Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 159 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Krause'S Food & The Nutrition Care Process - Pathologie en Diëtetiek

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 159 pagina's

Vertaling en samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 26 – Voedselallergieën en voedselintoleranties

1. Ongewenste reacties op voeding

Adverse reactions to food (ARF) = alle ongewenste reacties op voeding. De
belangrijkste verdeling is:

Voedselallergie → het immuunsysteem is betrokken.

Voedselintolerantie → het immuunsysteem is niet betrokken. De reactie
ontstaat bijvoorbeeld door een enzymtekort, malabsorptie of farmacologische
werking van een voedingsstof.

Dit onderscheid is heel belangrijk.

Voedselallergie Voedselintolerantie

Immuungemedieerd Niet-immuungemedieerd

Vaak reactie op een eiwit Andere oorzaak

Kan al bij zeer kleine hoeveelheden Vaak afhankelijk van de ingenomen
optreden hoeveelheid

Kan anafylaxie veroorzaken Veroorzaakt normaal geen anafylaxie

Voorbeeld: pinda-allergie Voorbeeld: lactose-intolerantie

Antigeen = molecuul dat een immuunreactie kan opwekken.

Allergeen = antigeen dat specifiek een allergische reactie veroorzaakt.
Voedselallergenen zijn meestal eiwitten/glycoproteïnen.

Epitoop = het specifieke stukje van een allergeen dat door het immuunsysteem
wordt herkend.



2. Voedselallergie

Een voedselallergie is een ongewenste immuunreactie op een
voedingsmiddel of bestanddeel daarvan.

Een persoon moet meestal eerst gesensibiliseerd zijn. Het immuunsysteem
heeft het allergeen dan eerder leren herkennen.

Bij een volgende blootstelling kan een allergische reactie ontstaan.

Mogelijke klachten

Een voedselallergie kan verschillende orgaansystemen treffen:
 Maag-darm: buikpijn, misselijkheid, braken, diarree, opgeblazen gevoel.
 Huid: urticaria/netelroos, eczeem, jeuk, roodheid, angio-oedeem.
 Luchtwegen: loopneus, hoesten, astma, bronchospasme, zwelling van
keel/larynx.
 Systemisch: anafylaxie en hypotensie.
 Daarnaast kunnen onder andere hoofdpijn en duizeligheid voorkomen.

,3. Orale tolerantie

Normaal gesproken reageert ons immuunsysteem niet agressief op voedsel.

Dit heet orale tolerantie.

Het maag-darmkanaal wordt dagelijks blootgesteld aan enorme hoeveelheden
lichaamsvreemde moleculen. Het immuunsysteem moet dus onderscheid maken
tussen:

onschadelijk voedsel → tolereren en gevaarlijke stoffen/pathogenen →
immuunreactie

Belangrijke spelers zijn onder andere:
 darmbarrière;
 dendritische cellen;
 macrofagen;
 regulatoire T-cellen;
 darmmicrobiota.
Wanneer de orale tolerantie verloren gaat, kan een voedselallergie ontstaan.



4. Darmmicrobioom en voedselallergie

De darm bevat ongeveer triljoenen micro-organismen. Samen vormen ze de
microbiota.

Een gezonde darmflora ondersteunt onder andere:
 ontwikkeling van orale tolerantie;
 darmbarrière;
 immuunfunctie.

Dysbiose = verstoring van de samenstelling van de microbiota.
Dysbiose kan bijdragen aan een verhoogde darmpermeabiliteit ("leaky gut").
Hierdoor kunnen stoffen gemakkelijker door de darmwand komen en contact
maken met het immuunsysteem.

Factoren die de microbiota kunnen beïnvloeden zijn bijvoorbeeld:
 geboorte via keizersnede;
 weinig/geen borstvoeding;
 antibiotica;
 voeding;
 infecties;
 stress;
 omgevingsfactoren.


