Stedelijke geografie Beknopte samenvatting teksten
Week 1
Internationale week
Week 2
Tuindorpen, tuingedachte Ebenezer Howard
Howard pleitte in zijn boek dat er nederzettingen zouden moeten komen buiten al de bestaande steden.
De nederzettingen moeten van enige afstand liggen van de steden en moeten van elkaar gescheiden door
groene gordels maar wel verbonden met elkaar door spoorwegen. Zodat werkende mensen ’s ochtends en
’s avonds tijdens het reizen kunnen genieten van de groene omgeving
Groen -> kreeg een betekenis/functie:
- Het zorgde voor ontspanning voor vermoeide werkers
- Het zorgde voor een scheiding tussen de sociale lagen van de bevolking in de tuinstand zonder al
te veel problemen (arbeiders achter de heg vallen minder op)
Er ontstonden tuinsteden
Voorbeeld: de gedachte van Howard kwam uit de gevangenis, gevangenen kregen daar planten in hun cel
om de planten te verzorgen en zo gevoeliger te worden, in eerste instantie werkte het niet maar de
gedachte van de gevangene veranderde en zo ontstond zo de gevoelige kant en werden de planten
verzorgd.
De leefomgeving moest aan de bewoner beschutting en intimiteit bieden
- Geen rechte straten, maar kronkelende
- Huizen moesten van elkaar gescheiden worden d.m.v. groenstroken, heggen en tuinen
- Geen bleekneusjes meer, maar gezonde gebruinde kinderen en volwassen
- De grondprijzen waren nog onvoldoende laag om zonder al te grote problemen een nieuwe stad
te realiseren
Na de WOI was de tuindorp gedachte razend populair
Ontstaan:
- Philipsdorp te Eindhoven
- Heyplaat te Rotterdam
- Lansink in Hengelo
- Elinkwijk te Utrecht
De plannen van de tuindorpen werden pas uitgevoerd in 1918
- In de periode tussen WOI en WOII zijn er weinig van deze wijken gebouwd
- Het ging wel nog steeds om het voorzien van groenvoorzieningen in de steden
- Een ding gemeen: stadsplanning
Week 3
Wederopbouw en hoog moderniteit
1900 – 1950
Jaren’20 ontstond de verkeersdrukte, velen lopen dwars over straat, die nog het domein van de
voetganger is, in deze periode werd de basis gelegd van hetgeen wat momenteel beschikbaar is aan
technische en maatschappelijke verworvenheden, die met name gelden voor de stedenbouw, de
volkshuisvesting en de ruimtelijke planning
Een aantal lijnen uit de 19de eeuw vormen het maatschappelijke en stedebouwkundige patroon voor de
ontwikkeling van de stad en de stedelijke bouwkunde in de 20ste eeuw:
1. Steden blijven maar groeien -> uitbreidingsplannen
2. Stedenbouwkunde als een langlopend proces van hygienisering van de gebouwde omgeving ->
gezonde leefomgeving
1
Week 1
Internationale week
Week 2
Tuindorpen, tuingedachte Ebenezer Howard
Howard pleitte in zijn boek dat er nederzettingen zouden moeten komen buiten al de bestaande steden.
De nederzettingen moeten van enige afstand liggen van de steden en moeten van elkaar gescheiden door
groene gordels maar wel verbonden met elkaar door spoorwegen. Zodat werkende mensen ’s ochtends en
’s avonds tijdens het reizen kunnen genieten van de groene omgeving
Groen -> kreeg een betekenis/functie:
- Het zorgde voor ontspanning voor vermoeide werkers
- Het zorgde voor een scheiding tussen de sociale lagen van de bevolking in de tuinstand zonder al
te veel problemen (arbeiders achter de heg vallen minder op)
Er ontstonden tuinsteden
Voorbeeld: de gedachte van Howard kwam uit de gevangenis, gevangenen kregen daar planten in hun cel
om de planten te verzorgen en zo gevoeliger te worden, in eerste instantie werkte het niet maar de
gedachte van de gevangene veranderde en zo ontstond zo de gevoelige kant en werden de planten
verzorgd.
De leefomgeving moest aan de bewoner beschutting en intimiteit bieden
- Geen rechte straten, maar kronkelende
- Huizen moesten van elkaar gescheiden worden d.m.v. groenstroken, heggen en tuinen
- Geen bleekneusjes meer, maar gezonde gebruinde kinderen en volwassen
- De grondprijzen waren nog onvoldoende laag om zonder al te grote problemen een nieuwe stad
te realiseren
Na de WOI was de tuindorp gedachte razend populair
Ontstaan:
- Philipsdorp te Eindhoven
- Heyplaat te Rotterdam
- Lansink in Hengelo
- Elinkwijk te Utrecht
De plannen van de tuindorpen werden pas uitgevoerd in 1918
- In de periode tussen WOI en WOII zijn er weinig van deze wijken gebouwd
- Het ging wel nog steeds om het voorzien van groenvoorzieningen in de steden
- Een ding gemeen: stadsplanning
Week 3
Wederopbouw en hoog moderniteit
1900 – 1950
Jaren’20 ontstond de verkeersdrukte, velen lopen dwars over straat, die nog het domein van de
voetganger is, in deze periode werd de basis gelegd van hetgeen wat momenteel beschikbaar is aan
technische en maatschappelijke verworvenheden, die met name gelden voor de stedenbouw, de
volkshuisvesting en de ruimtelijke planning
Een aantal lijnen uit de 19de eeuw vormen het maatschappelijke en stedebouwkundige patroon voor de
ontwikkeling van de stad en de stedelijke bouwkunde in de 20ste eeuw:
1. Steden blijven maar groeien -> uitbreidingsplannen
2. Stedenbouwkunde als een langlopend proces van hygienisering van de gebouwde omgeving ->
gezonde leefomgeving
1