Een praktijkgerichte
benadering van
Organisatie & Management
Nick van Dam en Jos Marcus
8e druk
Hoofdstuk 5
, HOOFDSTUK 5 – INDIVIDU EN GROEPEN
5.1 Mens in organisaties
Organisatie = Elke vorm van menselijke samenwerking voor een
gemeenschappelijk doel
Inzet van menselijke activiteiten is cruciaal voor het voortbestaan van de
organisatie
Door doelmatig samenwerken worden organisatiedoelen gerealiseerd.
5.2 Motivatie
Motivatie = Inwendige bereidheid van een persoon om bepaalde handelingen
te verrichten
Er wordt onderscheid gemaakt tussen 2 soorten motivatie:
1) Werkintrinsieke motivatie
Heeft betrekking op het werk zelf. Mensen die intrinsiek gemotiveerd zijn,
zien hun werk als uitdaging. Werkintrinsieke motivatie is een lange termijn
prikkel voor medewerkers.
2) Werkextrinsieke motivatie
Heeft betrekking op zaken rond het werk. Mensen die extrinsiek
gemotiveerd zijn, hebben een instrumentele houding ten opzichte van hun
werk. Werkextrinsieke motivatie is een korte termijn prikkels voor
medewerkers.
5.2.1 Theorie van Alderfer
Alderfer (1969) onderscheidt 3 behoeften in de ERG-theorie (vergelijkbaar met
de 5 behoeften van de piramide van Maslow):
1) Existentiële behoeften
Staan voor materiële zekerheid
2) Relationele behoeften
Staan voor relaties, sociale acceptatie, waardering en erkenning.
3) Groeibehoeften
Staan voor persoonlijke groei en zelfontplooiing
Verschillen met de behoeftepiramide van Maslow zijn:
- Aldefers behoeften zijn niet hiërarchisch en de behoeftepiramide van
Maslow is wel hiërarchisch
- Aldefers introduceert de frustratie-regressiehypothese; als een behoefte op
een hoog niveau niet haalbaar blijkt, worden behoeften op een lager
niveau belangrijker.