100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Volledige studiebundel Strafprocesrecht

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
20
Geüpload op
10-03-2026
Geschreven in
2023/2024

Alle hoorcolleges, werkgroepen, arresten en literatuur volledig behandeld!

Voorbeeld van de inhoud

Zaak Juridisch kader / kernpunten (zelf in te vullen)

EHRM 9 juni 1998 Week 4 – dwangmiddelen
(Teixeira de Castro t.
Basis: Tallon-criterium/ instigatieverbod – verdachte mag niet gebracht worden
Portugal), NJ 2001/471
tot strafbare feiten waarop zijn opzet van tevoren niet was gericht. In de kern
moeten opsporingsambtenaren in de kern passief blijven.

Twee zijden tot criterium:

a. Subjectief: predispositie van verdachte; waar zag het opzet van de
verdachte op voordat hij door de politie werd (uit)gelokt? Waartoe was
hij geneigd?
b. Objectief: hoe actief de opsporingsambtenaren zijn geweest om het
strafbare feit daadwerkelijk te laten plaatsvinden. 
Opsporingsambtenaren moeten in de kern passief blijven (essentially
passive). En als subjectief niet heel bekend is, dan
opsporingsambtenaren nog passiever, in evenredigheid.


EHRM 15 december 2015 Week 8 – strafrechtelijk bewijsrecht
(Schatschaschwili t.
Basis: getuigen & ondervragingsrecht (art. 6 lid 3 onder d EVRM), wanneer leidt
Duitsland), NJ 2017/294
een inbreuk op het ondervragingsrecht een schending van een eerlijk proces?

Onderscheid
1. Inbreuk op ondervragingsrecht: een bepaald recht is niet geëffectueerd
a. Kan ik deze getuigenverklaring nog wel gebruiken in deze
strafzaak?
2. Schending van het ondervragingsrecht: ongerechtvaardigde,
ongelegitimeerde inbreuk

Beoordelingskader (EHRM Schatschaschwili): Bestond er een behoorlijk en
effectieve ondervragingsmogelijkheid ter zitting? Zo nee, dan de volgende
factoren samengenomen te beoordelen:

1. Goede reden voor het niet horen van de getuige? – zwaarwegende
factor
a. Getuige is overleden
b. Getuige is onvindbaar gebleken
c. Verschoningsrecht
d. Welzijn en gezondheid van de getuige
2. Was de getuigenverklaring het enige of doorslaggevende
bewijsmiddel (niet ondervraagde getuige) – 3 categorieën
a. Sole evidence – alleenstaand bewijs
b. Decisive evidence – verklaringen die doorslaggevend waren
voor de bewezenverklaringen
c. Evidence of significant weight – niet de enige, maar waarbij het
onduidelijk of ze doorslaggevend zijn, maar wel van significant
gewichtig zijn voor de bewijsconstructie
3. Compenserende factoren om rechten te beschermen?
a. Is de inbreuk gecompenseerd? Factoren die hebben
bijgedragen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van de
niet-ondervraagde getuige.
i. Bewijs-technische factoren: er is een bewijsmiddel
aanwezig dat bijdraagt aan de betrouwbaarheid van
de verklaring van de niet-ondervraagde getuige. Het
bieden van steun vanuit een andere verklaring
ii. Procedurele factoren: er zijn procedurele
1

, maatregelen getroffen die bijdragen aan de
betrouwbaarheid van de verklaring van de niet-
ondervraagde getuige.
1. Bijv. een bepaalde vastlegging van een
getuigenverhoor

- Zou een inbreuk op ondervragingsrecht schending van recht op eerlijik
proces opleveren als de rechter verklaring niet-ondervraagde getuige
voor bewijs gebruikt – bewijsuitsluiting
- Gebruikt de rechter die verklaring dan toch voor bewijs?  schending
recht op eerlijk proces.


EHRM 19 januari 2021 Week 8 – strafrechtelijk bewijsrecht
(Keskin t. Nederland), NJ
Basis: verdedigingsbelang en noodzakelijkheid bij het horen van getuigen
2021/93
Keskin (EHRM) & Post-Keskin (HR)  bij het verdedigingsbelang
- Kijken naar het type getuige waar het getuigenverzoek op ziet
o A charge (belastend): niet mogen verlangen dat de
verdediging uitlegt waarom de verdediging wilt dat zij naar de
zitting komt
i. Het belang van het ondervragingsrecht t.o.v. de
belastende getuige.
o A decharge (ontlastend): er moet veronderstelt worden dat er
een verdedigingsbelang en noodzakelijkheidsbelang bestaat
dat de getuige naar de zitting komt
i. Getuige verzoek moet hier dus wel gemotiveerd
worden (anders wellicht een weigeringsgrond).

