Global Learning samenvatting Pluriforme samenleving
4.1 Wat is een pluriforme samenleving?
Pluriforme samenleving= samenleving waarin verschillen tussen mensen bestaan in levensstijl,
godsdienst en andere cultuurkenmerken
Cultuur= alle waarden, normen, gewoonten en andere cultuurkenmerken die mensen binnen een
groep of samenleving met elkaar delen
Normen en waarden zijn belangrijke cultuurkenmerken. Kunst, sport, muziek en feestdagen zijn ook
cultuurkenmerken. Bij de Nederland is dat bijv; de fiets en oliebollen eten met nieuwjaar.
Overheersende cultuur in een land dominante cultuur: alle waarden, normen, gewoonten en andere
cultuurkenmerken die de meerderheid van de bevolking met elkaar deelt. Bijv; gelijkwaardigheid
voor vrouwen
Nederland kent een traditie van tolerantie: acceptatie dat mensen anders zijn, doen of denken dan
jij. Zoals het homehuwelijk.
Je hebt ook subculturen: binnen een groep sommige waarden, normen, gewoonten en andere
cultuurkenmerken afwijken van de dominante cultuur. Bijv; moslims. Iedereen is onderdeel van
meerdere subculturen tegelijk bijv. een Friese zestienjarige gamer die een fanatieke supporter is van
zijn voetbalclub sc Heerenveen. Dat zijn al drie subculturen bij elkaar.
Tatoeages zijn onderdeel geworden van de dominante cultuur en was eerst vooral een subcultuur.
Roken is meer een subcultuur geworden. Dus het kan ook veranderen
Culturele diversiteit= veel verschillende subculturen en levensstijlen
Culturele diversiteit hangt samen met zes factoren:
- Woonomgeving (verschil tussen stad en dorp)
- Generatie (verschil ouderen en jongeren)
Ze hebben een ander referentiekader: alles wat je bezit aan kennis, ervaringen, normen,
waarden en gewoonten. Dit kan leiden tot onbegrip. Ouders vinden bijv. vaak dat
kinderen te vaak op hun telefoon kijken
- Maatschappelijke positie
Afhankelijk hiervan zijn er verschillen in leefstijl: manieren, eetgewoonten, taalgebruik,
vrijetijdsbesteding en culturele smaak. Een rechter heeft een andere leefstijl als een
glazenwasser.
- Gender (verschil man en vrouw)
Gender: culturele verschillen tussen mannen en vrouwen
Bijv: de manier van kleden. Dit heeft te maken met persoonlijke keuzes maar ook met
rolpatronen: algemene verwachtingen en opvattingen over hoe iemand zich hoort te
gedragen. Bijv. jongens stoer en meisjes zorgzaam
- Migratieachtergrond
Etnische subcultuur= wanneer mensen zich onderling verbonden voelen door een
gemeenschappelijk land van herkomst en de daarbij horende waarden, normen, gewoonten
en andere cultuurkenmerken
We spreken van personen met een Nederlandse achtergrond en migratieachtergrond.
- Godsdienst (hierbij horen specifieke opvattingen)
, Sommige kenmerken van de cultuur veranderen. Je mag bijv geen moord plegen. Op andere
gebieden zijn culturen voortdurend in ontwikkeling. Bijv. mode.
Cultuur is dynamisch en verschilt in de loop van de tijd, maar ook per plaats en per groep.
4.2 Worden wie je bent
Hoe word je wie je bent? Wordt je gedrag meer bepaald dor aangeboren of door aangeleerde
eigenschappen? Dit staat centraal in het nature-nurturedebat.
Nature-aanhangers denken dat vooral aangeboren eigenschappen ons gedrag bepalen. Bijv. wat je
seksuele voorkeur is. Nurture-aanhangers zeggen juist dat gedrag vooral aangeleerd is en dat de
omgeving en cultuur waarin je opgroeit bepalend zijn. Tegenwoordig denke mensen dat het een
wisselwerking is tussen aanleg en omgeving. Bij. De taal die je spreekt is aangeleerd en het vermogen
om te leren praten aangeboren.
Socialisatie= het proces waarbij mensen de waarden, normen en andere cultuurkenmerken leren van
de groep en de samenleving waarbij ze horen. Iedereen heeft hier mee te maken. Zonder socialisatie
zul je nooit functioneren in de samenleving.
Socialisatie vind plaats in je gezin, school, vriendenkring, geloofsgemeenschap en sportclub. Overheid
en media spelen ook een rol. Overheid stelt weten vast bijv. wildplassen. De media beïnvloed je ook
als je op tv alleen maar slanke vrouwen ziet ga je dit beschouwen als de norm en probeer je er
misschien ook uit te zien.
Socialiserende instituties= groepen en organisaties die specifieke waarden, normen en gewoonten
overdragen
Socialisatie vind plaats via:
- Imitatie
Vooral bij kinderen. Door mensen in hun directe omgeving na te doen
leren ze heel veel. Bijv. hoe je je broertje troost als die pijn heeft. Maar
ook wanneer middelbare scholieren de kledingstijl of taalgebruik van
klasgenoten overnemen, nemen ze door imitatie kenmerken van de
groep waartoe ze behoren
- Informatie
Behalve door imitatie leren we ook door informatie. Mensen geven
aanwijzingen en leren je dingen. Dit gebeurt overal op school, thuis
enz.. Om mee te komen in de samenleving is leren door overdracht
door informatie van belang.
- Sociale controle
Je weet hoe je je moet gedragen maar soms is er nog dwang voor nodig dat je het ook echt
doet. Sociale controle: manieren waarop mensen anderen stimuleren of dwingen zich aan de
geldende normen te houden Bijv. je zit te boeren tijdens het eten dan zeggen je ouders hier
iets van, als je je huiswerk maakt krijg je een compliment, als je de verjaardag van vriendin
vergeet word ze boos. Je krijgt dus voortdurend signalen van je omgeving, waarbij goed
gedrag word beloond en verkeerd gedrag bestraft.
Socialisatie leid uiteindelijk tot internalisatie: mensen maken hun waarden, normen en gewoonten
eigen en gaan zich automatisch gedragen zoals hun omgeving van hen verwacht. Bijv. aan de
rechterkant van de weg fietsen
4.1 Wat is een pluriforme samenleving?
Pluriforme samenleving= samenleving waarin verschillen tussen mensen bestaan in levensstijl,
godsdienst en andere cultuurkenmerken
Cultuur= alle waarden, normen, gewoonten en andere cultuurkenmerken die mensen binnen een
groep of samenleving met elkaar delen
Normen en waarden zijn belangrijke cultuurkenmerken. Kunst, sport, muziek en feestdagen zijn ook
cultuurkenmerken. Bij de Nederland is dat bijv; de fiets en oliebollen eten met nieuwjaar.
Overheersende cultuur in een land dominante cultuur: alle waarden, normen, gewoonten en andere
cultuurkenmerken die de meerderheid van de bevolking met elkaar deelt. Bijv; gelijkwaardigheid
voor vrouwen
Nederland kent een traditie van tolerantie: acceptatie dat mensen anders zijn, doen of denken dan
jij. Zoals het homehuwelijk.
Je hebt ook subculturen: binnen een groep sommige waarden, normen, gewoonten en andere
cultuurkenmerken afwijken van de dominante cultuur. Bijv; moslims. Iedereen is onderdeel van
meerdere subculturen tegelijk bijv. een Friese zestienjarige gamer die een fanatieke supporter is van
zijn voetbalclub sc Heerenveen. Dat zijn al drie subculturen bij elkaar.
Tatoeages zijn onderdeel geworden van de dominante cultuur en was eerst vooral een subcultuur.
Roken is meer een subcultuur geworden. Dus het kan ook veranderen
Culturele diversiteit= veel verschillende subculturen en levensstijlen
Culturele diversiteit hangt samen met zes factoren:
- Woonomgeving (verschil tussen stad en dorp)
- Generatie (verschil ouderen en jongeren)
Ze hebben een ander referentiekader: alles wat je bezit aan kennis, ervaringen, normen,
waarden en gewoonten. Dit kan leiden tot onbegrip. Ouders vinden bijv. vaak dat
kinderen te vaak op hun telefoon kijken
- Maatschappelijke positie
Afhankelijk hiervan zijn er verschillen in leefstijl: manieren, eetgewoonten, taalgebruik,
vrijetijdsbesteding en culturele smaak. Een rechter heeft een andere leefstijl als een
glazenwasser.
- Gender (verschil man en vrouw)
Gender: culturele verschillen tussen mannen en vrouwen
Bijv: de manier van kleden. Dit heeft te maken met persoonlijke keuzes maar ook met
rolpatronen: algemene verwachtingen en opvattingen over hoe iemand zich hoort te
gedragen. Bijv. jongens stoer en meisjes zorgzaam
- Migratieachtergrond
Etnische subcultuur= wanneer mensen zich onderling verbonden voelen door een
gemeenschappelijk land van herkomst en de daarbij horende waarden, normen, gewoonten
en andere cultuurkenmerken
We spreken van personen met een Nederlandse achtergrond en migratieachtergrond.
- Godsdienst (hierbij horen specifieke opvattingen)
, Sommige kenmerken van de cultuur veranderen. Je mag bijv geen moord plegen. Op andere
gebieden zijn culturen voortdurend in ontwikkeling. Bijv. mode.
Cultuur is dynamisch en verschilt in de loop van de tijd, maar ook per plaats en per groep.
4.2 Worden wie je bent
Hoe word je wie je bent? Wordt je gedrag meer bepaald dor aangeboren of door aangeleerde
eigenschappen? Dit staat centraal in het nature-nurturedebat.
Nature-aanhangers denken dat vooral aangeboren eigenschappen ons gedrag bepalen. Bijv. wat je
seksuele voorkeur is. Nurture-aanhangers zeggen juist dat gedrag vooral aangeleerd is en dat de
omgeving en cultuur waarin je opgroeit bepalend zijn. Tegenwoordig denke mensen dat het een
wisselwerking is tussen aanleg en omgeving. Bij. De taal die je spreekt is aangeleerd en het vermogen
om te leren praten aangeboren.
Socialisatie= het proces waarbij mensen de waarden, normen en andere cultuurkenmerken leren van
de groep en de samenleving waarbij ze horen. Iedereen heeft hier mee te maken. Zonder socialisatie
zul je nooit functioneren in de samenleving.
Socialisatie vind plaats in je gezin, school, vriendenkring, geloofsgemeenschap en sportclub. Overheid
en media spelen ook een rol. Overheid stelt weten vast bijv. wildplassen. De media beïnvloed je ook
als je op tv alleen maar slanke vrouwen ziet ga je dit beschouwen als de norm en probeer je er
misschien ook uit te zien.
Socialiserende instituties= groepen en organisaties die specifieke waarden, normen en gewoonten
overdragen
Socialisatie vind plaats via:
- Imitatie
Vooral bij kinderen. Door mensen in hun directe omgeving na te doen
leren ze heel veel. Bijv. hoe je je broertje troost als die pijn heeft. Maar
ook wanneer middelbare scholieren de kledingstijl of taalgebruik van
klasgenoten overnemen, nemen ze door imitatie kenmerken van de
groep waartoe ze behoren
- Informatie
Behalve door imitatie leren we ook door informatie. Mensen geven
aanwijzingen en leren je dingen. Dit gebeurt overal op school, thuis
enz.. Om mee te komen in de samenleving is leren door overdracht
door informatie van belang.
- Sociale controle
Je weet hoe je je moet gedragen maar soms is er nog dwang voor nodig dat je het ook echt
doet. Sociale controle: manieren waarop mensen anderen stimuleren of dwingen zich aan de
geldende normen te houden Bijv. je zit te boeren tijdens het eten dan zeggen je ouders hier
iets van, als je je huiswerk maakt krijg je een compliment, als je de verjaardag van vriendin
vergeet word ze boos. Je krijgt dus voortdurend signalen van je omgeving, waarbij goed
gedrag word beloond en verkeerd gedrag bestraft.
Socialisatie leid uiteindelijk tot internalisatie: mensen maken hun waarden, normen en gewoonten
eigen en gaan zich automatisch gedragen zoals hun omgeving van hen verwacht. Bijv. aan de
rechterkant van de weg fietsen