag.
Volgens Winter gaat het om complexere zaken, zoals het vormen van persoonlijkheid, ontdekken
van identteit en de zin van je bestaan, je plaats in cultuur en samenleving te ontdekken. Daarbij
zijn wijsheid, gezag, geduld, moed en ervaring belangrijker dan simpele conditoneringsprincipes.
Kok
Opvoedingsdefnite
Het in relatie staan van opvoeders en opvoedelingen, waarin de opvoeder zich als persoon, als
zijn wijze van mens-zijn presenteert, een klimaat creëert dat persoonlijkheidsgroei bevordert en
leefsituaties zo hanteert dat deze optimale kansen bieden voor zelfontplooiing.
‘Opvoeden is samen op weg zijn, zonder het waarheen te kennen’
Opvoedersperspectef
Hoop en verachting op een toekomst, waar vervuld gaat worden wat er nog niet is, ook nog niet
gekend is , maar wat gewenst en gehoopt wordt.
Kind perspectef
Datgene wat sluimerend in het jonge kind aanwezig is, en in de loop van de ontwikkeling steeds
meer gaat ontwaken
Eventueel opvoedingsdoel
Optimaliseren van het proces van opvoeden: opvoedingsrelatie, opvoedingsklimaat en de
opvoedingssituaties
Geen opvoedingsdoelen méér
o Geen pedagoog waagt zich sinds de Tweede Wereldoorlog meer aan het formuleren van een
algemeen opvoedingsdoel, omdat er een accentverschuiving plaats heef gevonden. Van
opvoedingsdoel naar de kwaliteit van de opvoedingsrelatie.
o Dit is terug te zien in de defnitie van Kok, hij spreekt niet van een doel maar een perspectief.
o Met een opvoedingsdoel geef je een eindpunt aan, wanneer je kind volwassen is. Dit is bij
iedereen verschillend.
Twee centrale opvoedingsvoorwaarden
1. Autonomie
2. Conformiteit
2
,Functoneel en intentoneel proces
o Functioneel
Continue onderlinge betrokkenheid van de deelnemers a an het opvoedingsproces
o nntentioneel
Doelgerichte karakter, binnen het proces doelgericht invloed uitoefenen op het kind.
Drie niveaus van omgaan met problemen
1. Ervaringsniveau
Ouders, leerkrachten en andere opvoeders nadenken over opvoeding en gedrag
Recepten voor alledaagse kwesties waarmee ze worstelen uitproberen, geslaagde pogingen
worden aangeraden en ontstaan daardoor ‘standaardvoorbeelden’
2. Praktijkgerichte theorie
Deskundige, mensen die er hun beroep van hebben gemaakt en in staat zijn om systematisch
te handelen.
3. Wetenschappelijke niveau
Niveau waarop onderzoek wordt verricht die bijdraagt aan algemene theorievorming.
Waarbij er een systematisch proces van denken en handelen doorlopen wordt.
Orthopedagogiek
Wetenschap die zich bezighoudt met bijzondere of specifeke opvoeding en het in zijn
ontwikkeling belemmerde kind. Ortho = recht (op). Ook is het een interventiewetenschap die
zich richt op het voorkomen of terugdringen van problemen bij het opvoeden.
Gericht op beschrijven, verklaren en veranderen. Niet alleen op het kind maar ook op problemen
bij het opvoeden.
Overeenkomsten pedagogiek en orthopedagogiek
Richten zich beide primair op de opvoeding en de invloed daarvan op de ontwikkeling
van het kind.
Orthopedagogiek doet dit onder andere door problemen met kinderen op de eerste
plaats te zien als opvoedingsproblemen en als een opvoedingsopdracht. Dit onderscheidt
orthopedagogiek van psychiatrie. Of andersom ontwikkelingsstoornissen horen eigenlijk bij
een psychiater, maar tot object van orthopedagogiek door te kijken naar de belemmering
voor de opvoeding.
4 paradigma’s / gezichtspunten op de problemen
1. nndividuele paradigma
Nadruk op beperking in de medische categorie, in stoornissen, defecten of biologische
tekorten denken
2. nnteractioneel-theoretisch paradigma
Handicap is een etiket, oordeel van de omgeving staat centraal. Alle gehandicapte worden
hetzelfde behandeld
3. Systeemtheoretische paradigma
Handicap wordt gezien als consequentie van de eisen van een systeem. Er is speciaal
onderwijs, omdat het normale onderwijs zich niet genoeg kan afstemming op een speciaal
individu
4. Maatschappijtheoretische paradigma
Handicap is in deze opvatng het product van de samenleving. De maatschappij veroorzaakt
als het ware de handicap.
3
, Orthopedagogische zorg nodig? – Vliegenthart
1. Aard en ernst van de stoornis
Stoornissen die langere tijd van invloed zijn op de ontwikkeling en opvoeding
2. Vraag of er speciale hulpmiddelen nodig zijn
Zijn er speciale hulpmiddelen of technieken nodig om de negatieve gevolgen zo veel mogelijk
te ontkomen
3. Vraag of het kind hulp nodig heef
Om met de stoornis te kunnen leven
Twee tendensen in de praktjk van de orthopedagogiek
1. Verschuivingen in het grensgebied tussen pedagogiek en orthopedagogiek
2. Verschuivingen in het grensgebied tussen orthopedagogiek en kinder- en jeugdpsychiatrie
Hermanns
Hermanss vindt dat mensen te snel aan de bel trekken en het opvoeden verleerd is
1. Jeugdtolerantieniveau
Men kan nog maar weinig hebben van de jeugd, wat vroeger kwajongensstreken waren zijn
nu maatschappelijke problemen en overlast
2. Psychopatholigisering van problemen
Voor opvoedingsproblemen wordt snel en makkelijk contact gelegd met orthopedagogen of
psychologen, psychiaters. Die zijn geneigd om problemen te vertalen in hefige termen.
3. Criminalisering
Het problematisch gedrag van jongeren wordt door politie en strafrechtsysteem vaker
beschouwd als crimineel gedrag
Commissie Heijnen
De commissie vindt ook dat door lagere acceptatie van afwijkend gedrag een mogelijke oorzaak
is van de toename van de vraag naar jeugdzorg. Andere oorzaken:
o Jeugdzorg legt de nadruk meer op verantwoording en zichzelf indekken dan het zoeken naar
oplossingen
o Medicalisering – uit onderzoek blijkt dat kinderen met ernstige gedragsproblemen niet stijgt,
maar dat dit wordt gezien als een probleem waar professionele hulp voor nodig is
o Multiproblematiek – generatie op generatie worden problemen doorgegeven
o Verbetering van signaleringen – maar onvoldoende eerstelijns zorg, zou kunnen leiden tot een
toename van de vraag naar zwaardere hulpvormen
o Perverse prikkels – veroorzaakt door wijze van fnanciering, waarbij de kosten voor zwaardere
jeugdzorg door anderen wordt gedragen dan door degene die verantwoordelijk is voor
preventie. nnvesteren in preventie wordt op deze manier niet fnancieel gestimuleerd.
Maatschappij wordt ook complexer, meer zelfstandig, samenwerken en plannen. Kinderen met lichte
problemen vallen sneller uit de boot. Tempoverschillen in de ontwikkeling tussen kinderen worden
als probleem ervaren.
Empowerment is hier de tegenhanger van, hierbij worden juist de krachten benadrukt en de regie
over de opvoeding bij opvoeders gelaten. Opvoeders worden gestimuleerd en ondersteund om
problemen zelf aan te pakken.
4
o Als opvoeden niet vanzelf gaat
1, 2, 3.4, 4, 5, 6, 7, 8 t/m 8.2.2, 9.1 t/m 9.4, 13, 14
o Systeemgericht werken
1, 2.3 t/m 2.6, 3, 5, 10
Rood = literatuur
Groen = hoorcolleges
Geel = werkcolleges
Als opvoeden niet vanzelf gaat
Hoofstuk 1 en 2
Opvoedingsimpasse
Als opvoeden niet vanzelf gaat, of als de ontwikkeling stagneert, leidt dat tot spanningen
binnen een gezin en daarbuiten er kan een opvoedingsimpasse ontstaan, dat gaat als volgt:
1. Opvoeder constateert dat de ontwikkeling van het kind niet in de door hem gewenste
richting verloopt
2. Opvoeder heef tot op dat moment naar beste kunnen geprobeerd om de ontwikkeling
van het kind in de gewenste richting te beïnvloeden
3. Dan is de opvoeder van mening dat hij daarin niet in is geslaagd
4. Opvoeder ziet ook geen bevredigende middelen meer om de ontwikkeling van het kind in
die richting te beïnvloeden
5. Opvoeder mist op dat moment tevens de verachting dat hij zelfstandig of in overleg met
medeopvoeders, binnen een acceptabele termijn bevredigende middelen zal vinden
6. Dit besef gaat gepaard met pijnlijke emoties van de opvoeder
Het kan worden gesignaleerd door de ouders/ verzorgers zelf of door buitenstaanders. Het is
noodzakelijk om in te grijpen
Opvoeden betekenis door J. Kok
Het is een wezenlijk aspect van het menselijk bestaan, waarmee mensen ‘het humane
voortbestaan’ mogelijk maakt.
Opvoeden betekenis door Van Dale
Lichamelijk en geestelijk vormen, grootbrengen.
