Hoofdstuk 25 – Accrual-accounting en matchingprincipe
Permanentie: toerekenen van opbrengsten en kosten aan de juiste periode (als een onderneming
een aantal keer per jaar een balans en w&v-rekening opstelt).
Kosten: de in geld gemeten waarde van de opgeofferde productiemiddelen (offers die noodzakelijk
zijn om een bedrijf te runnen).
Transitorische posten:
- Vooruitbetaalde bedragen: verzekeringspremies, tijdschrift abbonement, huren = uitstelpost
(eerder), debet
- Nog te betalen bedragen: interest van geldleningen = anticipatiepost (later), credit
Kosten en opbrengsten worden geboekt op de w&v-rekening en hebben invloed op het resultaat
(winst of verlies).
- Leiden tot een verandering van het eigen vermogen
Opbrengsten en kosten hebben dus invloed op het resultaat (winst of verlies).
- Opbrengsten zijn niet per se ontvangen en kosten niet per se uitgegeven
- “De huurkosten voor de eerste 6 maanden van 2010 zijn €15000.”
Transitoria: opbrengsten en kosten waarvan de ontvangst respectieveliijk de betaling plaatsvindt in
de periode waarop de opbrengsten en kosten betrekking hebben.
Accrual-accounting: het verwerken van de gevolgen van transacties (financiële feiten) in het boekjaar,
waarin zij zich voordoen en niet wanneer de daarmee samenhangende uitgaven worden gedaan of
de liquide middelen worden ontvangen.
Ontvangsten en uitgaven hebben invloed op de hoeveelheid liquide middelen (bank en kas) en
komen terug op de balans.
- Leiden tot een verandering van kas en/of bank
- Geld is daadwerkelijk overgemaakt
- “Op 8 november heb ik de huur voor onze winkelpanden overgemaakt.”
Transitorische posten:
- Vooruitontvangen bedragen: ontvangst gaat vooraf aan de verwerking van de opbrengst
(verplichting aan andere partij) = uitstelpost (eerder), credit
- Nog te ontvangen bedragen: ontvangst vindt plaats nadat de opbrengst is verwerkt =
anticipatiepost (later), debet
Matchingbeginsel: er is sprake van een juiste matching als we de kosten in de winst-en-
verliesrekening verwerken op basis van een direct verband tussen deze kosten en de daarmee
samenhangende opbrengst.
In de w&v-rekening de inkoopwaarde van de omzet tegenover de omzet zetten: als we
goederen kopen, activeren we die tijdelijk op een balansrekening en pas bij verkoop en levering
brengen we zowel de opbrengsten als de kosten naar de w&v-rekening.
Ontvangst ≠ opbrengst
Als een onderneming een lening sluit, ontvangt de onderneming geld. Het sluiten van een lening
heeft geen gevolgen voor de w&v-rekening, hoewel er in de toekomst wel meer interest moet
worden betaald.
Opbrengst = ontvangst
Als een onderneming goederen contant verkoopt, vallen opbrengsten en ontvangsten samen.
Opbrengst ≠ ontvangst
Als een onderneming goederen verkoopt op rekening, kan de opbrengst in een andere periode vallen
dan de te ontvangen betaling.
, Kosten = uitgaven
Als bedrijfskosten betrekking hebben op een bepaalde periode en ook in die periode betaald worden,
zijn de kosten ook uitgaven van die periode.
Kosten ≠ uitgaven
Afschrijvingskosten zijn een voorbeeld van kosten die geen uitgaven zijn.
Uitgaven ≠ kosten
Investeringen in kapitaalgoederen, aflossingen van een lening of betalingen aan crediteuren,
winstuitkeringen, af te dragen omzetbelasting
Permanentie: toerekenen van opbrengsten en kosten aan de juiste periode (als een onderneming
een aantal keer per jaar een balans en w&v-rekening opstelt).
Kosten: de in geld gemeten waarde van de opgeofferde productiemiddelen (offers die noodzakelijk
zijn om een bedrijf te runnen).
Transitorische posten:
- Vooruitbetaalde bedragen: verzekeringspremies, tijdschrift abbonement, huren = uitstelpost
(eerder), debet
- Nog te betalen bedragen: interest van geldleningen = anticipatiepost (later), credit
Kosten en opbrengsten worden geboekt op de w&v-rekening en hebben invloed op het resultaat
(winst of verlies).
- Leiden tot een verandering van het eigen vermogen
Opbrengsten en kosten hebben dus invloed op het resultaat (winst of verlies).
- Opbrengsten zijn niet per se ontvangen en kosten niet per se uitgegeven
- “De huurkosten voor de eerste 6 maanden van 2010 zijn €15000.”
Transitoria: opbrengsten en kosten waarvan de ontvangst respectieveliijk de betaling plaatsvindt in
de periode waarop de opbrengsten en kosten betrekking hebben.
Accrual-accounting: het verwerken van de gevolgen van transacties (financiële feiten) in het boekjaar,
waarin zij zich voordoen en niet wanneer de daarmee samenhangende uitgaven worden gedaan of
de liquide middelen worden ontvangen.
Ontvangsten en uitgaven hebben invloed op de hoeveelheid liquide middelen (bank en kas) en
komen terug op de balans.
- Leiden tot een verandering van kas en/of bank
- Geld is daadwerkelijk overgemaakt
- “Op 8 november heb ik de huur voor onze winkelpanden overgemaakt.”
Transitorische posten:
- Vooruitontvangen bedragen: ontvangst gaat vooraf aan de verwerking van de opbrengst
(verplichting aan andere partij) = uitstelpost (eerder), credit
- Nog te ontvangen bedragen: ontvangst vindt plaats nadat de opbrengst is verwerkt =
anticipatiepost (later), debet
Matchingbeginsel: er is sprake van een juiste matching als we de kosten in de winst-en-
verliesrekening verwerken op basis van een direct verband tussen deze kosten en de daarmee
samenhangende opbrengst.
In de w&v-rekening de inkoopwaarde van de omzet tegenover de omzet zetten: als we
goederen kopen, activeren we die tijdelijk op een balansrekening en pas bij verkoop en levering
brengen we zowel de opbrengsten als de kosten naar de w&v-rekening.
Ontvangst ≠ opbrengst
Als een onderneming een lening sluit, ontvangt de onderneming geld. Het sluiten van een lening
heeft geen gevolgen voor de w&v-rekening, hoewel er in de toekomst wel meer interest moet
worden betaald.
Opbrengst = ontvangst
Als een onderneming goederen contant verkoopt, vallen opbrengsten en ontvangsten samen.
Opbrengst ≠ ontvangst
Als een onderneming goederen verkoopt op rekening, kan de opbrengst in een andere periode vallen
dan de te ontvangen betaling.
, Kosten = uitgaven
Als bedrijfskosten betrekking hebben op een bepaalde periode en ook in die periode betaald worden,
zijn de kosten ook uitgaven van die periode.
Kosten ≠ uitgaven
Afschrijvingskosten zijn een voorbeeld van kosten die geen uitgaven zijn.
Uitgaven ≠ kosten
Investeringen in kapitaalgoederen, aflossingen van een lening of betalingen aan crediteuren,
winstuitkeringen, af te dragen omzetbelasting