Cultuur
6 elementen die om de hoek komen kijken op het gebied van cultuur:
1. Gaat altijd om een groep.
2. Is altijd aangeleerd aan andere mensen binnen die groep d.m.v. socialisation (interactie
met andere mensen) en programming (eigen geest programmeren).
3. Het is relatief.
4. Het geeft betekenis aan de wereld om ons heen (referentiekader).
5. Het is een comfortzone.
6. Het is dynamisch.
Normen en waarden
Waarden = Abstracte ideeën/concepten over wat we willen bereiken (doelen).
- Voorbeeld: verkeersveiligheid.
Normen = Wat we verwachten (oordelen) d.m.v. regels en richtlijnen.
- Voorbeeld: maximaal 130 km/uur, knipperlichten gebruiken, zoveel mogelijk rechts
rijden.
Hoofdstuk 2
Herkomst van mensen
Herkomst van culturen
Verklaringen voor de oorsprong van culturen en waar mensen vandaan komen: sprookjes,
sagen, mythen en religieuze verhalen.
- Voorbeeld: Toren van Babel (oorsprong van cultuur), Adam en Eva (oorsprong van
mensen).
Wetenschappelijke verklaring: de eerste groepen mensen moesten problemen oplossen. Deze
problemen zijn er nu nog en elke generatie mensen moet met deze problemen leren omgaan.
Deze problemen heten “universal dilemma’s”.
- Voorbeelden: “Hoe gaan we om met tijd?”, “Hoe gaan we om met leiderschap?”, “Hoe
gaan we om met man-vrouw verschillen?”, “Hoe gaan we om met de natuur?”.
, De culturele ijsberg
Het gevaarlijkste deel van cultuur is onzichtbaar. Er is een veronderstelling dat als je geen
problemen ziet er ook geen problemen zijn, maar er zijn valkuilen:
Ui-model - basisaanname van cultuur
Cultuur is opgebouwd met verschillende lagen op elkaar, zoals een
ui. Elke cultuur heeft een basisveronderstelling als kern (impliciet en
onzichtbaar). Daarboven zit een laag van waarden, overtuigingen en
bijbehorende normen die voortkomen uit de basisaannames. Beide
lagen worden alleen expliciet en zichtbaar in de buitenste laag van
de symbolen, culturele producten, rituelen en tradities en cultureel
gedrag.
Kenmerken van basisveronderstellingen:
● Overtuigingen over hoe de wereld zou moeten zijn.
● Verschillende keuzes van andere groepen in andere omstandigheden.
● Mensen ervaren hun basisaannames als de juiste, maar er is geen goed of fout.
● Ze zijn niet zichtbaar, impliciet, geprogrammeerd door ouders en de omgeving (=
mentale programmering).
Toepassing van ui model met voorbeeld Sinterklaas:
● Buitenste laag (symbolen & producten en rituelen & gedrag):
- Kleding vertegenwoordigt de kleding van een bisschop, oude man
vertegenwoordigt wijsheid (symbolen).
- Hoed met kruis, staf, mantel, witte baard, tas (producten).
- Schoenen voor de open haard, cadeautjes krijgen (rituelen).
● Middenlaag (overtuigingen & waarden & normen):
- Goed gedrag wordt beloond, slecht gedrag wordt gestraft (overtuigingen).
- Wat je ouders geloven is goed en slecht gedrag (normen).
● Innerlijke kern:
- De waarheid zal zegevieren.
- Gehoorzaamheid is belangrijk.