Nederlandse samenvatting
Een praktijkgerichte
benadering van
Organisatie & Management
Nick van Dam en Jos Marcus
8e druk
Hoofdstuk 6
, HOOFDSTUK 6 – MANAGEMENT
6.1 Manager
Manager = Een persoon die het handelen van andere mensen in een
organisatie op gang brengt en stuurt.
Management = De organisatieleiding die tot taak heeft de onderneming te
besturen.
Managementteam = Team van managers en deskundigen, afkomstig uit
functionele gebieden die in de organisatie worden onderscheden.
6.2 Manager in de organisatie
Managers hebben verschillende werkzaamheden en rollen binnen een
organisatie.
6.2.1 Werkzaamheden van de manager
Managementlagen = Niveaus waarop managers leidinggeven aan
medewerkers (hiërarchische niveaus).
Topmanagement = Verantwoordelijk voor de algehele leiding van een
organisatie.
Middenmanagement = Stuurt activiteiten aan van uitvoerende medewerkers.
Lager management = Onderste laag van het management die vaak is
opgedeeld in afdelingen.
In een moderne organisatie wordt het lager management vaak tot het
middenmanagement gerekend.
Beleidsformulerende taken = Taken die op het terrein liggen van vooruitzien,
voorspellen, plannen en organiseren.
Beleidsuitvoerende taken = Taken die te maken hebben met het delegeren
van werkzaamheden en het controleren en motiveren van medewerkers.
Functionele manager = Verantwoordelijk voor één activiteit die binnen de
organisatie verricht moet worden.
Algemene manager = Verantwoordelijk voor alle activiteiten binnen het
organisatorische gedeelte.
Afplatting = In een organisatie zijn minder managementniveaus en managers
aanwezig, vanwege integratie van het lager en middenmanagement.
Businessunits = afdelingen binnen een organisatie die gericht zijn op één
specifieke activiteit.
Een praktijkgerichte
benadering van
Organisatie & Management
Nick van Dam en Jos Marcus
8e druk
Hoofdstuk 6
, HOOFDSTUK 6 – MANAGEMENT
6.1 Manager
Manager = Een persoon die het handelen van andere mensen in een
organisatie op gang brengt en stuurt.
Management = De organisatieleiding die tot taak heeft de onderneming te
besturen.
Managementteam = Team van managers en deskundigen, afkomstig uit
functionele gebieden die in de organisatie worden onderscheden.
6.2 Manager in de organisatie
Managers hebben verschillende werkzaamheden en rollen binnen een
organisatie.
6.2.1 Werkzaamheden van de manager
Managementlagen = Niveaus waarop managers leidinggeven aan
medewerkers (hiërarchische niveaus).
Topmanagement = Verantwoordelijk voor de algehele leiding van een
organisatie.
Middenmanagement = Stuurt activiteiten aan van uitvoerende medewerkers.
Lager management = Onderste laag van het management die vaak is
opgedeeld in afdelingen.
In een moderne organisatie wordt het lager management vaak tot het
middenmanagement gerekend.
Beleidsformulerende taken = Taken die op het terrein liggen van vooruitzien,
voorspellen, plannen en organiseren.
Beleidsuitvoerende taken = Taken die te maken hebben met het delegeren
van werkzaamheden en het controleren en motiveren van medewerkers.
Functionele manager = Verantwoordelijk voor één activiteit die binnen de
organisatie verricht moet worden.
Algemene manager = Verantwoordelijk voor alle activiteiten binnen het
organisatorische gedeelte.
Afplatting = In een organisatie zijn minder managementniveaus en managers
aanwezig, vanwege integratie van het lager en middenmanagement.
Businessunits = afdelingen binnen een organisatie die gericht zijn op één
specifieke activiteit.