Ontwikkelingspsychologie
Bestudeert de groei, verandering en stabiliteit van de ontwikkeling van conceptie tot
adolescentie (0 – 23 jaar)
Visies op normaliteit:
1. Statisch model
2. Medisch model
3. Normatieve model
4. Adaptieve / Subjectieve model
Gebieden van ontwikkeling:
Fysieke en motorische ontwikkeling
Cognitieve ontwikkeling: intellectuele vermogens (leren, geheugen, probleem oplossen, intelligentie)
Persoonlijke en sociale ontwikkeling
Leeftijdsperiodes:
Babytijd: geboorte tot 3 jaar
Fysieke en motorische ontwikkeling:
- toename lengte & gewicht
- reiken naar objecten, grijpen
Cognitieve ontwikkeling:
- brabbelen, één-woordzinnen, taal
- objectpermanentie: iets is niet verdwenen als het niet zichtbaar is
Persoonlijke en sociale ontwikkeling:
- gezichtsuitdrukking, emoties weergeven
- hechting
Peuter- & kleutertijd: 3 tot 6 jaar
Fysieke en motorische ontwikkeling:
- taalvaardigheid
- toename in lengte & gewicht
- verbetering grove en fijne motoriek
Cognitieve ontwikkeling:
- taalvaardigheid
- ontwikkeling zelfbeeld
- concreet denken: moet tastbaar zijn, in realiteit waarnemen
Persoonlijke en sociale ontwikkeling:
- taalvaardigheid
,Basisschooltijd: 6 tot 12 jaar
Fysieke en motorische ontwikkeling:
- grove motoriek (fietsen, schaatsen)
Cognitieve ontwikkeling:
- moreel besef
- decentreren: denken vanuit verschillende invalshoeken niet meer zo egocentrisch
Persoonlijke en sociale ontwikkeling:
- decentreren: denken vanuit verschillende invalshoeken niet meer zo egocentrisch
Puberteit / Adolescentie: 12 tot 23 jaar
Fysieke en motorische ontwikkeling:
- seksualiteit
- groeispurt
Cognitieve ontwikkeling:
- identiteitsontwikkeling
- abstract denken
Persoonlijke en sociale ontwikkeling:
- opzoek naar autonomie
- seksualiteit
- identiteitsontwikkeling
- intieme vriendschappen
, Perspectieven op ontwikkeling
verschillende referentiekaders om gedrag te bekijken, te verklaren en te beïnvloeden
verklaren van gedrag in verschillende ontwikkelingsfasen
Evolutionair perspectief – Darwin
Gedrag als resultaat van (voor)ouders
Genetische factoren bepalen: fysieke kenmerken, gedrag & persoonlijkheid
Ethologische theorie: invloed biologische kenmerken op gedrag – Lorenz
Gedragsgenetica: effecten van erfelijkheid op gedrag – Galton
Psychodynamisch perspectief
Gedrag wordt bepaald door (onbewuste) innerlijke krachten, herinneringen en conflicten
Freud
Persoonlijkheid door psychoseksuele ontwikkeling
Behoeftebevrediging
Erikson
Persoonlijkheid door psychosociale ontwikkeling
Conflictoplossing
Behavioristisch perspectief – Watson
Waarneembaar gedrag wordt gecreëerd door externe stimuli
Klassieke conditionering – Pavlov
op bepaalde manier reageren op neutrale stimulus die dat normaal gesproken niet uitlokt
Operante conditionering – Skinner
respons wordt versterkt of verzwakt door associatie met positieve of negatieve consequenties
Sociaal- cognitieve leertheorie – Bandura
leren door het gedrag van anderen (modellen) te observeren imiteren
Cognitief perspectief
Denkprocessen: in staat om de wereld te kennen, te begrijpen & erover na te denken
Piaget
menselijk denken is opgebouwd uit schema’s
worden tijdens de ontwikkeling steeds abstracter en complexer
Informatieverwerkingstheorie
kwantitatieve verandering van kennis en begrip
Bestudeert de groei, verandering en stabiliteit van de ontwikkeling van conceptie tot
adolescentie (0 – 23 jaar)
Visies op normaliteit:
1. Statisch model
2. Medisch model
3. Normatieve model
4. Adaptieve / Subjectieve model
Gebieden van ontwikkeling:
Fysieke en motorische ontwikkeling
Cognitieve ontwikkeling: intellectuele vermogens (leren, geheugen, probleem oplossen, intelligentie)
Persoonlijke en sociale ontwikkeling
Leeftijdsperiodes:
Babytijd: geboorte tot 3 jaar
Fysieke en motorische ontwikkeling:
- toename lengte & gewicht
- reiken naar objecten, grijpen
Cognitieve ontwikkeling:
- brabbelen, één-woordzinnen, taal
- objectpermanentie: iets is niet verdwenen als het niet zichtbaar is
Persoonlijke en sociale ontwikkeling:
- gezichtsuitdrukking, emoties weergeven
- hechting
Peuter- & kleutertijd: 3 tot 6 jaar
Fysieke en motorische ontwikkeling:
- taalvaardigheid
- toename in lengte & gewicht
- verbetering grove en fijne motoriek
Cognitieve ontwikkeling:
- taalvaardigheid
- ontwikkeling zelfbeeld
- concreet denken: moet tastbaar zijn, in realiteit waarnemen
Persoonlijke en sociale ontwikkeling:
- taalvaardigheid
,Basisschooltijd: 6 tot 12 jaar
Fysieke en motorische ontwikkeling:
- grove motoriek (fietsen, schaatsen)
Cognitieve ontwikkeling:
- moreel besef
- decentreren: denken vanuit verschillende invalshoeken niet meer zo egocentrisch
Persoonlijke en sociale ontwikkeling:
- decentreren: denken vanuit verschillende invalshoeken niet meer zo egocentrisch
Puberteit / Adolescentie: 12 tot 23 jaar
Fysieke en motorische ontwikkeling:
- seksualiteit
- groeispurt
Cognitieve ontwikkeling:
- identiteitsontwikkeling
- abstract denken
Persoonlijke en sociale ontwikkeling:
- opzoek naar autonomie
- seksualiteit
- identiteitsontwikkeling
- intieme vriendschappen
, Perspectieven op ontwikkeling
verschillende referentiekaders om gedrag te bekijken, te verklaren en te beïnvloeden
verklaren van gedrag in verschillende ontwikkelingsfasen
Evolutionair perspectief – Darwin
Gedrag als resultaat van (voor)ouders
Genetische factoren bepalen: fysieke kenmerken, gedrag & persoonlijkheid
Ethologische theorie: invloed biologische kenmerken op gedrag – Lorenz
Gedragsgenetica: effecten van erfelijkheid op gedrag – Galton
Psychodynamisch perspectief
Gedrag wordt bepaald door (onbewuste) innerlijke krachten, herinneringen en conflicten
Freud
Persoonlijkheid door psychoseksuele ontwikkeling
Behoeftebevrediging
Erikson
Persoonlijkheid door psychosociale ontwikkeling
Conflictoplossing
Behavioristisch perspectief – Watson
Waarneembaar gedrag wordt gecreëerd door externe stimuli
Klassieke conditionering – Pavlov
op bepaalde manier reageren op neutrale stimulus die dat normaal gesproken niet uitlokt
Operante conditionering – Skinner
respons wordt versterkt of verzwakt door associatie met positieve of negatieve consequenties
Sociaal- cognitieve leertheorie – Bandura
leren door het gedrag van anderen (modellen) te observeren imiteren
Cognitief perspectief
Denkprocessen: in staat om de wereld te kennen, te begrijpen & erover na te denken
Piaget
menselijk denken is opgebouwd uit schema’s
worden tijdens de ontwikkeling steeds abstracter en complexer
Informatieverwerkingstheorie
kwantitatieve verandering van kennis en begrip