Practicum 2 - mechanische analyse
Janne van Bussel (2672311) en Luna Compen (2679403)
Fase Frequentie
1 680-728 Hz
2 728-782 Hz
3 782-833 Hz
4 833-877 Hz
1.
- Fase 1: de arbeid neemt toe, dit komt doordat de snelheid van de
proefpersoon toeneemt (Ekin,t hoger). Door de sprong komt de proefpersoon
hoger, waardoor Epot ook toeneemt. Tenslotte neemt de hoekversnelling van
de som van alle segmenten toe, waardoor Ekin,r hoger wordt.
- Fase 2: de arbeid neemt af, doordat de snelheid op het hoogste punt 0 is.
Naarmate de proefpersoon het hoogste punt bereikt, neemt Ekin,t af. Ook
Ekin,r neemt af naarmate de proefpersoon meer naar het hoogste punt komt.
Epot neemt toe tot het hoogste punt. De daling van de translatoire kinetische
energie is groter dan de toename van potentiële energie, waardoor de arbeid
iets afneemt.
- Fase 3: in de grafiek is te zien dat de arbeid constant blijft. In deze fase daalt
de proefpersoon, waardoor de totale potentiële energie afneemt, maar de
kinetische energie weer toeneemt. De daling van de potentiële energie en de
stijging van de kinetische energie zijn gelijk aan elkaar (met tegengesteld
teken), waardoor de totale arbeid ongeveer constant blijft.
- Fase 4: de arbeid neemt af omdat de potentiële energie, daalt. De snelheid
en de hoekversnelling nemen beide af, omdat de persoon weer op de grond
staat. Dit zorgt voor een daling van de kinetische energie. Deze oorzaken
leiden tot een afname in de totale arbeid.
, METHODE 3:
- Fase 1: vermogen neemt toe. De snelheid van LZP en de grondreactiekracht
nemen toe. Sommatie van deze leveren mede de grafiek van het vermogen.
- Fase 2: eerst daling vermogen, daarna ongeveer constant. De snelheid naar
het hoogste punt wordt kleiner en is uiteindelijk 0 en de grondreactiekracht is
0.
Janne van Bussel (2672311) en Luna Compen (2679403)
Fase Frequentie
1 680-728 Hz
2 728-782 Hz
3 782-833 Hz
4 833-877 Hz
1.
- Fase 1: de arbeid neemt toe, dit komt doordat de snelheid van de
proefpersoon toeneemt (Ekin,t hoger). Door de sprong komt de proefpersoon
hoger, waardoor Epot ook toeneemt. Tenslotte neemt de hoekversnelling van
de som van alle segmenten toe, waardoor Ekin,r hoger wordt.
- Fase 2: de arbeid neemt af, doordat de snelheid op het hoogste punt 0 is.
Naarmate de proefpersoon het hoogste punt bereikt, neemt Ekin,t af. Ook
Ekin,r neemt af naarmate de proefpersoon meer naar het hoogste punt komt.
Epot neemt toe tot het hoogste punt. De daling van de translatoire kinetische
energie is groter dan de toename van potentiële energie, waardoor de arbeid
iets afneemt.
- Fase 3: in de grafiek is te zien dat de arbeid constant blijft. In deze fase daalt
de proefpersoon, waardoor de totale potentiële energie afneemt, maar de
kinetische energie weer toeneemt. De daling van de potentiële energie en de
stijging van de kinetische energie zijn gelijk aan elkaar (met tegengesteld
teken), waardoor de totale arbeid ongeveer constant blijft.
- Fase 4: de arbeid neemt af omdat de potentiële energie, daalt. De snelheid
en de hoekversnelling nemen beide af, omdat de persoon weer op de grond
staat. Dit zorgt voor een daling van de kinetische energie. Deze oorzaken
leiden tot een afname in de totale arbeid.
, METHODE 3:
- Fase 1: vermogen neemt toe. De snelheid van LZP en de grondreactiekracht
nemen toe. Sommatie van deze leveren mede de grafiek van het vermogen.
- Fase 2: eerst daling vermogen, daarna ongeveer constant. De snelheid naar
het hoogste punt wordt kleiner en is uiteindelijk 0 en de grondreactiekracht is
0.