5. Het immuunsysteem bij allergie

Belangrijke cellen:

,B-cellen → kunnen plasmacellen worden en antistoffen produceren.

T-cellen → sturen en reguleren de immuunreactie.

Th1-cellen → vooral betrokken bij cellulaire afweer tegen onder andere bacteriën
en virussen.

Th2-cellen → belangrijk bij allergische reacties en stimuleren onder andere de
productie van IgE.

T-regulatoire cellen (Treg) → remmen immuunreacties en spelen een
belangrijke rol bij tolerantie.

Mestcellen en basofielen → bevatten stoffen zoals histamine die bij een
allergische reactie kunnen vrijkomen.



6. Immunoglobulinen

Antistoffen worden ook immunoglobulinen (Ig) genoemd.

Belangrijke typen zijn:

IgA → veel aanwezig in slijmvliezen en secreties van onder andere mond,
luchtwegen en darm. Beschermt tegen binnendringende antigenen.

IgG → meest voorkomende antistof in het bloed en kan de placenta passeren.

IgM → wordt vaak als eerste geproduceerd bij blootstelling aan een antigeen.

IgE → het belangrijkst bij directe allergische reacties. IgE is daarom voor
voedselallergieën bijzonder belangrijk.



7. IgE-gemedieerde voedselallergie

Een IgE-reactie verloopt meestal snel: binnen minuten tot enkele uren.

Stap 1 – Sensibilisatie

De persoon eet bijvoorbeeld pinda.

Het allergeen wordt door een antigeenpresenterende cel (APC) opgenomen
en aangeboden aan T-cellen.

Dit stimuleert een Th2-respons.

Th2-cellen stimuleren vervolgens B-cellen.

B-cellen → plasmacellen → maken allergeenspecifiek IgE.

Het IgE bindt vervolgens aan receptoren op mestcellen en basofielen.

De persoon is nu gesensibiliseerd.

Dat betekent nog niet automatisch dat iemand ook klinische klachten heeft.

, Stap 2 – Nieuwe blootstelling

De persoon eet opnieuw pinda.

Het allergeen bindt aan IgE op de mestcel.

Wanneer meerdere IgE-moleculen worden gekoppeld (cross-linking) wordt de
mestcel geactiveerd.

Stap 3 – Degranulatie

De mestcel geeft ontstekingsmediatoren af, zoals:
 histamine
 leukotriënen
 prostaglandinen
 cytokinen.
Hierdoor ontstaan allergische symptomen.

Bijvoorbeeld: Pinda → IgE → mestcel → histamine →
jeuk/netelroos/zwelling/benauwdheid.



8. Anafylaxie

Anafylaxie is een acute, ernstige en potentieel levensbedreigende allergische
reactie.

Meerdere orgaansystemen kunnen tegelijk betrokken zijn.

Mogelijke symptomen:
 urticaria;
 angio-oedeem;
 ademhalingsproblemen;
 zwelling van de luchtwegen;
 braken/diarree;
 hypotensie;
 hartritmestoornissen;
 shock.
Bij voedselgerelateerde anafylaxie is epinefrine/adrenaline de eerste keus.

Veel voorkomende voedingsmiddelen die ernstige reacties kunnen veroorzaken
zijn onder andere pinda's, noten, vis, schaaldieren, melk en ei.



9. Niet-IgE- en gemengde allergieën

Niet iedere voedselallergie verloopt via IgE.

IgE-gemedieerd
Snelle reactie: minuten tot uren.

Voorbeelden:
 anafylaxie;

Gekoppeld boek
 image
L. Kathleen Mahan, Janice L Raymond, Ms, Rdn, Csg Krause\'s Food & the Nutrition Care Process,
Uitgever: Onbekend ISBN: 9781437722338 Druk: 13

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
26 tm 31, 35, 36, 38, 40
Geüpload op
24 augustus 2026
Aantal pagina's
159
Geschreven in
2026/2027
Type
Samenvatting
€10,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
4
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
3 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen