Artikel 1: The stigma of mental illness in children and adolescents
Kaushik, A., Kostaki, E., & Kyriakopoulos, M. (2016). The stigma of mental illness in
children and adolescents: a systematic review. Psychiatry Research, 243, 469–494.
doi: 10.1016/j.psychres.2016.04.042
Hoofdboodschap. Stigmatisering van kinderen en adolescenten met psychische problemen is
wijdverspreid, komt voor bij zowel kinderen als volwassenen en kan belangrijke gevolgen
hebben voor sociale relaties, zelfbeeld en het zoeken van hulp. De mate en vorm van stigma
verschillen onder andere naar diagnose, leeftijd en gender.
1. Waarom is dit onderwerp belangrijk?
Psychische problemen komen veel voor bij kinderen en adolescenten: het artikel noemt
schattingen van 10–20% bij 5–18-jarigen.
Ongeveer de helft van alle levenslange gevallen van psychische stoornissen begint vóór de
leeftijd van 14 jaar.
Onbehandelde psychische problemen kunnen langdurige gevolgen hebben voor onder meer
schoolprestaties, gezin, middelengebruik, lichamelijke gezondheid en mortaliteit.
Het gebruik van geestelijke gezondheidszorg door jongeren is relatief laag. Stigma wordt
genoemd als een belangrijke barrière voor hulp zoeken.
Juist in de adolescentie kunnen stigma en afwijzing extra belangrijk zijn, omdat identiteit,
autonomie en relaties met leeftijdsgenoten zich sterk ontwikkelen.
2. Wat is stigma?
Het artikel beschrijft stigma aan de hand van drie centrale componenten:
Stereotypen: aangeleerde, vereenvoudigde en vaak negatieve opvattingen over een groep.
Vooroordelen (prejudice): stereotypen die daadwerkelijk worden onderschreven en gepaard
gaan met negatieve emotionele reacties.
Discriminatie: gedragsmatige gevolgen, zoals vermijden, uitsluiten en sociale afstand.
3. Verschillende vormen van stigma
Public stigma: reacties en opvattingen van het algemene publiek tegenover een
gestigmatiseerde groep.
Personal stigma: iemands eigen stigmatiserende opvattingen over de groep.
Perceived stigma: iemands inschatting van hoe anderen tegenover de gestigmatiseerde groep
staan.
Stigma consciousness: de mate waarin iemand zich bewust is van bestaande publieke
stigma’s.
Self-stigma: het internaliseren van publieke stigma’s en stereotypen over de eigen groep.
Belangrijke cyclus: meer bewustzijn van publiek stigma kan internalisering bevorderen.
Self-stigma kan vervolgens samengaan met terugtrekking, lager zelfbeeld, geheimhouding en
het vermijden van behandeling.
4. Doel en hypothesen van de review
,De auteurs wilden systematisch onderzoeken hoe kinderen/adolescenten met psychische
problemen (YP-MHD) worden gestigmatiseerd door leeftijdsgenoten en volwassenen, en
welke factoren daarmee samenhangen.
Niet alle diagnoses zouden even sterk worden gestigmatiseerd; bepaalde stereotypen zouden
bij specifieke stoornissen sterker zijn (bijv. gevaarlijkheid bij psychose).
Vrouwen/meisjes en hoger opgeleiden zouden minder stigmatiserende opvattingen hebben.
Stigmatisering door niet-aangedane leeftijdsgenoten zou toenemen met de leeftijd.
Kinderen en adolescenten zouden self-stigma ervaren, met negatieve gevolgen voor hun
emotionele welzijn.
5. Methode – wat moet je hiervan kennen?
Systematische review volgens PRISMA-richtlijnen.
Databases: PubMed, PsycINFO en Cochrane Library.
Onderzoeken gepubliceerd tussen 1980 en 2015.
Alleen origineel onderzoek naar stigma tegenover 0–18-jarigen met psychische problemen of
self-stigma bij deze jongeren.
Na screening werden 42 studies geïncludeerd.
32 studies onderzochten opvattingen van jongeren; 7 onderzochten opvattingen van
volwassenen; slechts 3 studies onderzochten self-stigma.
De kwaliteit van kwantitatieve en kwalitatieve studies werd systematisch beoordeeld.
6. Algemene bevinding: stigma is een reëel en breed probleem
Alle 42 geïncludeerde studies leverden bewijs dat jongeren met psychische problemen
stigmatisering ervaren. Zij werden consequent negatiever beoordeeld dan niet-aangedane
leeftijdsgenoten en vaak ook negatiever dan jongeren met lichamelijke aandoeningen of
leerproblemen.
Tentamenkern: stigma bij jeugdige psychopathologie is volgens deze review significant,
universeel en veelzijdig (multifaceted).
7. Vier belangrijke thema’s
7.1 Blame / responsibility
De mate waarin een jongere verantwoordelijk wordt gehouden voor zijn/haar psychische
problemen beïnvloedt stigma. Wanneer de oorzaak als buiten de controle van het kind werd
gezien, kreeg het kind minder schuld.
Belangrijk verband: meer schuld/verantwoordelijkheid toeschrijven → meer negatieve
attitudes en vaak meer gewenste sociale afstand.
7.2 Behavioral intentions en social distance
Sociale afstand was het meest onderzochte stigma-construct. Het gaat bijvoorbeeld om de
bereidheid om bevriend te zijn, samen activiteiten te doen of nabij contact te hebben.
Negatieve attitudes gingen regelmatig samen met negatieve gedragsintenties. Dit verband was
echter niet perfect: negatieve emoties of opvattingen leidden niet in alle studies daadwerkelijk
tot uitsluiting.
7.3 Dangerousness
Jongeren met psychische problemen werden vaker als gevaarlijk gezien dan jongeren met
lichamelijke problemen of gewone dagelijkse moeilijkheden. Gevaarlijkheid werd vooral
gekoppeld aan psychotische en gedragsstoornissen, maar kwam ook voor bij depressie.
Belangrijk: het stereotype ‘gevaarlijk’ is diagnose-afhankelijk en vormt een belangrijke
component van stigma.
7.4 Familiarity
,Familiarity betekent ervaring met of iemand kennen met een psychische stoornis. De
resultaten waren niet eenduidig: bekendheid verminderde stigma in sommige studies,
verhoogde het in andere en had soms geen effect. Bij volwassenen verminderde persoonlijk
contact stigma vooral wanneer het contact als positief werd ervaren.
Dus: meer kennis of contact betekent niet automatisch minder stigma.
8. Stigma verschilt per diagnose
Het was niet duidelijk of ADHD of depressie door jongeren sterker wordt gestigmatiseerd;
resultaten verschilden tussen studies.
Volwassenen leken depressie sterker te stigmatiseren dan ADHD.
Kinderen met angst werden gunstiger beoordeeld dan kinderen met depressie.
Schizofrenie werd door jongeren doorgaans herkend als psychische stoornis; anorexia en
sociale fobie minder duidelijk.
Borderline-persoonlijkheidsstoornis hing in één studie samen met de hoogste gerapporteerde
stigmatisering.
9. Label versus gedrag
Een opvallende bevinding is dat een diagnostisch label bij jongeren niet noodzakelijk méér
stigma veroorzaakte. In vier studies reageerden jongeren vooral op het beschreven of
waargenomen negatieve gedrag, niet op het diagnostische label zelf.
Bij volwassenen was er wél bewijs dat een label of het herkennen van een kind als ‘mentally
ill’ stigma kon verhogen.
Tentamenkern: bij jongeren lijkt negatief gedrag vaak belangrijker voor stigmatisering dan
het diagnostische label op zichzelf.
10. Demografische factoren
10.1 Leeftijd
Kennis over psychische problemen nam doorgaans toe met de leeftijd, maar meer kennis
betekende niet automatisch meer acceptatie. Meerdere sterke studies vonden jongere kinderen
accepterender dan oudere kinderen, hoewel andere studies het omgekeerde of geen verschil
vonden.
Algemene conclusie van de auteurs: stigmatiserende opvattingen leken voor het grootste
deel toe te nemen met leeftijd, mogelijk doordat bewustzijn van psychische problemen
toeneemt.
10.2 Gender
Veel studies vonden positievere attitudes bij vrouwelijke deelnemers, hoewel de bevindingen
niet volledig consistent waren. In de discussie concluderen de auteurs dat jongens/mannen
gemiddeld zowel vaker gestigmatiseerd als vaker stigmatiserend leken.
Een mogelijke verklaring die de auteurs bespreken is de verwachting dat jongens zelfredzaam
moeten zijn bij psychische problemen, wat ook hulpzoekgedrag kan belemmeren.
10.3 Etniciteit en sociaaleconomische status
Voor etniciteit waren er te weinig goed vergelijkbare studies om stevige conclusies te trekken.
Er was mogelijk een trend naar meer stigmatiserende opvattingen in etnische
minderheidsgroepen, maar dit moest verder worden onderzocht.
Voor sociaaleconomische status vonden de twee relevante studies geen significante
verschillen. Ook hierover konden de auteurs geen sterke algemene conclusie trekken.
11. Self-stigma
, Slechts drie studies onderzochten self-stigma en deze gebruikten dezelfde steekproef van
zestig jongeren van 12–18 jaar. De evidentie hierover is daarom veel beperkter dan die over
publiek/persoonlijk stigma.
Self-labelling hing samen met meer self-stigma en meer depressieve klachten, en met een
trend naar minder self-mastery.
Oudere adolescenten, een jongere leeftijd bij start van behandeling en witte etniciteit hingen
in deze steekproef samen met meer self-stigma.
Parental secrecy (ouders die de diagnose/problemen geheimhouden) hing samen met meer
self-stigma, afwijzing en schaamte.
Parental optimism en geloof in het vermogen van de jongere om symptomen te beïnvloeden
werkten juist beschermend.
Self-stigma was hoger wanneer jongeren weinig controle over hun problemen ervoeren en
dachten dat de problemen levenslang zouden blijven.
De auteurs noemen een prevalentie van self-stigmatiserende attitudes van ongeveer 25% in de
onderzochte steekproef.
12. Perceived stigma
Meerdere studies suggereerden dat jongeren dachten dat anderen méér stigmatiserend waren
dan zijzelf rapporteerden te zijn: perceived stigma was dus vaak groter dan personal stigma.
Bij jongeren met ADHD werd meer waargenomen stigma vanuit leerkrachten, ouders en
leeftijdsgenoten gerapporteerd; dit hing samen met een lagere globale eigenwaarde.
13. Gevolgen van stigma
Meer sociale afstand, uitsluiting en verlies van vriendschappen.
Geheimhouding of ontkenning van psychische problemen.
Vermijden van hulp of behandeling.
Mogelijke negatieve invloed op identiteit, autonomie en zelfbeeld.
Self-stigma kan samengaan met depressieve klachten, schaamte en slechtere uitkomsten.
14. Belangrijkste conclusie van de auteurs
Stigmatisering van jongeren met psychische problemen is een belangrijk en veelzijdig
probleem. De vorm en ernst ervan worden beïnvloed door kenmerken van zowel degene die
stigmatiseert als degene die wordt gestigmatiseerd. Diagnose, leeftijd, gender,
schuldtoeschrijving en familiarity spelen een rol, maar niet altijd op een eenvoudige of
consistente manier.
De review laat bovendien zien dat jongeren mogelijk accepterender zijn dan volwassenen en
vooral reageren op zichtbaar of beschreven gedrag in plaats van alleen op diagnostische
labels.
15. Beperkingen van de review
Grote verschillen tussen de 42 studies in methode, steekproefgrootte en kwaliteit maakten
vergelijking moeilijk.
Er waren lange tijd geen gestandaardiseerde, gevalideerde meetinstrumenten voor stigma bij
jongeren.
Niet alle componenten van stigma werden even uitgebreid onderzocht.
Veel studies gebruikten zelfrapportage van attitudes; die hoeft niet overeen te komen met
werkelijk gedrag.
Onderzoek naar self-stigma was zeer beperkt en kwam uit slechts één steekproef.
Door leeftijdscriteria konden sommige studies met gemengde leeftijdsgroepen niet worden
meegenomen.