Nederlands Basiskennis Taalonderwijs Hoofdstuk 2,5,6 en 11
Hoofdstuk 2:
Een taalronde is een manier van werken waarin veel domeinen van het taalonderwijs samenkomen.
Een leerkracht moet kennis hebben over de verschillende onderdelen van het taalonderwijs.
De meeste scholen besteden 8 uur per week aan taalonderwijs.
5 argumenten om apart onderwijs in taal te geven:
1. Schriftelijke taalvaardigheid leren kinderen niet spontaan.
2. Niet alle kinderen kunnen zelfstandig een bepaald niveau van taalvaardigheid eigen maken.
3. Je leert op school een ander soort taalgebruik.
4. Bepaalde taalvormen leer je alleen door het krijgen van taalonderwijs.
5. Aandacht besteden in plezier hebben in lezen.
Bij anderstalige kinderen moet je speciaal aandacht besteden aan elementaire communicatie of het
vergroten van de woordenschat.
Standaardnederlands is de officiële taal in Nederland.
Bij het Standaardnederlands ligt de nadruk op goed formuleren en het verzorgd uitspreken van de
taal.
Taalonderwijs is vooral veel schrijven en overschrijven.
Traditioneel taalonderwijs = het lesgeven met behulp van een methode.
Het woord traditioneel geeft aan dat het de oudste en meest gangbare manier van taalonderwijs is.
De verdeling in domeinen heeft betrekking op het taalonderwijs vanaf groep 3.
In de wet op het basisonderwijs zijn taalonderwijs zijn de volgende kerndoelen opgenomen:
1. Mondeling onderwijs
2. Schriftelijk onderwijs
3. Taalbeschouwing, waaronder strategieën
Indeling volgens de kennisbasis:
1. Mondelinge taalvaardigheid
2. Woordenschat
3. Beginnende geletterdheid
4. Voortgezet technisch lezen
5. Begrijpend lezen
, 6. Stellen
7. Jeugdliteratuur
8. Taalbeschouwing
9. Spelling
Wat je in de kleutergroepen doet aan de schriftelijke taalontwikkeling valt binnen de beginnende
geletterdheid.
In het dagelijks leven kennen we alleen een tweedeling in schriftelijk en mondeling taalgebruik.
Door de opsplitsing in domeinen houd je een beter overzicht.
Bij het domein mondelinge taalvaardigheid staat het spreken en luisteren en het voeren van allerlei
mondelinge gespreksvormen centraal.
Het domein mondelinge taalvaardigheid wordt ook wel spreken en luisteren genoemd en sommige
methoden hebben dit opgesplitst.
Bij het domein woordenschat gaat het om het aanleren van de betekenis van nieuwe woorden,
uitdrukkingen, zegswijzen en spreekwoorden.
De ontwikkeling van de woordenschat hangt nauw samen met de mondelinge taalontwikkeling.
Geletterdheid = het vermogen om schriftelijke taal te begrijpen en te gebruiken.
Ontwikkeling van de geletterdheid:
1. Ontluikende geletterdheid
2. Beginnende geletterdheid
3. Gevorderde geletterdheid
Ontluikende geletterdheid = de ontwikkeling van de geletterdheid in de voorschoolse periode van 0
tot 4 jaar.
Beginnende geletterdheid = de ontwikkeling van de geletterdheid in de groepen 1 tot en met 3.
Gevorderde geletterdheid = de ontwikkeling van de geletterdheid na groep 3.
De kennisbasis wordt als apart domein behandeld om recht te doen aan de specifieke werkwijze in
de onderbouw van het basisonderwijs.
Aanvankelijk lezen = het leren lezen in groep 3.
Voortgezet lezen = het leesonderwijs na groep 3.
Bij het aanvankelijk lezen willen we kinderen de beginselen van het leren lezen bijbrengen. Ze
moeten leren welke letters er zijn en ze moeten eenvoudige woorden hardop lezen.
Technisch lezen = het kunnen ontcijferen van de letters, hardop lezen van woorden en efficiënte
strategieën.
Hoofdstuk 2:
Een taalronde is een manier van werken waarin veel domeinen van het taalonderwijs samenkomen.
Een leerkracht moet kennis hebben over de verschillende onderdelen van het taalonderwijs.
De meeste scholen besteden 8 uur per week aan taalonderwijs.
5 argumenten om apart onderwijs in taal te geven:
1. Schriftelijke taalvaardigheid leren kinderen niet spontaan.
2. Niet alle kinderen kunnen zelfstandig een bepaald niveau van taalvaardigheid eigen maken.
3. Je leert op school een ander soort taalgebruik.
4. Bepaalde taalvormen leer je alleen door het krijgen van taalonderwijs.
5. Aandacht besteden in plezier hebben in lezen.
Bij anderstalige kinderen moet je speciaal aandacht besteden aan elementaire communicatie of het
vergroten van de woordenschat.
Standaardnederlands is de officiële taal in Nederland.
Bij het Standaardnederlands ligt de nadruk op goed formuleren en het verzorgd uitspreken van de
taal.
Taalonderwijs is vooral veel schrijven en overschrijven.
Traditioneel taalonderwijs = het lesgeven met behulp van een methode.
Het woord traditioneel geeft aan dat het de oudste en meest gangbare manier van taalonderwijs is.
De verdeling in domeinen heeft betrekking op het taalonderwijs vanaf groep 3.
In de wet op het basisonderwijs zijn taalonderwijs zijn de volgende kerndoelen opgenomen:
1. Mondeling onderwijs
2. Schriftelijk onderwijs
3. Taalbeschouwing, waaronder strategieën
Indeling volgens de kennisbasis:
1. Mondelinge taalvaardigheid
2. Woordenschat
3. Beginnende geletterdheid
4. Voortgezet technisch lezen
5. Begrijpend lezen
, 6. Stellen
7. Jeugdliteratuur
8. Taalbeschouwing
9. Spelling
Wat je in de kleutergroepen doet aan de schriftelijke taalontwikkeling valt binnen de beginnende
geletterdheid.
In het dagelijks leven kennen we alleen een tweedeling in schriftelijk en mondeling taalgebruik.
Door de opsplitsing in domeinen houd je een beter overzicht.
Bij het domein mondelinge taalvaardigheid staat het spreken en luisteren en het voeren van allerlei
mondelinge gespreksvormen centraal.
Het domein mondelinge taalvaardigheid wordt ook wel spreken en luisteren genoemd en sommige
methoden hebben dit opgesplitst.
Bij het domein woordenschat gaat het om het aanleren van de betekenis van nieuwe woorden,
uitdrukkingen, zegswijzen en spreekwoorden.
De ontwikkeling van de woordenschat hangt nauw samen met de mondelinge taalontwikkeling.
Geletterdheid = het vermogen om schriftelijke taal te begrijpen en te gebruiken.
Ontwikkeling van de geletterdheid:
1. Ontluikende geletterdheid
2. Beginnende geletterdheid
3. Gevorderde geletterdheid
Ontluikende geletterdheid = de ontwikkeling van de geletterdheid in de voorschoolse periode van 0
tot 4 jaar.
Beginnende geletterdheid = de ontwikkeling van de geletterdheid in de groepen 1 tot en met 3.
Gevorderde geletterdheid = de ontwikkeling van de geletterdheid na groep 3.
De kennisbasis wordt als apart domein behandeld om recht te doen aan de specifieke werkwijze in
de onderbouw van het basisonderwijs.
Aanvankelijk lezen = het leren lezen in groep 3.
Voortgezet lezen = het leesonderwijs na groep 3.
Bij het aanvankelijk lezen willen we kinderen de beginselen van het leren lezen bijbrengen. Ze
moeten leren welke letters er zijn en ze moeten eenvoudige woorden hardop lezen.
Technisch lezen = het kunnen ontcijferen van de letters, hardop lezen van woorden en efficiënte
strategieën.