Kok: ‘Deze defnitie geef beeld van een proces dat bestaat uit gerichte handelingen die van de
opvoeder uitgaan naar het kind, dit beeld is TE eenzijdig:
o Ten eerste neemt niet alleen opvoeder maar ook kind actief deel aan opvoedingsproces,
altijd sprake van een wederzijdse beïnvloeding.’ Kok vindt het een dynamisch proces, waarin
het kind zich ontwikkelt en de opvoeder opvoedt.
o Ten tweede krijgt opvoeding niet alleen vorm in een reeks doelgericht en bewust
pedagogische handelingen die leiden tot een bepaalde ontwikkeling van het kind. Een
belangrijk accent ligt juist op de invloed van de dagelijkse omgang met elkaar, de sfeer of de
wijze waarop de opvoeder voorleef wat hij belangrijk vindt.
o Kok gaat ervanuit dat dit zogenaamde functonele karakter van de opvoeding pedagogisch
effect sorteert. nntentionele of doelgerichte handelingen maken maar een beperkt onderdeel
uit van het hele opvoedingsproces
1
, Het kind ontwikkelt zich vanuit een innerlijke drang, door te oefenen en te leren. De opvoedeer
voedt op door zijn manier van ‘zijn’ en door hij inspeelt op het kind en zijn opvoedings-behoefen.
De inhoud van het proces is voortduren aan verandering onderhevig, onder andere afankelijk
van de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt. En niet alleen het kind ontwikkelt zich
daarbij, de opvoeders groeien mee.
Hoe mensen tegen het begrip opvoeden kijkt, hangt samen met de tijdsgeest, cultuur of
wetenschappelijke opvatngen
De winter
Opvoeden is meer dat het beeld van supernannyachtige tv programma’s. Situaties waarin
gedragsproblemen worden aangepakt met gepopulariseerde vormen van gedragstherapie in de
vorm van consequent belonen en ontmoedigen van gedrag, ofwel behavioristische
conditionering.
Het lijkt alsof opvoeden gelijk wordt gesteld aan gedragsregulering, dit si terug te zien in
effectviteitscultus in het huidige jeugdbeleid: waarbij effectiviteit over het algemeen gelijk is aan
afname van probleemgedrag.
Volgens Winter gaat het om complexere zaken, zoals het vormen van persoonlijkheid, ontdekken
van identteit en de zin van je bestaan, je plaats in cultuur en samenleving te ontdekken. Daarbij
zijn wijsheid, gezag, geduld, moed en ervaring belangrijker dan simpele conditoneringsprincipes.
Kok
Opvoedingsdefnite
Het in relatie staan van opvoeders en opvoedelingen, waarin de opvoeder zich als persoon, als
zijn wijze van mens-zijn presenteert, een klimaat creëert dat persoonlijkheidsgroei bevordert en
leefsituaties zo hanteert dat deze optimale kansen bieden voor zelfontplooiing.
‘Opvoeden is samen op weg zijn, zonder het waarheen te kennen’
Opvoedersperspectef
Hoop en verachting op een toekomst, waar vervuld gaat worden wat er nog niet is, ook nog niet
gekend is , maar wat gewenst en gehoopt wordt.
Kind perspectef
Datgene wat sluimerend in het jonge kind aanwezig is, en in de loop van de ontwikkeling steeds
meer gaat ontwaken
Eventueel opvoedingsdoel
Optimaliseren van het proces van opvoeden: opvoedingsrelatie, opvoedingsklimaat en de
opvoedingssituaties
Geen opvoedingsdoelen méér
o Geen pedagoog waagt zich sinds de Tweede Wereldoorlog meer aan het formuleren van een
algemeen opvoedingsdoel, omdat er een accentverschuiving plaats heef gevonden. Van
opvoedingsdoel naar de kwaliteit van de opvoedingsrelatie.
o Dit is terug te zien in de defnitie van Kok, hij spreekt niet van een doel maar een perspectief.
o Met een opvoedingsdoel geef je een eindpunt aan, wanneer je kind volwassen is. Dit is bij
iedereen verschillend.
Twee centrale opvoedingsvoorwaarden
1. Autonomie
2. Conformiteit
2
,Functoneel en intentoneel proces
o Functioneel
Continue onderlinge betrokkenheid van de deelnemers a an het opvoedingsproces
o nntentioneel
Doelgerichte karakter, binnen het proces doelgericht invloed uitoefenen op het kind.
Drie niveaus van omgaan met problemen
1. Ervaringsniveau
Ouders, leerkrachten en andere opvoeders nadenken over opvoeding en gedrag
Recepten voor alledaagse kwesties waarmee ze worstelen uitproberen, geslaagde pogingen
worden aangeraden en ontstaan daardoor ‘standaardvoorbeelden’
2. Praktijkgerichte theorie
Deskundige, mensen die er hun beroep van hebben gemaakt en in staat zijn om systematisch
te handelen.
3. Wetenschappelijke niveau
Niveau waarop onderzoek wordt verricht die bijdraagt aan algemene theorievorming.
Waarbij er een systematisch proces van denken en handelen doorlopen wordt.
Orthopedagogiek
Wetenschap die zich bezighoudt met bijzondere of specifeke opvoeding en het in zijn
ontwikkeling belemmerde kind. Ortho = recht (op). Ook is het een interventiewetenschap die
zich richt op het voorkomen of terugdringen van problemen bij het opvoeden.
Gericht op beschrijven, verklaren en veranderen. Niet alleen op het kind maar ook op problemen
bij het opvoeden.
Overeenkomsten pedagogiek en orthopedagogiek
Richten zich beide primair op de opvoeding en de invloed daarvan op de ontwikkeling
van het kind.
Orthopedagogiek doet dit onder andere door problemen met kinderen op de eerste
plaats te zien als opvoedingsproblemen en als een opvoedingsopdracht. Dit onderscheidt
orthopedagogiek van psychiatrie. Of andersom ontwikkelingsstoornissen horen eigenlijk bij
een psychiater, maar tot object van orthopedagogiek door te kijken naar de belemmering
voor de opvoeding.
4 paradigma’s / gezichtspunten op de problemen
1. nndividuele paradigma
Nadruk op beperking in de medische categorie, in stoornissen, defecten of biologische
tekorten denken
2. nnteractioneel-theoretisch paradigma
Handicap is een etiket, oordeel van de omgeving staat centraal. Alle gehandicapte worden
hetzelfde behandeld
3. Systeemtheoretische paradigma
Handicap wordt gezien als consequentie van de eisen van een systeem. Er is speciaal
onderwijs, omdat het normale onderwijs zich niet genoeg kan afstemming op een speciaal
individu
4. Maatschappijtheoretische paradigma
Handicap is in deze opvatng het product van de samenleving. De maatschappij veroorzaakt
als het ware de handicap.
3
, Orthopedagogische zorg nodig? – Vliegenthart
1. Aard en ernst van de stoornis
Stoornissen die langere tijd van invloed zijn op de ontwikkeling en opvoeding
2. Vraag of er speciale hulpmiddelen nodig zijn
Zijn er speciale hulpmiddelen of technieken nodig om de negatieve gevolgen zo veel mogelijk
te ontkomen
3. Vraag of het kind hulp nodig heef
Om met de stoornis te kunnen leven
Twee tendensen in de praktjk van de orthopedagogiek
1. Verschuivingen in het grensgebied tussen pedagogiek en orthopedagogiek
2. Verschuivingen in het grensgebied tussen orthopedagogiek en kinder- en jeugdpsychiatrie
Hermanns
Hermanss vindt dat mensen te snel aan de bel trekken en het opvoeden verleerd is
1. Jeugdtolerantieniveau
Men kan nog maar weinig hebben van de jeugd, wat vroeger kwajongensstreken waren zijn
nu maatschappelijke problemen en overlast
2. Psychopatholigisering van problemen
Voor opvoedingsproblemen wordt snel en makkelijk contact gelegd met orthopedagogen of
psychologen, psychiaters. Die zijn geneigd om problemen te vertalen in hefige termen.
3. Criminalisering
Het problematisch gedrag van jongeren wordt door politie en strafrechtsysteem vaker
beschouwd als crimineel gedrag
Commissie Heijnen
De commissie vindt ook dat door lagere acceptatie van afwijkend gedrag een mogelijke oorzaak
is van de toename van de vraag naar jeugdzorg. Andere oorzaken:
o Jeugdzorg legt de nadruk meer op verantwoording en zichzelf indekken dan het zoeken naar
oplossingen
o Medicalisering – uit onderzoek blijkt dat kinderen met ernstige gedragsproblemen niet stijgt,
maar dat dit wordt gezien als een probleem waar professionele hulp voor nodig is
o Multiproblematiek – generatie op generatie worden problemen doorgegeven
o Verbetering van signaleringen – maar onvoldoende eerstelijns zorg, zou kunnen leiden tot een
toename van de vraag naar zwaardere hulpvormen
o Perverse prikkels – veroorzaakt door wijze van fnanciering, waarbij de kosten voor zwaardere
jeugdzorg door anderen wordt gedragen dan door degene die verantwoordelijk is voor
preventie. nnvesteren in preventie wordt op deze manier niet fnancieel gestimuleerd.
Maatschappij wordt ook complexer, meer zelfstandig, samenwerken en plannen. Kinderen met lichte
problemen vallen sneller uit de boot. Tempoverschillen in de ontwikkeling tussen kinderen worden
als probleem ervaren.
Empowerment is hier de tegenhanger van, hierbij worden juist de krachten benadrukt en de regie
over de opvoeding bij opvoeders gelaten. Opvoeders worden gestimuleerd en ondersteund om
problemen zelf aan te pakken.
4