Criterium verdedigingsbelang
- Art. 264 lid 1 onder c, en art. 288 lid 1 onder c Sv
o Weigeren oproeping indien hij van oordeel is dat daardoor
redelijkerwijs de verdachte niet in zijn verdediging wordt
geschaad
o Dat is volgens de HR het geval indien de punten waarover de
getuige kan verklaren
i. A) in redelijkheid niet van belang kunnen zijn voor
enige in zijn zaak te nemen beslissing, of
ii. B) redelijkerwijs moet worden uitgesloten dat de
getuige iets over die bedoelde punten zou kunnen
verklaren

Criterium noodzakelijkheid
- Art. 315 lid 1 en 328 Sv
o Indien aan de rechtbank de noodzakelijkheid blijkt van het
verhoor van de op de terechtzitting niet gehoorde getuigen
- Strenger criterium dan verdedigingsbelang
o Beweging naar voren en efficiëntie: beter om getuigen in een
vroeger stadium op te roepen i.p.v. tijdens het OTT


EHRM 9 februari 2021 Week 5 – de rechter-commissaris en voorarrest
(Hasselbaink t.
Basis: gronden voor voorlopige hechtenis & motiveringseisen
Nederland), NJ 2021/94
Gedeelde vereisten voorlopige hechtenis (bewaring en gevangenhouding)
- Subject: verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan
- Gevallen: art. 67 leden 1 en 2 Sv – type strafbare feit
- Gronden: art. 67a lid 1 Sv – reden van bewaring
- Anticipatiegebod: art. 67a lid 3 Sv
2

, - Motiveringseisen: ar.t 78 lid 2
o Zie EHRM Hasselbaink t. Nederland
Volgens de gevestigde jurisprudentie van het Hof op grond van artikel 5 lid 3 is
het voortbestaan van een redelijke verdenking een absolute voorwaarde voor de
geldigheid van de voorlopige hechtenis, maar na een bepaalde tijd – dat wil
zeggen vanaf de eerste rechterlijke uitspraak waarbij de voorlopige hechtenis
wordt bevolen – is dit niet langer voldoende. Het Hof moet dan vaststellen

(1) of andere door de rechterlijke autoriteiten aangevoerde gronden de
vrijheidsberoving nog steeds rechtvaardigen, en
(2) (2) of de nationale autoriteiten, indien dergelijke gronden “relevant” en
“voldoende” waren, “bijzondere zorgvuldigheid” hebben betracht bij de
behandeling van de procedure.

De rechtvaardiging voor een periode van detentie, hoe kort ook, moet door de
autoriteiten overtuigend worden aangetoond. Rechtvaardigingen die in de
jurisprudentie van het Hof als "relevante" en "voldoende" redenen zijn
beschouwd – naast het bestaan van een redelijke verdenking – omvatten
gronden zoals het gevaar van ontsnapping, het risico dat getuigen onder druk
worden gezet of dat bewijsmateriaal wordt gemanipuleerd, het risico van
samenspanning, het risico op recidive, het risico op verstoring van de openbare
orde en de noodzaak om de gedetineerde te beschermen (art. 67a Sv). Totdat
een verdachte is veroordeeld, moet hij of zij als onschuldig worden beschouwd.
Het doel van de onderhavige bepaling is in wezen om zijn of haar voorlopige
vrijlating te vereisen zodra de voortdurende detentie niet langer redelijk is

EHRM 4 oktober 2022 Week 4 – dwangmiddelen
(De Legé t. Nederland),
Basis: nemo tenetur beginsel
NJ 2022/205
Kader art. 6 EVRM: Om binnen de reikwijdte van het nemo tenetur-beginsel te
vallen moet aan twee voorwaarden zijn voldaan:

1. Er moet enige vorm van dwang of druk worden uitgeoefend op de
betrokkene; en
2. Er is sprake van een criminal charge of het onder druk verkregen
belastende materiaal wordt gebruikt in een latere vervolging

Als aan deze voorwaarden is voldaan, moet worden beoordeeld of sprake is van
wilsonafhankelijk of wilsafhankelijk materiaal. Nemo tenetur is niet van
toepassing op wilsonafhankelijk materiaal tenzij verkregen door schending van
art. 3 EVRM of een substantiële inbreuk op de lichamelijke integriteit

3 criteria om het handelen van opsporingsautoriteiten te toetsen: the overall
fairness of the proceedings:
1. De mate en aard van dwang die werd gebruikt om het bewijs te
verkrijgen;
2. Relevante waarborgen in de procedure;
3. De manier waarop het bewijs wordt gebruikt;
4. *Jalloh: het belang bij opsporing, vervolging en berechting van ernstige
strafbare feiten.

HR 20 december 1926 Week 7 – het onderzoek ter terechtzitting
(De auditu), NJ 1927/85
Basis: een verklaring van horen zeggen als bewijs (mede met het oog op het
onmiddellijkheidsbeginsel, week 8)

De Hoge Raad bepaalde in deze zaak dat een testimonium de auditu onder de
werking van art. 342 lid 1 Sv valt en derhalve als bewijs mag worden gebruikt. De
Hoge Raad motiveerde dit door de stellen dat een dergelijke verklaring de

3

Documentinformatie

Geüpload op
10 maart 2026
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2023/2024
Type
College aantekeningen
Docent(en)
D. sander & s. ikbal
Bevat
Alle colleges

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
maritvankreuningen Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
11
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
12
Laatst verkocht
2 weken geleden
Marits books

Ik verkoop mijn studieboeken die ik heb gebruikt voor de bachelor opleiding \'Criminologie\'.

3,0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Populaire documenten

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen