• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 94 pagina's
College aantekeningen

Colleges | Beleid, Communicatie en Organisatie | VU | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 94 pagina's

Dit zijn de aantekeningen uit het vak Beleid, Communicatie en Organisatie (S_OAP) aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De les behandelt fundamentele concepten over organisaties, waaronder verschillende theoretische perspectieven van onder andere Daft, Chester Barnard en Maguire & Hardy, alsmede het onderscheid tussen explanatory, interpretive en emancipatory theorieën. Deze aantekeningen zijn nuttig voor het begrijpen van de theoretische basis van het vak en voor voorbereiding op colleges en toetsen.

Voorbeeld van de inhoud

College 1: introduction
Readings:
Mumby & Plotnikof, 2019
Costea et al., 2025
Klikauer, 2025
Melo, 2025
Parker, 2025
We live in a ‘society of organizations’ (Perrow, 1991)
→ different kinds of organizations on the slides. These kinds of organizations had one thing in common.
They wanted to solve the covid pandemic.
Business takes new shapes enabled by new technologies… old theories still apply
Er bestaan veel verschillende soorten organisaties - bedrijven, scholen, ziekenhuizen, NGO’s, overheden,
etc. Tijdens de covid pandemie zagen we dat allerlei organisaties samenwerkten met een
gemeenschappelijk doel: het oplossen van de crisis. Dit toont dat organisaties niet alle economisch
functioneren maar ook sociale systemen zijn die maatschappelijke problemen aanpakken
Organizations
Although most of us ‘know an organization when we see one,’ the diversity and complexity of
organizations and their activities is difficult to capture in a single formal definition.
As a result, multiple, sometimes contrary, conceptions of organizations exist, each one highlighting
particular features of organizations, but necessarily providing only partial and incomplete views. - Joel
Baum and Tim Rowley
-​ Hoewel we intuïtief wel weten wat een organisatie is, is het moeilijk om een precieze definitie te
geven. Er bestaan verschillende theoretische perspectieven.
Organizations are social entities that are goal-oriented; are designed as deliberately structured and
coordinated activity systems, and are linked to the external environment
-​ Daft, 2004
Een organisatie is sociaal (bestaat uit mensen die samenwerken), doelgericht (ze hebben een missie),
gestructureerd (taken en rollen zijn verdeeld) en omgeving (ze beïnvloeden en worden beïnvloed door hun
context). Een voorbeeld is een universiteit. Een universiteit heeft een structuur (faculteiten, docenten en
studenten), een doel (onderwijs en onderzoek) en is verbonden met haar omgeving (de arbeidsmarkt,
overheid en studenten). Dit benadrukt drie zaken: 1. Sociale aard (mensen doen het samen), 2.
Doelgericht (er is een beoogd resultaat), en 3. Koppeling met de omgeving (niet gesloten systemen(
Organization is ‘a system of consciously coordinated personal activities or forces’
-​ Chester Barnard
Een organisatie draait om een bewuste en gecoördineerde samenwerking tussen mensen. Bijvoorbeeld:
een restaurant draait alleen goed als de kok, bediening en manager hun activiteiten bewust op elkaar
afstemmen. Mensen doen verschillende dingen, maar er is een bewuste poging die activiteiten te
verbinden zodat er iets samenspannends ontstaat
Organizations are arenas of power where discursive struggles take place
-​ Maguire & Hardy, 2006
Binnen organisaties vinden machtsstrijd en beïnvloeding plaats - bijvoorbeeld over wie beslist, welke
waarden gelden, of hoe beleid wordt geïnterpreteerd. In een ziekenhuis bijvoorbeeld kan er interne strijd
zijn tussen artsen (medische macht) en managers (financiële macht). Organisaties zijn niet alleen

,technische machine-achtige systemen - ze zijn plekken waar conflicten, verhalen, betekenissen en macht
samenkomen.
Or authors deny the existence of ‘organizations’ and prefer to talk of processes or ‘organizing’
-​ Tsoukas & Chia, 2002
Organiseren is het voortdurende proces van samenwerking, afstemming en verandering. Organisaties zijn
dus nooit ‘af’, maar altijd in beweging. Een start-up verandert bijvoorbeeld constant zijn structuur,
strategie en team. Het proces van organiseren staat hierbij centraal. Het gaat om de voortdurende praktijk
van organiseren, niet alleen om een statische ‘organisatie’ als product.
Dead Poets Society
-see things from different perspectives and angles
De verwijzing naar Dead Poets Society (‘see things from different perspectives’) benadrukt het belang
van meerdere invalshoeken in organisatieonderzoek. Theorieën zijn lenzen: elke theorie laat je iets zien,
maar nooit het hele plaatje.
Theorizing on organizations and power
It is not about theory versus practice (as used in everyday language), but about:
-informed knowledge claims
-general structure of character of events
-deepen our understanding
-conceptualization
-forms: explanatory, interpretive, emancipatory
Er zijn verschillende soorten theorieën:
1.​ Uitleggend (explanatory): legt oorzakelijke verbanden uit. Bijvoorbeeld: waarom werknemers
gemotiveerd raken door erkenning.
2.​ Interpreterend: probeert betekenissen te begrijpen. Bijvoorbeeld: hoe werknemers zingeving
ervaren in hun werk.
3.​ Emancipatorisch: wil machtsongelijkheid of onderdrukking zichtbaar maken. Bijvoorbeeld:
feministische organisatiekritiek.
Organization sciences
Sociology, psychology, anthropology, management studies, economics, history, social network analysis….
What is theory
A theory is…
-a set of interrelated constructs (concepts), definitions, and
propositions that present a systematic view of phenomena
by specifying relations among variables, with the purpose of
explaining and predicting the phenomena’
Een theorie is een set van onderling verbonden begrippen en
proposities die relaties tussen variabelen verklaren en
voorspellen (=een denkmodel dat helpt verklaren waarom
het gebeurt en wat er waarschijnlijk zal gebeuren als
omstandigheden veranderen). Bijvoorbeeld: de Sociale
Identiteitstheorie.
In de organisatiekunde draait het niet alleen om praktijk (hoe iets werkt), maar ook om theorie (hoe we
begrijpen waarom iets werkt. Theorie helpt ons patronen te zien achter alledaagse verschijnselen. Het

,biedt kaders om te begrijpen waarom bepaalde organisaties succesvol zijn, waarom macht ongelijk
verdeeld is of waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen binnen structuren.
Praktijk levert data → voedt nieuwe theorieën
Theorie biedt inzichten → verbetert praktijk
→ Toegepast op organisaties: werknemers identificeren zich met hun team of bedrijf (“wij van Apple”).
Dit kan leiden tot hogere motivatie, maar ook tot rivaliteit (“wij tegen zij” tussen afdelingen).
Social identity is a person’s sense of who they are based on their group membership(s). Tajfel (1979)
proposed that the groups (e.g. social class, family, soccer team, etc.) which people belonged to were an
important source of pride and self-esteem.
De sociale identiteitstheorie stelt dat mensen hun identiteit ontlenen aan hun groepslidmaatschappen. Het
verklaart groepsgedrag, discriminatie, loyaliteit, etc.
-grounded theory is a complex iterative process. The research begins with the raising of generative
questions which help to guide the research but are not intended to be either static or confining. As the
researcher begins to gather data, core theoretical concept(s) are identified. Tentative linkages are
developed between the theoretical concepts are data
In plaats van met een kant en klare theorie te starten, begin je met observaties of interviews. Vanuit
patronen die je ontdekt, ontwikkel je stap voor stap een nieuwe theorie
Organization and power as a social sciences discipline
The focus is not so much on efficiency and effectiveness (or management tools), but on understanding:
-different social scientific themes, methods and theories are useful
-embedding in social phenomena and developments is crucial
Common sense, various definitions, biases…
De focus ligt niet op efficiëntie of management tools, maar op begrip van hoe organisaties functioneren in
een sociale context. Belangrijke disciplines: sociologie, psychologie, antropologie, management studies,
economie, geschiedenis, sociale netwerkanalyse
Voorbeelden:
-een psycholoog onderzoekt motivatie op de werkvloer
-een socioloog kijkt naar machtsstructuren
-een econoom bekijkt kosten en productiviteit.
Organizations: a view
The view we adopt in this course comes close to Baum and Rowley’s (2002):
-’most words ending in ‘-tion’ are ambiguous between process and product - between the way one gets
there, and the results. Our word, organization, shares this ambivalence, itself referring to the process of
‘organizing,’, or, to the result of organizing
Baum & Rowley merken op dat veel woorden eindigend op -tion dubbelzinnig zijn: ze verwijzen naar (a)
het proces en (b) het resultaat.
Organization als product = de gevestigde entiteit (bijv. de gemeenten, het ziekenhuis of het bedrijf
Organizing als proces = de voortdurende handelingen, onderhandelingen en praktijken waarmee mensn
werk afstemmen.
Als je organizing centraal zet, verschuift de aandacht naar dynamiek, improvisatie en
machtsverhoudingen. Dit helpt te verklaren waarom informele netwerken of tijdelijke coalities vaak
effectiever zijn dan formele structuren in snelle, onzekere situaties
-although the range of definitions can create confusion, together, they also provide a means of capturing
the full breadth of organizational life.’

, Veel definities vangen slechts een deel van de werkelijkheid: sommige leggen nadruk op structuur, andere
op processen, weer andere op macht of symboliek. Daarom bestaan er meerdere, tegengestelde
opvattingen - elk met beperkingen
Een straatmarkt is bijvoorbeeld voor sommigen geen organisatie in formele zin, maar het functioneert wel
als gecoördineerd systeem (verkoop, regulering, handhaving). Dit illustreert het spanningsveld tussen
formele en informele organisatievormen.
Managerialism
Management: a hierarchy of controlling people and things - focuses on the actual running of a business
organization
Mangerialism: an ideology that legitimizes the power of managers and camouflages domination
Een ideologie die de macht van managers legitimeert en hun dominantie camoufleert.
1.​ Superiority: private sector methods are superior (to the public sector, community organization,
etc.
2.​ Control: picturing an optimistic future that can be managed and controlled
3.​ Right to govern: management as the sole institutions able to administer companies (not elected
leaders or councils)
4.​ Rationality: presents managements as technical, rational, value-neutral, and universally applicable
5.​ Measurement: seeks to convert human behavior into measurable and monetized elements
(organizational behavior)
-​ De private sector is superieur. Er heerst een geloof dat methoden en werkwijzen uit het
bedrijfsleven beter zijn dan die van de publieke sector. Daarom moeten ook scholen, ziekenhuizen
en overheidsinstellingen werken ‘alsof’ ze bedrijven zijn.
-​ Management is goed. Managen wordt gezien als iets positiefs, praktisch en professioneel.
Managers worden beschouwd als experts die met de juiste technieken elke organisatie kunnen
verbeteren.
-​ Management is een aparte functie. Management is een eigen machtsdomein, los van werknemers
en eigenaars. Managers claimen het exclusieve recht om beslissingen te nemen en anderen aan te
sturen (‘the right to manage’)
-​ Management is rationeel en universeel. Management wordt voorgesteld als een neutrale
wetenschap: logisch, technisch en overal inzetbaar. Daardoor wordt genegeerd dat organisaties
verschillen in cultuur, waarden en ethiek
-​ Gedrag moet meetbaar en monetiseerbaar zijn. Alles binnen een organisatie, ook menselijk
gedrag, moet meetbaar zijn in cijfers, targets of prestaties. Efficiëntie, winst en productiviteit
worden de belangrijkste maatstaven.
Performance management
PM is a central element of Human Resource Management
1.​ Measure what the work of an individual, or a team, is worth over a unit of time
2.​ Align individual or group contributions with organizational objectives
Tools: performance appraisal techniques → reports, KPIs, 360 degree feedback, etc., consequential for
career and income, even dismissal.
Historical change in PM: from task efficiency (time and motion) to self-expression through performance.
Examples: personality testing through Myers_Briggs, Belbin’s Team Roles, etc.
Critique → Wolf in Sheep’s Clothing

Documentinformatie

Geüpload op
23 september 2026
Aantal pagina's
94
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
-
Bevat
Alle colleges
€5,94

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
12
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen