werkproblemen
Bronvermelding:
Titel: Intervisie bij werkproblemen
14e druk
Auteur: Jeroen Hendriksen m.m.v. Hanneke Elich, Ineke Hamstra en Harry
Veendrick
Uitgever: Uitgeverij H. Nelissen
ISBN: 9789024414581
Aantal pagina’s boek: 159
Aantal hoofdstukken boek: 9
De inhoud van dit uittreksel is met de grootste zorg samengesteld. Incidentele onjuistheden kunnen niettemin voorkomen. Je
dient niet aan te nemen dat de informatie die Students Only B.V. biedt foutloos is, hoewel Students Only B.V. dat wel
nastreeft. Dit uittreksel is voor persoonlijk gebruik en is bedoeld als wegwijzer bij het originele boek. Wij raden altijd aan
het bijbehorende studieboek erbij te kopen en dit uittreksel als naslagwerk erbij te houden. In dit uittreksel worden diverse
verwijzingen gemaakt naar het studieboek op basis waarvan dit uittreksel is gemaakt.
Dit uittreksel is een uitgave van Students Only B.V. Copyright © 2005 StudentsOnly B.V. Alle rechten voorbehouden.
De uitgever van het studieboek is op generlei wijze betrokken bij het vervaardigen van dit uittreksel. Voor vragen
kan je je wenden per e-mail aan .
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Een lange leerweg pag.3
Hoofdstuk 2 Een oriëntatie op intervisie pag.4
Hoofdstuk 3 Themagecentreerde interactie als grondhouding voor intervisie pag.7
Hoofdstuk 4 De incidentmethode pag.8
Hoofdstuk 5 De krachtenveldanalyse pag.10
Hoofdstuk 6 De profielbeschrijving pag.11
Hoofdstuk 7 De Balint-methode pag.12
Hoofdstuk 8 De methode Raguse pag.14
Hoofdstuk 9 Terugkerende thema’s bij intervisie pag.15
www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels! 2
Bron: Intervisie bij werkproblemen – Jeroen Hendriksen
, Hoofdstuk 1 Een lange leerweg
Intervisie is op te vatten als een ‘lange leerweg’ omdat je bij intervisie steeds nieuwe dingen
leert en ontdekt wat wel en wat niet werkt in intervisie, wat wel en niet bijdraagt aan de
kwaliteit en effectiviteit ervan.
De auteurs van het boek beschrijven hoe ze zelf die ontwikkeling door hebben gemaakt. Zij
zijn afkomstig uit het onderwijs en zaten zelf ook jarenlang in een intervisiegroep. Elk van
hen bracht zijn eigen werkproblemen bij intervisie in.
De auteurs hebben in de groep het concept van themagecentreerde interactie (TGI) toegepast
en ook andere methoden voor intervisie uitgeprobeerd. Elke methode heeft zo zijn eigen
karakteristieken, er is dus niet één methode het meest geschikt. Zo is de incidentmethode vrij
zakelijk en neutraal terwijl de Raguse-methode weer emotioneler is.
De eerste intervisieregel die hier uit voortvloeit is dat men de methode moet kiezen die past
bij de ontwikkeling of het ontwikkelingsstadium van de groep: als men toe is aan
(persoonlijke en emotionele) verdieping kan men bijvoorbeeld op de Raguse methode
overgaan.
Al werkende met de verschillende methodes die er waren bleek men op een gegeven moment
toch niet genoeg te hebben aan die modellen. Men ontdekte ook dat er weinig praktische
literatuur was over intervisie.
Men kwam verder tot de volgende conclusies:
- Het is zorg niet teveel rationeel met een inhoudelijk probleem bezig te zijn, maar ook
in te gaan op wat dit met de deelnemers doet, concreet, op het moment dat het
besproken wordt. Hiermee wordt het daar-en-dan uit de werksituatie vertaald naar het
hier-en-nu van de intervisiebijeenkomst.
- Het groepsproces zélf is net zo belangrijk als de inhoud van het gesprek.
- Met moet dus in het hier-en-nu bezig zijn; niet alleen met het probleem zelf, maar ook
met wat het op het moment van bespreken teweegbrengt bij de leden van de
intervisiegroep.
- Individuele problemen kunnen als thema voor de hele groep gelden. Men moet niet
teveel in een diagnose-receptmodel met de individuele problemen van mensen omgaan
maar ook nagaan of men zelf die problemen herkent, hoe men daar zelf mee omgaat,
etc. Men moet van een individueel thema een collectief thema maken.
- De methoden en modellen die in dit boek besproken worden kunnen niet alleen
positief zijn maar ook werken als een belemmering op het leerproces.
Deze inzichten leiden tot de tweede intervisieregel, namelijk dat men van individuele
thema’s gezamenlijke thema’s moet maken. Een probleem moet niet als geïsoleerd probleem
van het individu gezien worden, maar iedereen moet er bij betrokken worden: bijvoorbeeld als
iemand moeite heeft om assertief te zijn. Dan moeten de andere groepsleden ook bereid zijn
hun eigen ervaringen op dat punt te delen. Dan is het voor iedereen relevant, zinvol en
leerzaam.
www.studentsonly.nl Voor de beste uittreksels! 3
Bron: Intervisie bij werkproblemen – Jeroen Hendriksen