De tijd van Grieken en Romeinen
De Klassieke Oudheid begon toen er rond 1000 v.Chr. de eerste Grieks sprekende stammen zich vestigden
op de Pelopennesus. Maar omdat Troje, volgens de Ilias van Homerus, al rond 1600 vChr bestond, wordt
dit ook al tot de oudheid gerekend.
Rond 600 vChr werden de eerste landbouwgemeenschappen gegroeid tot De eerste Griekse
stadsstaten(Poleis, ev Polis). Het gezag hiervan rustte bij de adelijke elite. In de kern woonden zowel de
groot-grondbezitters als de kleine boeren. De twee grootste Poleis waren Sparta en Athene.
Sparta
Sparta ligt ten zuid-oosten van de Pelopennesus, zij waren iedereen de baas op de Pelopennesus. De eerste
slaven waren overwonnenen; zij werden als Horigen behandeld. Aan hen de taak om landbouw en veeteelt
af te staan aan de Spartanen. Sparta heeft dankzij een groot leger van 600 tot 300 een grote rol gespeeld in
Griekenland.
De Spartaanse Burgers noemden zich de gelijken; zij hadden gelijkheid in recht en plicht. Ze stelden hun
leven in dienst van de Polis. Vanaf hun 7e leefden de jongetjes in groepen van ca 15 mannen, die een
eenheid vormden.
Sparta werd bestuurd door een raad van mannelijke adel en Twee koningen. Volwassen Spartanen
mochten stemmen in de volksvergaderingen; niet discussieren. De adel had altijd het laatste zegje.
Athene
Rond 600 vChr bedacht de wetgever Solon een nieuw politiek systeem. Hij deelde de Atheners op in 4
vermogensklassen. De 4 vermogensklassen zijn de Pentakosiomedimnoi, de Hippeis, de Zeugitai en de
Thétes.
Solon bepaalde dat de volksvergadering kon optreden als hof van beroep bij de vonnissen van de adellijke
bestuurders; zij kozen de ambtenaren die specifieke taken hadden. Een te grote machtsconcentratie werd
voorkomen door Collegialiteit(meerdere ambtenaren voor een taak) en door de toezegging als ambt voor
maximaal 1 jaar. Ondanks dit wisten soms toch mensen de macht te grijpen; dit werd voortaan voorkomen
door elk jaar op een vaste datum een verbanningskwestie te houden.
Cultuur
- De taal; sprak je geen Grieks; dan was je een barbaar
- De spelen; vooral die van Olympia
- Andere wedstrijden als zang- en declamatie
- Literatuur
- Goden
- De verstedelijking; als voorloper op huizen en tempels(Dorische en Ionische)
De goden
Zeus: oppergod, broer van Poseidon en Hades
Hera: vrouw en zus van Zeus, moeder van Ares en Hephaestus. Beschermer van Huwelijk en Gezin
Aphrodite: godin van de liefde
Apollo: Zoon van Zeus en Leto. De Lichtgod, voorspelling avn waarzeggerij
1 H2, tijd van Grieken en Romeinen(3000 v. Chr- 500 n. Chr
De Klassieke Oudheid begon toen er rond 1000 v.Chr. de eerste Grieks sprekende stammen zich vestigden
op de Pelopennesus. Maar omdat Troje, volgens de Ilias van Homerus, al rond 1600 vChr bestond, wordt
dit ook al tot de oudheid gerekend.
Rond 600 vChr werden de eerste landbouwgemeenschappen gegroeid tot De eerste Griekse
stadsstaten(Poleis, ev Polis). Het gezag hiervan rustte bij de adelijke elite. In de kern woonden zowel de
groot-grondbezitters als de kleine boeren. De twee grootste Poleis waren Sparta en Athene.
Sparta
Sparta ligt ten zuid-oosten van de Pelopennesus, zij waren iedereen de baas op de Pelopennesus. De eerste
slaven waren overwonnenen; zij werden als Horigen behandeld. Aan hen de taak om landbouw en veeteelt
af te staan aan de Spartanen. Sparta heeft dankzij een groot leger van 600 tot 300 een grote rol gespeeld in
Griekenland.
De Spartaanse Burgers noemden zich de gelijken; zij hadden gelijkheid in recht en plicht. Ze stelden hun
leven in dienst van de Polis. Vanaf hun 7e leefden de jongetjes in groepen van ca 15 mannen, die een
eenheid vormden.
Sparta werd bestuurd door een raad van mannelijke adel en Twee koningen. Volwassen Spartanen
mochten stemmen in de volksvergaderingen; niet discussieren. De adel had altijd het laatste zegje.
Athene
Rond 600 vChr bedacht de wetgever Solon een nieuw politiek systeem. Hij deelde de Atheners op in 4
vermogensklassen. De 4 vermogensklassen zijn de Pentakosiomedimnoi, de Hippeis, de Zeugitai en de
Thétes.
Solon bepaalde dat de volksvergadering kon optreden als hof van beroep bij de vonnissen van de adellijke
bestuurders; zij kozen de ambtenaren die specifieke taken hadden. Een te grote machtsconcentratie werd
voorkomen door Collegialiteit(meerdere ambtenaren voor een taak) en door de toezegging als ambt voor
maximaal 1 jaar. Ondanks dit wisten soms toch mensen de macht te grijpen; dit werd voortaan voorkomen
door elk jaar op een vaste datum een verbanningskwestie te houden.
Cultuur
- De taal; sprak je geen Grieks; dan was je een barbaar
- De spelen; vooral die van Olympia
- Andere wedstrijden als zang- en declamatie
- Literatuur
- Goden
- De verstedelijking; als voorloper op huizen en tempels(Dorische en Ionische)
De goden
Zeus: oppergod, broer van Poseidon en Hades
Hera: vrouw en zus van Zeus, moeder van Ares en Hephaestus. Beschermer van Huwelijk en Gezin
Aphrodite: godin van de liefde
Apollo: Zoon van Zeus en Leto. De Lichtgod, voorspelling avn waarzeggerij
1 H2, tijd van Grieken en Romeinen(3000 v. Chr- 500 n. Chr