Week 1
HC 1: Inleiding
Syfilis: kraakbeen verdwijnt → platte neus
Buiktyfus: dragerschap met salmonella
Reumatische ziektes
- Reumatoïde artritis
- Spondylartritis
o Axiale spondylartritis
o Artritis psoriatica
o Reactieve artritits
o Bij colitis ulceroa en m. Crohn
o Ongediff
- JIA
o Subtypen
- Sarcoïdose
- Kristalartopathie
o Jicht
o Pseudojicht
- Systeemziekten
o SLE
o M. Sjögren
o MCTD, UCTD
o Polydermatomyositis
Overig
- Vasculitis
o Artritis temporalis
, ▪ Polymyalgie reumatica
o PAN
o (E) GPA
o Infectieus
- Infectieze artritis
o Bacteriële artritis
▪ Septisch
▪ Borreliose
o Viraal
▪ Parvo B19
- Paraneoplastisch
Sclerodermie
- Fibrosering van bindweefsel en microangiopathie
o Huid, Raynaud
o Long
o Maag- en darmproblemen
- Behandeling: SCT (mortaliteit 10%)
- Snel progressief
,HC 2: epidemiologie reumatische ziekten
Traditioneel
- Reumatologie: ziekten van bindweefsel en het bewegingsapparaat, incl. Systematische auto-
immuunziekten en vasculitis
- Klinische immunologie: auto-immuniteit, auto-inflammatie, immuundeficiëntie, allergie, en -
transplantatie-immunologie
- Orgaan-specifieke medische specialisme: orgaan-specifieke/ontstekingsziekten
Huidige trends
- Steeds meer overlap
- Onderliggende immuun mechanismen worden belangrijker omdat steeds meer
behandelingen die specifiek ingrijpen op een mechanisme beschikbaar komen
De meeste individuele aandoeningen zijn zeldzaam maar,
- Als je ze bij elkaar voegt dan gaat het om een veelvoorkomend probleem
- Het probleem wordt steeds groter vanwege..
Auto-immuniteit
- Vermindering van zelf-tolerantie: verworven immuunsysteem richt zich tegen auto-
antigenen (auto-Ag)
- Auto-reactieve T-lymfocyten en/of autoantistoffen geproduceerd door auto reactieve B-
lymfocyten die
o Onvoldoende verwijderd worden in de thymus (T-cellen) of het beenmerg (B-cellen)
o Onvoldoende verwijderd worden in de periferie van het lichaam
o Onvoldoende in bedwang gehouden worden door regulatoire T-cellen (Tregs)
- Kan geïnduceerd worden door autoAg of lichaamsvreemd Ag (de opgewerkte antistoffen
kruisreageren met augoAg)
o Lichaamsvreemd: microben, allergenen, medicijnen, tumorcellen. Etc.
- Meestal erfelijk: (monogenetisch of polygenetisch) maar dat is niet altijd duidelijk uit de
familiegeschiedenis vanwege
o De novo mutaties: vaak bij monogenetische aandoeningen
o Mosaïcisme: mutaties niet aanwezig in alle cellen
o Polygenetische AIZ zijn complex en kunnen zich verschillend presenteren in
verschillende familieleden
- De meeste AIZ zijn geassocieerd met Human Leukocyte Antigen (HLA) type
o HLA antigenen (in membraan van alle cellen met een kern verankerd) zijn
verantwoordelijk voor Ag presentatie en regulatie van het verworven
immuunsysteem
o Onduidelijk waarom sommige HLA types geassocieerd zijn met AIZ en andere niet
Auto-reactieve T- en B-cellen
- Auto-reactieve T-cellen
o Bijna altijd aanwezig in AIZ
o Moeilijk te meten
- Autoantistoffen
o Ook bijna altijd aanwezig maar aanwezigheid niet altijd geassocieerd met AIZ
, ▪ Ook aanwezig in gezonde mensen, vooral wanneer zij een infectie, andere
ziekte, of trauma doormaken
▪ Aanwezigheid neemt toe met de leeftijd
o Kan wel gemeten worden, en aanwezigheid en/of concentratie voorspelt meestal
huidige of toekomstige AIZ
Autoantistoffen
Autoimmuunziekten
- Of iemand ziek wordt van een autoimmuunziekte hangt af van
o Sterkte en kwaliteit van de autoimmmuunreactie
o Hoeveel Ag beschikbaar is voor de autoreactieve cellen/antistoffen
o Het type hypersensitiviteitsreactie wat ontstaat
▪ Type I: IgE allergische reactie (acuut, maar meer bij atopie)
▪ Type II: As bindt aan celmembraanantigeen → cel wordt vernietigd
▪ Type III: As-Ag complexen → worden afgezet in weefsels
▪ Type IV: vertraagde hypersensitiviteit na memory Th1 cellen
▪ Type V: versterking of inhibitie van cel-signalering nadat As gebonden is aan
celmembraanreceptor: bijv. TSH-R → T3/T4 productie (Graves)
- Resulteert in weefsel/orgaanschade of dysfunctie met of zonder ontsteking. Ontsteking
ontstaat wanneer endogene ‘stress-associated molecular patterns ‘ (SAMPs) geactiveerd
worden. Aangeboren immuniteit draagt daarom vaak bij aan AIZ.
