Hoofdstuk 3: AS-AD model 2
Hoofdstuk 8: Geld en LM-curve 5
Hoofdstuk 9: IS-curve 8
Hoofdstuk 10: BP-curve 15
Hoofdstuk 11: Arbeidsmarkt 22
Hoofdstuk 12: AD met arbeidsmarkt 24
Hoofdstuk 13: AS-AD, LM met arbeidsmarkt 27
Hoofdstuk 16: Solow-model 30
,Hoofdstuk 3: AS-AD model
Het AS-AD (GA-GV) model
AS = aggregate supply ofwel geaggregeerd aanbod (GA)
AD = aggregate demand ofwel geaggregeerde vraag (GV)
AD of GV
● macro-economische vraag naar goederen en diensten
● effectieve vraag
● verband tussen GV en prijspeil?
De GV daalt als het prijspeil stijgt
● Een stijging van het prijspeil tast de koopkracht van
financiële vermogens aan → koopkracht ↓
● Een stijging van het prijspeil kan leiden tot een slechtere
internationale concurrentiepositie → export ↓
● Een stijging van het prijspeil zal de behoefte aan
transactiegeld doen toenemen →grotere vraag naar geld
→ R ↑→GV ↓
Verschuiving GV
In welk(e) van onderstaande gevallen verschuift de GV-curve naar links of rechts?
a. Daling van het consumentenvertrouwen: Mensen geven minder uit → vraag
daalt, dus verschuiving naar links.
b. Toename van de export: Buitenland vraagt meer naar binnenlandse producten
→ vraag stijgt, dus verschuiving naar rechts.
c. Lagere loonkosten voor bedrijven: Dit beïnvloedt vooral de aanbodkant
(GA-curve), niet direct de vraag dus geen verschuiving.
d. Groei van de beroepsbevolking: Ook vooral effect op aanbod
(productiecapaciteit) dus geen verschuiving.
AS of GA
● de totale hoeveelheid goederen en diensten die
bedrijven in een jaar aanbieden (= korte termijn)
● Het verband tussen prijspeil en GAkt is positief
Positief verband prijspeil en GAkt
- Als het prijspeil stijgt, stijgt de winstmarge van
bedrijven vanwege o.a. loonstarheid → aanbod
korte termijn ↑
Verschuiving GAkt
● Wijziging in productiekosten
● Wijziging in productietechniek
,Verschuiving GAkt
In welk(e) van de volgende gevallen verschuift de GAkt naar links of rechts?
a. De overheid verhoogt haar bestedingen: Dit beïnvloedt de vraag (GV), niet
het aanbod dus geen verschuiving.
b. Het hoge tarief van de BTW wordt verlaagd: lagere kosten voor bedrijven/
lagere prijzen, bedrijven kunnen meer aanbieden dus verschuiving naar
rechts.
c. Door de koersstijging van de euro neemt de import toe: goedkopere import,
lagere productiekosten, aanbod neemt toe dus verschuiving naar rechts.
d. De groei van de arbeidsproductiviteit blijft achter bij de groei van de
loonkosten: kosten per product stijgen, bedrijven bieden minder aan dus
verschuiving naar links.
Het korte termijnevenwicht:
Beschrijf welke effecten de volgende gebeurtenissen hebben:
1. De overheid verhoogt haar bestedingen: stijging van
de overheidsvraag, GV-curve verschuift naar rechts,
reëel bbp stijgt, algemeen prijspeil stijgt. Meer
productie en hogere prijzen
2. De overheid verhoogt diverse milieuheffingen:
verhoging van de productiekosten, GAkt-curve
verschuift naar links, reëel bbp daalt, algemeen
prijspeil stijgt. Minder productie en hogere prijzen.
GA lange termijn
● Géén loonstarheid
● Reële productie = potentiële productiecapaciteit
○ Afhankelijk van hoeveelheid en kwaliteit
productiefactoren.
Hierdoor heeft een verandering van het prijspeil géén invloed op
de aangeboden hoeveelheid goederen en diensten.
Stel: het gemiddelde prijspeil stijgt → looneisen vakbonden →
reële winstmarge verandert niet.
Verschuiving van de GAlt-curve:
- Plotselinge stijging van de olieprijs (langdurig)
- Misoogsten in de landbouweconomieën (door klimaatverandering)
- Toename beroepsbevolking
- Groei van de arbeidsproductiviteit
Van korte naar lange termijn
Uitgangssituatie: snijpunt GV en GA-kt
, Stel: de economie bevindt zich in laagconjunctuur → werkloosheid, ruime
arbeidsmarkt → nieuwe CAO-lonen blijven gelijk of dalen → winstmarges stijgen
→GAkt verschuift naar rechts → kt-evenwicht = lt-evenwicht
Evenwichtsverstoringen
Stel: toename van de wereldhandel laat de export toenemen, uitgaande van punt A.
Beschrijf wat er op korte resp. lange termijn zal gebeuren.
De economie zit onder het potentiële niveau
(laagconjunctuur), werkloosheid is hoog. Toename
wereldhandel is stijging export. GV verschuift naar
rechts, evenwicht van A → B. Het reëel bbp stijgt,
prijspeil stijgt, werkloosheid daalt.
Door hogere productie wordt de arbeidsmarkt krapper,
lonen stijgen, productiekosten stijgen. GAkt verschuift
naar links, evenwicht van B → C.
Productie komt weer op Ynw. kt-evenwicht =
lt-evenwicht. Prijspeil ligt hoger dan eerst.
Stel: De olieprijs stijgt explosief. Beschrijf wat er op
korte resp. lange termijn zal gebeuren.
Olie is een belangrijke productiefactor. Productiekosten
stijgen sterk. GAkt verschuift naar links, evenwicht
A→B. Het reëel bbp daalt, prijspeil stijgt.
Door lagere productie neemt de werkloosheid toe, arbeidsmarkt wordt ruimer, londen
dalen / stijgen minder snel. Productiekosten dalen weer. GAkt verschuift terug naar
rechts.
Lange termijn keert de productie weer terug naar potentieel bbp (GAlt). Prijspeil blijft
hoger dan oorspronkelijk.