Hoorcollege aantekeningen
HC 1; Inleiding
Let tijdens het lezen van de literatuur op de dingen die anders zijn
dan je had verwacht Gebruik voor elk artikel een andere strategie.
Verklaringen voor diversiteit problemen;
Biologie, opvoeding etc.
Verklaringen voor verschillen in genderexpressie;
Nature; mannen en vrouwen zijn nou eenmaal verschillend
Nurture; “Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt”
(Beauvoir)
Het nature vs nurture debat = determinisme vs. Veranderbaarheid
4 perspectieven op het samengaan van biologie &
cultuur
Het dichotomie perspectief
o Of het biologische OF de cultuur verklaart iets
o Iets wordt verklaard door A of door B
Het continuüm perspectief
o Eem stoornis wordt in meer of mindere mate toegeschreven
aan biologische of sociaal-culturele factoren
o Iets wordt door zowel A als B verklaard, maar deze werking is
niet 50/50
Het spectrum perspectief
o Psychopathologie wordt gezien als geänatomiseerd
Het culturele neurowetenschap perspectief
Normativiteit in de pedagogiek
De sociale en gedragswetenschappen zijn afhankelijk van sociale,
culturele, materiële en planetaire contexten. Daarnaast zijn deze
wetenschappen situationeel afhankelijk en schijnt de subjectiviteit
van de sociale wetenschapper zelf door.
In de sociale wetenschappen is er sprake van een strijd tussen
universalisme (ieder kind met een migratie achtergrond heeft last van
, Theoretische aantekeningen sociale en culturele contexten
….) en het cultuur relativisme (je moet elk individu op een ‘eigen’
manier bekijken)
Kun jij kijken zonder normatieve bril? Kun je als professional kinderen
behandelen zonder je ‘vooroordeel’ mee te nemen.
Voorbeeld; motorische ontwikkeling universeel of
cultureel specifiek?
Motorische ontwikkeling; rugligging, buikligging, rollen, kruipen, staan,
lopen.
De motorische ontwikkeling wordt vaak gezien als cultureel specifiek.
Neem bijvoorbeeld lopen. Amerikaanse baby’s lopen gemiddeld gezien
wanneer ze een leeftijd van 10 maanden bereikt hebben. Dit is 5 maanden
eerder dan dat Nederlandse baby’s lopen. Maar wanneer je de activiteit
fietsen neemt zijn Nederlandse baby’s sneller. De motorische ontwikkelen
wordt dus gezien als cultureel specifiek.
Wees je als onderzoeker bewust van je eigen normatieve kader, en
probeer ook het normatieve kader van een ander te begrijpen.
Waarom contexten?
Het belang van contexten wordt steeds nijpender, de wereld wordt
namelijk steeds diverser.
Majority-minority cities (de meerderheid van de bevolking heeft een
minderheidsachtergrond, deze steden worden ook wel superdiversity
cities genoemd)
o Gevolg voor je beroep; je krijgt steeds meer en steeds vaker te
maken met een diverse groep.
Globalisering van opvoedpraktijken gevolg van de toename van
diversiteit opvoedpraktijken die over zijn gewaaid vanuit andere landen.
HC 2; Gender, sekse & seksualiteiten
Wie ben je? Enkele begrippen
Sekse (geslacht)
Hoe je overkomt (gender
rol/gender expressie/gedrag)
o Uiterlijke kenmerken;
kleding, haar &
lichaamstaal etc.
, Theoretische aantekeningen sociale en culturele contexten
o Persoonlijkheid, voorkeuren, gedrag, hobby’s
Wat je je voelt (gender identiteit)
Tot wie je je aangetrokken voelt (seksuele voorkeur)
Definities
Cisgender; genderidentiteit komt overeen met geslacht waarin het
kind geboren is
Non-binair; queer: gevoel niet in tweedeling man of vrouw te
passen (je voelt je geen man, maar ook geen vrouw)
Transgender; genderidentiteit komt niet overeen met geslacht
waarin mens geboren is, transseksueel; sterke wens geslacht aan te
passen
Travestiet; behoefte af en toe voor te doen als van het andere
geslacht
GIS (gender identiteit stoornis) of genderdysforie; het gevoel
ongelukkig te zijn met je geslacht
Diversities (disorders) of seks development DSD; aangeboren
afwijkingen van de sekse-norm (chromosomen met resultaat
syndroom van Turner, Klinefelter etc.) voorbeeld Raven van dorst
Gendergevarieerd gedrag; gedrag niet typisch voor eigen
geslacht.
Kinderen met een GIS (gender identiteit stoornis), naarmate de tijd
vordert voelt het merendeel zich ‘oké’ met hun ‘eigen’ geslacht (80%)
zowel hetero- als homoseksueel. Bij de andere 20% bleef de wens om te
veranderen van geslacht.
Genetische basis
XX Vrouwelijk
XY Mannelijk
Verschillende stoornissen kunnen voortkomen tijdens de verdeling van de
chromosomen, zo bestaan er kinderen met enkel een X chromosoom, of
kinderen met XXY of XYY. Vaak hebben deze kinderen een
ontwikkelingsstoornissen en zijn zelf niet vruchtbaar (dit hoeft niet altijd zo
te zijn)
DSD op hormonaal gebied en genderrolgedrag;
‘natuurlijk’ experiment; prenatale blootstelling aan hoge doses
androgenen (testosteron)
Meest bestudeerd; meisjes met congenitale adrenale hyperplasie
(overproductie testosteron)
o Interesses/voorkeuren/hobby’s; jongensachtiger