Autoinflammatoire ziekten (AIFZ)
- Chronische ontsteking die niet afhangt van Ag (geen auto-reactieve T- of B-cellen, geen
autoAg)
- Prominente rol van het aangeboren immuunsysteem (maar lymfocyten kunnen een bijdrage
leveren)
o Abnormale activatie van het aangeboren immuunsysteem
o Inadequate resolutie van de ontsteking
- Meestal erfelijk (monogenetisch of polygenetisch) maar niet altijd duidelijk uit
familiegeschiedenis om dezelfde rendenen als AIZ; meestal niet HLA-geassocieerd
- Periodieke koortssyndromen als eerste beschreven, maar lijst van AIFZ die geen koorts
veroorzaken groot gestaag
Spectrum verworven aangeboren
, Epidemiologie
- AIZ clusteren vaak binnen individu en/of familie door:
o Gedeelde genen
▪ HLA types
▪ Polymorfismen van andere genen die met immuunsystemen te maken
hebben
o Gedeelde omgevingsfactoren, zoals blootstelling aan pathogenen, dieet, en
microbioom
o Maar: >50% van AIZ kan niet verklaard worden, soms geen overeenkomst in
tweelingen: verschillen in blootstelling en epigenetische effecten spelen ook een rol?
- Meerdere AIZ in één individu/familie komt vaak voor
- Hogere AIZ prevalentie in vrouwen dan in mannen:
o Rol vrouwelijke geslachtshormonen?
Polygentetische AIZ: systemisch, vasculair/bloed
Polygenetische AIZ: orgaan-specifiek
HC 1: Inleiding
Syfilis: kraakbeen verdwijnt → platte neus
Buiktyfus: dragerschap met salmonella
Reumatische ziektes
- Reumatoïde artritis
- Spondylartritis
o Axiale spondylartritis
o Artritis psoriatica
o Reactieve artritits
o Bij colitis ulceroa en m. Crohn
o Ongediff
- JIA
o Subtypen
- Sarcoïdose
- Kristalartopathie
o Jicht
o Pseudojicht
- Systeemziekten
o SLE
o M. Sjögren
o MCTD, UCTD
o Polydermatomyositis
Overig
- Vasculitis
o Artritis temporalis
, ▪ Polymyalgie reumatica
o PAN
o (E) GPA
o Infectieus
- Infectieze artritis
o Bacteriële artritis
▪ Septisch
▪ Borreliose
o Viraal
▪ Parvo B19
- Paraneoplastisch
Sclerodermie
- Fibrosering van bindweefsel en microangiopathie
o Huid, Raynaud
o Long
o Maag- en darmproblemen
- Behandeling: SCT (mortaliteit 10%)
- Snel progressief
,HC 2: epidemiologie reumatische ziekten
Traditioneel
- Reumatologie: ziekten van bindweefsel en het bewegingsapparaat, incl. Systematische auto-
immuunziekten en vasculitis
- Klinische immunologie: auto-immuniteit, auto-inflammatie, immuundeficiëntie, allergie, en -
transplantatie-immunologie
- Orgaan-specifieke medische specialisme: orgaan-specifieke/ontstekingsziekten
Huidige trends
- Steeds meer overlap
- Onderliggende immuun mechanismen worden belangrijker omdat steeds meer
behandelingen die specifiek ingrijpen op een mechanisme beschikbaar komen
De meeste individuele aandoeningen zijn zeldzaam maar,
- Als je ze bij elkaar voegt dan gaat het om een veelvoorkomend probleem
- Het probleem wordt steeds groter vanwege..
Auto-immuniteit
- Vermindering van zelf-tolerantie: verworven immuunsysteem richt zich tegen auto-
antigenen (auto-Ag)
- Auto-reactieve T-lymfocyten en/of autoantistoffen geproduceerd door auto reactieve B-
lymfocyten die
o Onvoldoende verwijderd worden in de thymus (T-cellen) of het beenmerg (B-cellen)
o Onvoldoende verwijderd worden in de periferie van het lichaam
o Onvoldoende in bedwang gehouden worden door regulatoire T-cellen (Tregs)
- Kan geïnduceerd worden door autoAg of lichaamsvreemd Ag (de opgewerkte antistoffen
kruisreageren met augoAg)
o Lichaamsvreemd: microben, allergenen, medicijnen, tumorcellen. Etc.
- Meestal erfelijk: (monogenetisch of polygenetisch) maar dat is niet altijd duidelijk uit de
familiegeschiedenis vanwege
o De novo mutaties: vaak bij monogenetische aandoeningen
o Mosaïcisme: mutaties niet aanwezig in alle cellen
o Polygenetische AIZ zijn complex en kunnen zich verschillend presenteren in
verschillende familieleden
- De meeste AIZ zijn geassocieerd met Human Leukocyte Antigen (HLA) type
o HLA antigenen (in membraan van alle cellen met een kern verankerd) zijn
verantwoordelijk voor Ag presentatie en regulatie van het verworven
immuunsysteem
o Onduidelijk waarom sommige HLA types geassocieerd zijn met AIZ en andere niet
Auto-reactieve T- en B-cellen
- Auto-reactieve T-cellen
o Bijna altijd aanwezig in AIZ
o Moeilijk te meten
- Autoantistoffen
o Ook bijna altijd aanwezig maar aanwezigheid niet altijd geassocieerd met AIZ
, ▪ Ook aanwezig in gezonde mensen, vooral wanneer zij een infectie, andere
ziekte, of trauma doormaken
▪ Aanwezigheid neemt toe met de leeftijd
o Kan wel gemeten worden, en aanwezigheid en/of concentratie voorspelt meestal
huidige of toekomstige AIZ
Autoantistoffen
Autoimmuunziekten
- Of iemand ziek wordt van een autoimmuunziekte hangt af van
o Sterkte en kwaliteit van de autoimmmuunreactie
o Hoeveel Ag beschikbaar is voor de autoreactieve cellen/antistoffen
o Het type hypersensitiviteitsreactie wat ontstaat
▪ Type I: IgE allergische reactie (acuut, maar meer bij atopie)
▪ Type II: As bindt aan celmembraanantigeen → cel wordt vernietigd
▪ Type III: As-Ag complexen → worden afgezet in weefsels
▪ Type IV: vertraagde hypersensitiviteit na memory Th1 cellen
▪ Type V: versterking of inhibitie van cel-signalering nadat As gebonden is aan
celmembraanreceptor: bijv. TSH-R → T3/T4 productie (Graves)
- Resulteert in weefsel/orgaanschade of dysfunctie met of zonder ontsteking. Ontsteking
ontstaat wanneer endogene ‘stress-associated molecular patterns ‘ (SAMPs) geactiveerd
worden. Aangeboren immuniteit draagt daarom vaak bij aan AIZ.
Autoinflammatoire ziekten (AIFZ)
- Chronische ontsteking die niet afhangt van Ag (geen auto-reactieve T- of B-cellen, geen
autoAg)
- Prominente rol van het aangeboren immuunsysteem (maar lymfocyten kunnen een bijdrage
leveren)
o Abnormale activatie van het aangeboren immuunsysteem
o Inadequate resolutie van de ontsteking
- Meestal erfelijk (monogenetisch of polygenetisch) maar niet altijd duidelijk uit
familiegeschiedenis om dezelfde rendenen als AIZ; meestal niet HLA-geassocieerd
- Periodieke koortssyndromen als eerste beschreven, maar lijst van AIFZ die geen koorts
veroorzaken groot gestaag
Spectrum verworven aangeboren
, Epidemiologie
- AIZ clusteren vaak binnen individu en/of familie door:
o Gedeelde genen
▪ HLA types
▪ Polymorfismen van andere genen die met immuunsystemen te maken
hebben
o Gedeelde omgevingsfactoren, zoals blootstelling aan pathogenen, dieet, en
microbioom
o Maar: >50% van AIZ kan niet verklaard worden, soms geen overeenkomst in
tweelingen: verschillen in blootstelling en epigenetische effecten spelen ook een rol?
- Meerdere AIZ in één individu/familie komt vaak voor
- Hogere AIZ prevalentie in vrouwen dan in mannen:
o Rol vrouwelijke geslachtshormonen?
Polygentetische AIZ: systemisch, vasculair/bloed
Polygenetische AIZ: orgaan-specifiek