Hoofdstuk 1 Introductie Engels in het basisonderwijs
Gemeenschapstaal of lingua franca: een taal die door grote groepen
mensen met verschillende moedertalen als gemeenschappelijke taal
gebruikt kan worden.
Een andere kijk op onderwijs: investeren in vaardigheden voor betere
sociaaleconomische resultaten (Europese commissie, 2012). Hierin staan
advies om het talenonderwijs te verbeteren. Er zijn daarbij twee
uitgangspunten:
1. In 2020 moet minstens de helft van de 15-jarigen in staat zijn tot het
voeren van een simpel gesprek in hun eerste vreemde taal.
2. In 2020 moet minstens driekwart van de leerlingen in de onderbouw
van het voortgezet onderwijs ten minste twee vreemde talen leren.
Door de wereldwijde verspreiding van mensen, ontstaan global English,
het gebruik van Engels als wereldwijde communicatietaal, allerlei
varianten van het Engels, de zogenaamde World Englishes.
Als gevolg van het Europees taalbeleid is de Raad van Europa in 2001
begonnen met het vaststellen van een gemeenschappelijk raamwerk van
niveauomschrijvingen voor de moderne vreemde talen: the Common
European Framework of Reference for Languages (CEFR). Met behulp van
dit raamwerk kunnen de taalniveaus in de Europese landen met elkaar
worden vergeleken.
Het ERK werkt met een indeling in zes niveaus voor de vaardigheden
luisteren, lezen, spreken (interactie), spreken (productie) en schrijven:
Basisgebruiker: A1 en A2
Onafhankelijke gebruiker: B1 en B2
Vaardige gebruiker: C1 en C2
Receptieve taalvaardigheid: luisteren en lezen
Productieve taalvaardigheid: spreken en schrijven
Men kan zich met zo’n duizend woorden en enkele zinnen al snel
verstaanbaar maken in het Engels op basisniveau A1/A2 van het ERK.
Maar in feite is Engels en moeilijker taal om goed te leren beheersen op
C1-niveau. Ook voor het lesgeven in het Engels is een hoger niveau dan
basisniveau nodig: minimaal B2.
Stand van zaken van Engels in het basisonderwijs (Eibo):
- In 1986 is Engels in het basisonderwijs (Eibo) als verplicht vak
ingevoerd.
- Het aantal uren is niet wettelijk vastgesteld. De richtlijn is 80 uren in
totaal in groep 7 en 8. Dat is veertig uur per jaar, dus iets meer dan
een uur per week.
, - De gemiddelde school geeft echter tussen de 20 en 25 uur Engels
per jaar, ongeveer een half uur per week.
- Het doel van Eibo is om de leerlingen kennis te laten maken met
communicatief Engels en ze een positieve houding te laten
ontwikkelen voor het leren van een vreemde taal.
Bij de invoering van Eibo zijn 4 voorwaarden genoemd. Deze voorwaarden
zijn gebaseerd op het feit dat met circa 5 jaar aaneensluitend onderwijs in
het Engels, alle leerlingen op 15- of 16-jarige leeftijd een
vaardigheidsniveau bereiken dat een goede basis vormt voor toepassing
in verdere studie, beroep en persoonlijk leven:
1. Engels krijgt een geïntegreerde plaats in het basisonderwijs.
2. Er komt een longitudinale leerlijn van Eibo naar het voortgezet
onderwijs.
3. De leraren in het basisonderwijs worden opgeleid om Engels te
geven.
4. Er wordt lesmateriaal voor Eibo ontwikkeld.
Kerndoelen:
- Kerndoel 13: De leerlingen leren informatie verwerven uit
eenvoudige gesproken en geschreven Engelse teksten.
- Kerndoel 14: De leerlingen leren in het Engels informatie te vragen
of geven over eenvoudige onderwerpen en zij ontwikkelen een
attitude waarbij ze zich durven uit te drukken in die taal.
- Kerndoel 15: De leerlingen leren de schrijfwijze van enkele
eenvoudige woorden over alledaagse onderwerpen.
- Kerndoel 16: De leerlingen leren om woordbetekenissen en
schrijfwijzen van Engelse woorden op te zoeken met behulp van het
woordenboek.
TULE: een leerlijn met tussendoelen van groep 1 tot en met 8, waarmee je
vanaf de kleutergroepen naar de kerndoelen kunt toewerken. Zo leidt de
leerlijn voor Engels vanaf groep 1 naar een minimumniveau A1 en een
keuzeniveau A2.
Additional language: een andere taal dan de moedertaal die voor
communicatie gebruikt kan worden.
Buitenschoolse exposure: blootstelling aan Engels buiten school
komt meer voor dan Engels op school bij kinderen.
In 2015 is de wet aangepast, zodat scholen tot 15% van de lestijd in het
Engels kunnen geven, al vanaf groep 1. Het gebruik van de doeltaal als
voertaal vereist overigens niet alleen een minimumbeheersingsniveau van
de leerkracht, maar ook kennis van specifieke didactiek VVTO.
Content and Language Integrated Learning (CLIL) voor het basisonderwijs
– het geven van vaklessen in het Engels – is als primary CLIL sterk in
ontwikkeling.
, Drie kwaliteitskeurmerken vvto: Cedin (voor drietalig onderwijs Friesland),
Earlybird en TalenT.
Op sommige vvto scholen is een native Englisch speaking teacher (NEST)
in dienst: een bevoegde Engelstalige leraar po. Het heeft voordelen als je
als groepsleraar Engels geeft. De les valt nooit uit en op lange termijn is
het goedkoper dan een extra NEST. Als groepsleerkracht heb je geleerd
hoe je onderwijs geeft aan jonge kinderen. Bij jonge leerlingen is een
specifieke pedagogische en didactische aanpak nodig. Ook kun je als
groepsleraar op een moment buiten de Engelse les terugkomen op
onderwerpen die in de Engelse les zijn behandeld en je kunt Engels
gemakkelijker bij andere vakken betrekken. Een bijkomend voordeel is dat
je als groepsleerkracht de leerlingen kent en daardoor als het ware het
beste uit de kinderen kan halen.
Aansluiting po-vo:
- Er zijn grote verschillen in taalniveau bij de instroom in het vo.
- Er is vaak geen structurele samenwerking tussen het po en het vo.
- Brugklasdocenten merken veel verschillen soms instaptoets.
Er worden verschillende voorstellen gedaan voor het Engels in het po. Zo
stelt het Platform Onderwijs voor dat het vak Engels ook in het po een
verplicht kernvak wordt, naast Nederlands, rekenvaardigheid, digitale
geletterdheid en burgerschap. Verder is het advies om de kernvakken in
drie domeinen te clusteren: Mens & Maatschappij, Natuur & Technologie,
Taal & Cultuur. Daarbij blijft het accent liggen op spreekvaardigheid en
wordt er gewerkt vanuit de didactiek voor vvto: spelenderwijs en vanuit de
communicatie aanpak. Ook stelt het platform voor om de aansluiting met
het vo te verbeteren door heldere doelen op te stellen voor zowel het
einde van het po als voor het vo.
Communicatieve aanpak
Het uitgangspunt is communicatief Engels: Engels waarmee de leerling
kan communiceren. Kunnen communiceren is belangrijker dan Engels
spreken zonder fouten. Ook is het de bedoeling dat de leerlingen door de
lessen Engels een positieve houding ontwikkelen ten aanzien van het leren
van vreemde talen. De zes belangrijkste kenmerken van de
communicatieve aanpak voor Eibo:
1. Kwalitatief goed taalaanbod: gevarieerd en in alledaagse thema’s.
2. Gebruikmaking van voorkennis: veel ruimte voor individuele
variaties.
3. Situationeel aanbod van Engels: aanbod in een context.
4. Realistisch taalgebruik: native speakers echt Engels taalgebruik.
5. Aandacht voor alle vaardigheden: luister-, spreek-, lees- en
schrijfvaardigheid.
6. Brede ondersteuning door de leraar in een veilige omgeving:
begeleiding naar zelfredzaamheid.
Voorkennis