tegenover allochtonen”
Onderzoeksverslag
Vak: Onderzoekspracticum 1: Survey
Docent:
Werkgroep:
Naam:
,Inleiding
De televisie is in onze huidige tijd een grote rol in de samenleving gaan spelen (De boer &
Brennecke, 2010)[¹]. Door de televisie zijn er een hoop dingen veranderd. De nieuwe media
heeft voor verandering in de politiek, economie, cultuur en het gezinsleven gezorgd, vooral de
politiek heeft zware verandering ondervonden (Potter, 2012)[²].
In de media is immigratie een veelbesproken onderwerp en een groot punt van discussie. Veel
verschillende politieke partijen zijn het niet eens met elkaar over het immigratiebeleid (Tillie,
2013)[³]. Zo is de Partij voor de Vrijheid (PVV) voor een streng immigratiebeleid, terwijl de
Socialistische Partij (SP) wilt dat er veel meer mogelijkheden komen voor asielzoekers.
Doordat dit onderwerp in de politiek zo‟n grote discussie met zich meebrengt, is dit via de
media ook de samenleving in gebracht (Gijsberts & Dagevos, 2004)[4]. In de samenleving zelf
is veel discussie over allochtonen en iedereen vormt zijn eigen mening. Pim Fortuyn en Theo
van Gogh zijn hier twee voorbeelden van, zij hadden beiden een sterke mening en spraken
deze ook uit. Hier zijn zij vervolgens om vermoord (van der Veer, 2006)[5]. Hierbij kunnen
wij ons afvragen of de media deze mening zo expliciet neerzet dat mensen een ander beeld
krijgen van allochtonen.
In dit onderzoek wordt er gekeken naar het beeld dat televisiekijkers hebben van allochtonen.
Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen zware televisiekijkers en lichte televisiekijkers.
In dit onderzoek staat de volgende vraag centraal: “In welke mate hebben mensen die veel
televisie kijken een negatiever beeld over allochtonen dan mensen die minder televisie
kijken?”.
Met televisie kijken wordt niet alleen programma‟s bekijken op televisie bedoeld, maar ook
het bekijken van programma‟s op de laptop, mobiel, PC en tablet. Allochtonen zijn mensen
die een ander herkomstland hebben dan Nederland maar ook als één van de ouders een ander
herkomstland heeft. In dit onderzoek richtten wij ons vooral op de niet-westerse allochtoon.
Voor dit onderzoek zijn de volgende twee hypotheses opgesteld:
H1: De verwachting is dat wanneer mensen meer televisie kijken zij een negatiever beeld
hebben ten opzichte van allochtonen.
2
, Er wordt verwacht dat wanneer mensen relatief veel televisie kijken, zij een negatiever beeld
hebben over allochtonen, omdat hier veel discussies over zijn in bijvoorbeeld de politiek.
Mensen zoals Theo van Gogh en Pim Fortuyn hebben hun mening vaak duidelijk geuit op
televisie. Mensen zouden deze mening over genomen kunnen hebben, zeker nadat deze twee
personen zijn vermoord voor het uitten van hun mening. Ook zijn er programma‟s zoals
bijvoorbeeld het nieuws die vaak vertellen over allochtonen die een misdaad hebben begaan.
Dit zijn vaak terroristische acties. Hierdoor zou ook de mening kunnen veranderen van de
respondent over allochtonen.
H2: Allochtonen hebben een positiever beeld tegenover niet-westerse allochtonen dan
autochtonen.
H3: De mate van televisiekijken heeft minder invloed op het beeld die allochtonen hebben
over niet-westerse allochtonen dan op het beeld die autochtonen hebben over niet-westerse
allochtonen.
Wij verwachten dat allochtonen een positiever beeld hebben over andere allochtonen, omdat
zij zelf ook een ander herkomstland hebben. De vele vooroordelen die bestaan over
allochtonen worden waarschijnlijk minder snel ondersteund door de allochtonen zelf. Er
wordt verwacht dat de mate van televisiekijken hier minder invloed op heeft dan bij
autochtonen.
Methode
Binnen dit onderzoek is er gebruik gemaakt van een quota steekproef. De populatie voor deze
steekproef is alle mensen die ten minste achttien jaar zijn en in Nederland wonen. De
respondenten moesten voldoen aan een aantal eigenschappen. Zo moest de helft van de
respondenten 45 jaar of ouder zijn en de andere helft jonger dan 45 jaar, zodat er meerdere
generaties werden betrokken in het onderzoek. Ook moest er één op de zes respondenten
allochtoon zijn omdat er in dit onderzoek onderscheid wordt gemaakt tussen de mening van
autochtonen en allochtonen over allochtonen. In totaal zijn er 105 respondenten.
Het uitgevoerde interview was een persoonlijk interview waarbij een papieren vragenlijst
werd gebruikt. De vragen werden door de interviewer face-to-face gesteld aan de respondent.
3