OG 1: Gastro-enterologie
Leerdoel 1: Wat houden de preventieve onderzoeken, gFOB en iFOB, in?
De iFOB-test (=immunochemische fecael occult bloed test) is een test voor alle mannen en vrouwen
tussen 56 en 74 jaar, deze krijgen om twee jaar een uitnodiging om de test uit te voeren. De iFOB-test
ziet eruit als een cilindervormig buisje met borsteltje. De test dient thuis uitgevoerd te worden en moet
hierna naar het labo gestuurd worden. Dit wordt onderzocht op bloedsporen. Binnen twee weken krijg
je de uitslag, ook de huisarts krijgt deze. Indien er meer bloed aanwezig is dan normaal, wordt de
patiënt doorverwezen naar een specialist, dit wil echter niet zeggen dat er kanker aanwezig is. Om dit
te onderzoeken word er een coloscopie uitgevoerd. Wanneer deze negatief blijkt te zijn, moet de
persoon pas 10 jaar later een nieuwe test uitvoeren. Het duurt gemiddeld tot 10 jaar vooraleer een
poliep, een uitstulping in de wand van de dikke darm, zich ontwikkelt tot een kwaadaardig gezwel. De
iFOB-test is gratis, maar heeft ook enkele nadelen. De patiënt heeft een vervaldatum en er moet een
drempelwaarde ingesteld worden. Ook kunnen er vals positieven voorkomen, dit wil zeggen dat de
bloeding een andere oorzaak heeft. De test kan ook vals negatieve waarden bekomen, dit gebeurd
wanneer de tumor niet bloed.
De gFOB-test (= guajaktesten) is een test die minder betrouwbaar is en waar ook een dieet gevolgd
moet worden om deze test te kunnen uitvoeren. Bij het eten van rood vlees en charcuterie kunnen er
vals positieven optreden. Vitamine C kan leiden tot vals negatieven. Bij de gFOB-test moeten er ook 3
stalen genomen worden, bij de iFOB-test moet er maar 1 genomen worden.
Leerdoel 2: Welke lichamelijke onderzoeken worden hier uitgevoerd?
aanvulling op de anamnese
- observatie: houding, algemeen beeld van de patiënt, mobiliteit en huid
- auscultatie= luisteren naar geluiden van de organen
- percussie= kloppen
- palpatie= voelen
Bij het lichamelijk onderzoek gaat men ook de lengte, het gewicht, de lichaamstemperatuur en de
bloeddruk vaststellen. Met de gegevens verkregen tijdens de anamnese en het lichamelijk onderzoek
kan een differentiële diagnose worden gemaakt. Het aanvullend onderzoek is bedoeld om hieromtrent
zekerheid te verkrijgen.
Observatie
- de mate van het ziek zijn
- de psychische toestand
- de bewustzijnstoestand
- afwijkingen in de lichaamshouding en in de vorm van de verschillende lichaamsonderdelen, mobiliteit
en stabiliteit
- het aspect van de huid en de slijmvliezen, afwijkingen, veranderingen en kleur
anemie: de patiënt lijkt wit
leverziekten: de patiënt lijkt geel
longziekten: patiënt lijkt blauw/grijs
- de voedingstoestand
- een afwijkende en/of hoorbare ademhaling, kortademigheid, hoesten en opgeven van sputum
- de geur van patiënten
Auscultatie
Bij auscultatie wordt met behulp van de stethoscoop geluisterd naar geluiden afkomstig van organen
in het lichaam, zoals de longen, hart of de ingewanden. Deze geluiden zijn bij iedereen ongeveer
gelijk. In geval van ziekte kunnen ze echter totaal van karakter veranderen, toenemen of afnemen. Het
vaststellen hiervan helpt bij de diagnostiek.
Percussie
Bij percussie klopt de arts met de vinger van de ene hand op de vinger van de andere hand. Het
geluid dat je maakt echoot terug. Afhankelijk van de dichtheid van de weefsels hoor je steeds een
Leerdoel 1: Wat houden de preventieve onderzoeken, gFOB en iFOB, in?
De iFOB-test (=immunochemische fecael occult bloed test) is een test voor alle mannen en vrouwen
tussen 56 en 74 jaar, deze krijgen om twee jaar een uitnodiging om de test uit te voeren. De iFOB-test
ziet eruit als een cilindervormig buisje met borsteltje. De test dient thuis uitgevoerd te worden en moet
hierna naar het labo gestuurd worden. Dit wordt onderzocht op bloedsporen. Binnen twee weken krijg
je de uitslag, ook de huisarts krijgt deze. Indien er meer bloed aanwezig is dan normaal, wordt de
patiënt doorverwezen naar een specialist, dit wil echter niet zeggen dat er kanker aanwezig is. Om dit
te onderzoeken word er een coloscopie uitgevoerd. Wanneer deze negatief blijkt te zijn, moet de
persoon pas 10 jaar later een nieuwe test uitvoeren. Het duurt gemiddeld tot 10 jaar vooraleer een
poliep, een uitstulping in de wand van de dikke darm, zich ontwikkelt tot een kwaadaardig gezwel. De
iFOB-test is gratis, maar heeft ook enkele nadelen. De patiënt heeft een vervaldatum en er moet een
drempelwaarde ingesteld worden. Ook kunnen er vals positieven voorkomen, dit wil zeggen dat de
bloeding een andere oorzaak heeft. De test kan ook vals negatieve waarden bekomen, dit gebeurd
wanneer de tumor niet bloed.
De gFOB-test (= guajaktesten) is een test die minder betrouwbaar is en waar ook een dieet gevolgd
moet worden om deze test te kunnen uitvoeren. Bij het eten van rood vlees en charcuterie kunnen er
vals positieven optreden. Vitamine C kan leiden tot vals negatieven. Bij de gFOB-test moeten er ook 3
stalen genomen worden, bij de iFOB-test moet er maar 1 genomen worden.
Leerdoel 2: Welke lichamelijke onderzoeken worden hier uitgevoerd?
aanvulling op de anamnese
- observatie: houding, algemeen beeld van de patiënt, mobiliteit en huid
- auscultatie= luisteren naar geluiden van de organen
- percussie= kloppen
- palpatie= voelen
Bij het lichamelijk onderzoek gaat men ook de lengte, het gewicht, de lichaamstemperatuur en de
bloeddruk vaststellen. Met de gegevens verkregen tijdens de anamnese en het lichamelijk onderzoek
kan een differentiële diagnose worden gemaakt. Het aanvullend onderzoek is bedoeld om hieromtrent
zekerheid te verkrijgen.
Observatie
- de mate van het ziek zijn
- de psychische toestand
- de bewustzijnstoestand
- afwijkingen in de lichaamshouding en in de vorm van de verschillende lichaamsonderdelen, mobiliteit
en stabiliteit
- het aspect van de huid en de slijmvliezen, afwijkingen, veranderingen en kleur
anemie: de patiënt lijkt wit
leverziekten: de patiënt lijkt geel
longziekten: patiënt lijkt blauw/grijs
- de voedingstoestand
- een afwijkende en/of hoorbare ademhaling, kortademigheid, hoesten en opgeven van sputum
- de geur van patiënten
Auscultatie
Bij auscultatie wordt met behulp van de stethoscoop geluisterd naar geluiden afkomstig van organen
in het lichaam, zoals de longen, hart of de ingewanden. Deze geluiden zijn bij iedereen ongeveer
gelijk. In geval van ziekte kunnen ze echter totaal van karakter veranderen, toenemen of afnemen. Het
vaststellen hiervan helpt bij de diagnostiek.
Percussie
Bij percussie klopt de arts met de vinger van de ene hand op de vinger van de andere hand. Het
geluid dat je maakt echoot terug. Afhankelijk van de dichtheid van de weefsels hoor je steeds een