HC 4 6/9/22
Erfelijkheid
- Chromosoom elke cel 46, elk paar 1 staafje moeder 1 staafje vader
- DNA vingerafdrukken
- Genen
Fenotype
- Observeerbare kenmerken van een persoon
- Zelf invloed op haar verven
Genotype
- De verzameling van eigenschappen van een persoon die is geërfd van de ouders
Ezelsbruggetje (gen genotype = erfelijk)
Bouw van de hersenen
Ontwikkelen van achter naar voor en binnen naar buiten
- Achterhoofd kwab: visuele verwerking (zicht)
- Pariëtaal kwab: pijn, tast
- Frontale kwab: nadenken leren (denken, stoppen, concentreren, gedrag)
Bouw van de zenuwcel (neuron)
Ervaringen ontwikkelen
- Dendriet: ontvangers van prikkels (sensorisch) horen, proeven, ruiken, zien
- Axon:
- Myeline: zorgt voor snelheid van de sensorische informatie door het neuron
- Synaps: verbind met andere neuron
Neurale netwerken ontstaan door verbinding van neuronen
Rijping van het zenuwstelsel
Zenuwcellen gaan zich verbinden met elkaar en specialiseren differentiëren
Flexibiliteit van het zenuwstelsel
Brein bestaat uit 2 hersenhelften
- Hemisfeerspecialisatie = beide hersenhelften hebben eigen functie/specialisatie
- Lateralisatie = rijpingsproces specialisatie hersenhelften specifieke functie