• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's
Samenvatting

Dé samenvatting voor de LKT Taal Pabo - Basiskennis taalonderwijs

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's

Uitgebreide samenvatting voor de LKT Taal toets (42 pagina's). Alle domeinen zijn uitgewerkt. De samenvatting bevat theorie, voorbeelden en uitgewerkte begrippen. Alles wat je nodig hebt zit in dit document!

Voorbeeld van de inhoud

Domein 1: Mondelinge taalvaardigheid (11 vragen)


1.1.3 Luisterdoelen, 1.1.4 Luisterstrategieën
●​ De deelnemer kent de luisterdoelen (iets te weten willen komen, een gevoel willen
ondergaan, een mening willen vormen, een handeling willen uitvoeren, een spel
willen spelen) en kan in een taalgebruikssituatie aangeven welke luisterstrategie
(globaal luisteren, intensief luisteren, gericht luisteren, kritisch luisteren) wordt
gehanteerd.


Luisterstrategieën
We kennen vier verschillende luisterstrategieën:
1.​ Globaal luisteren: Je probeert globaal te volgen wat de spreker vertelt. Je volgt de
grote lijnen en let minder op de details. (Ook wel begrijpend luisteren genoemd)
2.​ Intensief luisteren: Je vindt de details ook belangrijk.
3.​ Kritisch luisteren: Nog een stap verder dan intensief luisteren. Tijdens het luisteren
probeer je een mening te vormen.
4.​ Gericht luisteren/selectief luisteren: Je bent geïnteresseerd in bepaalde aspecten van
een verhaal.


Luisterdoelen
1.​ Iets te weten willen komen.
2.​ Een bepaald gevoel willen ondergaan.
3.​ Zich een mening willen vormen.
4.​ Een bepaalde handeling willen uitvoeren.
5.​ Een spel willen meespelen.


1.1.5 Spreekdoelen, 1.1.6 Spreekstrategieën
●​ De deelnemer kent de spreekdoelen (amuseren, informeren, instrueren en
overtuigen), kan in een taalgebruikssituatie aangeven welke doelen een spreker
hanteert en kan aangeven welke spreekstrategie (oriënteren op het doel van de
spreektaak, het onderwerp, soort spreektaak en op de gesprekspartner(s) of het
publiek, reflecteren, monitoren en evalueren op de spreektaak) wordt gehanteerd.

,Spreekstrategieën
Een spreekstrategie is een bewuste handeling die iemand hanteert om een bepaald doel te
bereiken. De volgende spreekstrategieën worden onderscheiden:
1.​ oriënteren op het spreekdoel: je afvragen wat je precies wil bereiken.
2.​ oriënteren op het onderwerp en het inzetten van eigen kennis: wat ga je wel of niet
vertellen, welke eigen ervaringen breng je in en welke informatie wil je nog
opzoeken?
3.​ oriënteren op het soort spreektaak: op welke manier? (een monoloog of interactie?)
4.​ oriënteren op het publiek of de gesprekspartners: wie is je publiek?
5.​ reflecteren op de spreektaak: afvragen of je de informatie correct weergeeft en of je
je doel bereikt.
6.​ monitoren van de spreektaak: moet je duidelijker zijn, meer uitleggen of nog even
een korte samenvatting moet geven?
7.​ evalueren van de spreektaak: na afloop vraag je je af wat goed ging en wat de
volgende keer beter kan.


Spreekdoelen
De vier belangrijkste spreekdoelen zijn:
1.​ Informeren: Overbrengen van feitelijke informatie.
2.​ Amuseren: Spreker heeft als doel de ontvangers te vermaken, te boeien of te
ontroeren.
3.​ Instrueren: De spreker wil iets uitleggen of verduidelijken.
4.​ Overtuigen: De spreker wil iemand overhalen een bepaald standpunt in te nemen of
een bepaalde mening over te nemen.


1.1.8 Sociale taalfuncties
●​ De deelnemer kent de sociale taalfuncties (zelfhandhaving, zelfsturing, sturing van
anderen, structurering van het gesprek) en kan van een taalgebruikssituatie
aangeven welke sociale taalfunctie van toepassing is.


Sociale taalfuncties
-​ Zelfhandhaving: zichzelf beschermen en bezit verdedigen (die had ik!)
-​ Zelfsturing: eigen handelen met woorden ordenen of plannen aankondigen (dan ga ik
eerst naar de bakker en dan naar de supermarkt)
-​ Sturing van anderen: beïnvloeden van het gedrag van anderen (zullen we gaan
zwemmen?)

