15.1 Slank (willen) zijn heeft te maken met gedrag: eten of lijnen, en met opvattingen
van andere. Leren eten is een belangrijk aspect van de opvoeding en verbonden met
twee ontwikkelingsopgaven.
- Kinderen moeten gezonde eetgewoonten eigen maken door het leren van
eetregels, zoals eten op vaste tijden en plaatsen, en kunnen wachten met eten tot
etenstijd.
- Kinderen moeten manieren ontwikkelen waarop ze hun emoties kunnen hanteren
en zichzelf beheersen (coping).
Eetstoornissen ontstaan dan ook vaak tijdens de adolescentie omdat dat de meest
emotionele gevoelige periode is. Adolescenten die moeite hebben met het accepteren
van hun lichamelijke veranderingen en seksualiteit in deze periode lopen een groter risico
om eetstoornissen te ontwikkelen.
15.2 Normale ontwikkeling van gewichtsgroei en lichaamsbeeld.
Wijkt het lichaamsgewicht 20% af van de norm voor zijn geslacht, leeftijd en lengte, heeft
het een problematisch gewicht. De BMI (Body Mass Index) wordt gebruikt om dit te
meten. Voor volwassenen ligt een gezond BMI tussen de 20-25. Overgewicht heb je bij
een BMI hoger dan 25, en obesitas vanaf 30.
Zie tabel bij paragraaf 15.2 in het boek voor een schema van BMI-waardes voor jongens
en meisjes van 2-18 jaar.
We leven in een obesogene omgeving waar vet en zoet voedsel goedkoop is,
sportvoorzieningen duur en ver weg, dingen zoals de auto, de roltrap en de lift overal
aanwezig zijn, en gezond eten geen gewoonte is. Mensen worden hierdoor ‘vanzelf’ dik.
Wie dit tegen wil gaan heeft geld, tijd en mentale veerkracht nodig.
Als je gaat lijnen ziet het lichaam dit als voedselschaarste, hierdoor haalt het zoveel
mogelijk calorieën uit het eten wat wel binnenkomt. Als je stopt met lijnen haalt het
lichaam extra veel energie uit het voedsel wat we eten om de achterstand in te halen. Dit
noemen we het jojo-effect.
15.3 Eetstoornissen
Bijna alle eetstoornissen hebben 3 kenmerken die steeds terugkeren: abnormaal
eetgedrag: te vee, te weinig, overgeven, laxeren etc, een negatief lichaamsbeeld en al
dan niet succesvolle pogingen om gewicht te verliezen.
Obesitas wordt niet als eetstoornis opgenomen in de DSM-5 maar wel behandeld omdat
het een belangrijk risicofactor is voor psychische problemen en stoornissen. Ook geeft
obesitas een verhoogd risico op boulimia nervosa en de eetbuistoornis. Mensen met
obesitas eten te veel in verhouding tot wat ze verbranden en hebben ernstig overgewicht
door te veel lichaamsvet.
- Obesitas op jonge leeftijd is een risicofactor voor talloze problemen op volwassen
leeftijd zoals: hart- en vaatziekten, diabetes type 2, te hoge bloeddruk,
gewrichtsproblemen, kanker, voortijdig overlijden en latere eetstoornissen zoals
boulimia nervosa. Ook overlijden ze zes tot zeven jaar eerder dan kinderen die
geen obesitas hadden.
, - Obesitas kan praktisch en fysiek ongemak, en psychische problemen veroorzaken.
Ook worden kinderen met obesitas vaker gepest en als vies, stom, gemeen en
leugenachtig gezien, en hebben minder vrienden.
- Obesitas is bij kinderen veel beter te behandelen dan bij adolescenten en
volwassenen omdat hun gedragsgewoonten makkelijker aangepast kunnen
worden.
Eetbuistoornis, kenmerkend bij deze stoornis is het eten van te grote hoeveelheden
voedsel in te korte tijd, als iemand alleen is en zonder honger te hebben. Tijdens de
eetbui hebben ze het gevoel hun gedrag niet te kunnen beheersen, achteraf voelen ze
zich vaak schuldig en kunnen walgen van zichzelf. De eetbuistoornis lijkt op boulimia
nervosa maar deze gaat niet gepaard met compensatiegedrag zoals overgeven of
laxeren. Omdat zulk compensatiegedrag ontbreekt hebben deze mensen vaak
overgewicht. Wil de eetbuistoornis zich differentiëren van overgewicht met een
incidentiele eetbui moet er gedurende drie maanden lang eens per week een eetbui
voorkomen. Dit is flink versoepeld vergeleken met de DSM-IV waardoor dit bij meer
mensen zal worden vastgesteld.
Anorexia nervosa is de bekendste en dodelijkste, maar minst voorkomende eetstoornis.
De DSM-5 onderscheidt bij anorexia nervosa twee subtypen:
- Het restrictieve type, mensen die veel vasten en extreem veel bewegen om tot
het lage gewicht te komen.
- Het eetbuien-purgerende type, dat door zelfopgewekt braken of laxeren haar
lichaam van voedsel ontdoet.
De ernst van anorexia nervosa wordt bepaald door iemands BMI:
BMI-waarde Benaming
17 of hoger Licht
Tussen 16- matig
17
Tussen 15- Ernstig
16
Lager dan Zeer
15 ernstig
Ze wegen fors minder dan je op basis van leeftijd mag verwachten, doen er alles aan om
gewichtstoename te voorkomen en hebben een verstoord lichaamsbeeld: ze denken dat
ze dik zijn en zien niet dat ze lijden aan (zwaar) ondergewicht. Een opmerkend gegeven is
dat ze moeite hebben met het herkennen, analyseren en uiten van emoties, dit is ook
kenmerkend bij boulimia nervosa.
Als anorectische meisjes stoppen met menstrueren, komt dat meestal door te weinig eten
en te veel sporten. Hun BMI is zo laag dat het risico op andere psychische stoornissen
toeneemt, en ook op lichamelijke problemen zoals hartritmestoornissen, botontkalking,
nierfunctiestoornissen, een slecht gebit en haaruitval.
Boulimia nervosa, mensen met boulimia hebben regelmatig voorkomende eetbuien
waarover ze geen controle hebben en wisselen dat af met compensatiegedrag zoals:
zelfopgewekt overgeven, laxeren of extreem veel bewegen. We spreken van boulimia als
de eetbuien en het compensatiegedrag gedurende drie maanden minstens eenmaal per
week voorkomen. Net zoals bij anorexia nervosa kunnen ze moeite hebben met het
herkennen, analyseren en uiten van emoties. Ze hebben een verstoord lichaamsbeeld
maar hun gewicht is meestal normaal. Impulsief gedrag op het gebied van drugs- en