, -​ Structurering van het gesprek: taal gebruiken om het gespreksverloop te beïnvloeden
(nou moeten jullie zeggen wat je wilt kopen)


1.1.9 Cognitieve taalfuncties
●​ De deelnemer kent de cognitieve taalfuncties (rapporteren, redeneren, projecteren)
en kan cognitieve taalfuncties ordenen in mate van complexiteit en kan van een
taalgebruikssituatie aangeven welke cognitieve taalfunctie van toepassing is.


Cognitieve taalfuncties (conceptualiserende functie)
Je gebruikt de taal als een hulpmiddel om je gedachten te ordenen en greep te krijgen op de
werkelijkheid. Dat merk je als je je mening moet geven over een onderwerp waarvan je niet
al te veel afweet. Al pratend en zoekend naar woorden krijg je vaak wat meer greep op de
zaak. We noemen deze functie ook wel de cognitieve functie van taal, omdat je met behulp
van de taal verwijst naar betekenissen en concepten uit de werkelijkheid.


We kennen de volgende drie cognitieve taalfuncties:
-​ Rapporteren: Verslag doen van iets wat in de werkelijkheid voorkomt.
-​ Redeneren: Je gaat een stap verder dan beschrijven (rapporteren), je voegt er een
extra denkstap aan toe. (bijv. chronologisch ordenen, conclusie trekken, middel doel
relaties, oorzaak en gevolg, probleem oplossen)
-​ Projecteren: Verplaatsen in de gedachten en gevoelens van iemand anders.


1.3.2 Taalverwerving
●​ De deelnemer kan in een taalgebruikssituatie aangeven of een kind zijn taal verwerft
ten aanzien van semantische, fonologische, morfologische, syntactische en
pragmatische aspecten.
●​ De deelnemer kent twee verschillende theorieën over taalverwerving: creatieve
constructietheorie en interactionele benadering.


Eerstetaalverwerving
1.​ Fonologisch niveau: het vormen van spraakklanken.
2.​ Semantisch niveau: betekenis van woorden.
3.​ Syntactisch niveau: regels over het combineren van woorden.
4.​ Morfologisch niveau: de manier waarop woorden gevormd worden. (vervoegingen)
5.​ Pragmatisch niveau: regels van communiceren in verschillende situaties.
6.​ Orthografisch niveau: spelling van woorden.

, Het leren van een taal is een totaalproces waarbij een kind met alle niveaus tegelijk bezig is.
Zodra een kind begint met het spreken van losse woorden, ontwikkelt het zich op alle
niveaus van de taal tegelijk.


Theorieën over taalverwerving
-​ het behaviorisme
-​ de creatieve constructietheorie
-​ de interactionele benadering


Het behaviorisme
Stroming binnen de psychologie die ervan uitgaat dat kinderen hun taal leren door imitatie.
Ook speelt de goedkeuring van de ouders een belangrijke rol.
-​ Twijfel: kinderen blijken zinnen te produceren die ze nooit eerder gehoord hebben.


De creatieve constructietheorie
Men gaat ervan uit dat kinderen een aangeboren taalvermogen beschikken waarmee ze op
creatieve manier zinnen kunnen bouwen. Met het aangeboren taalleervermogen is een kind
in staat om zelf structuur te ontdekken in de taal en kan het ook zinnen vormen die het nooit
eerder heeft gehoord.


De interactionele benadering
Ook hier gaat men uit van het aangeboren taalleervermogen maar benadrukken ze dat het
taalaanbod van de omgeving en de interactie tussen een kind en andere
moedertaalsprekers belangrijk is bij het leren van een taal.


1.3.3 Taalontwikkelingsfasen
●​ De deelnemer kent de taalontwikkelingsfasen en hun kenmerken (prelinguaal: huilen,
vocaliseren, vocaal spel, brabbelen en linguaal: vroeglinguale fase, differentiatiefase,
voltooiingsfase), kan aangeven in welke volgorde de prelinguale en linguale fase van
de taalontwikkeling verloopt.
●​ De deelnemer kan in taaluitingen van kinderen deze taalontwikkelingsfasen
herkennen.


In het taalverwervingsproces van een kind onderscheiden we twee perioden:
1.​ de prelinguale periode (van 0 tot 1 jaar);
2.​ de linguale periode
a.​ de vroeglinguale periode (van 1 tot 2 ½ jaar)

Gekoppeld boek
 image
Henk Huizenga, Robbe Basiskennis taalonderwijs
Uitgever: 26-04-2013 ISBN: 9789001822965 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
22 september 2026
Aantal pagina's
42
Geschreven in
2026/2027
Type
Samenvatting
€7,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
2
Laatst verkocht
2 weken geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen