,Inhoudsopgave
moeder-/kindzorg................................................................................................................ 2
inhalatiemedicatie............................................................................................................ 10
pijnmedicatie intraveneus................................................................................................. 13
stomazorg......................................................................................................................... 22
MOEDER-/KINDZORG
De jeugdgezondheidszorg (JGZ) is het deel van de gezondheidszorg dat gericht is op het
bevorderen, beschermen en beveiligen van gezondheid, groei en lichamelijke en
geestelijke ontwikkeling van kinderen en jeugdigen. Het gaat daarbij om een doelgroep
vanaf de zwangerschap tot 19-jarigen.
Bij de zorg aan baby’s is de zorg erop gericht de groei en ontwikkeling van het kind te
monitoren en de ouders te adviseren en te ondersteunen. Jonge ouders komen door de
komst van een baby in een nieuwe levensfase terecht. Een fase die vaak allerlei vragen
oproept.
Jonge ouders hebben in Nederland vrijwel altijd contact met professionele werkers,
waaronder verpleegkundigen. Een belangrijke taak van de verpleegkundige is het geven
van informatie. Veel informatie verkrijgen de ouders al via boeken, media en naasten. Het
is echter de taak van de verpleegkundige om in te spelen op de behoeftes van de ouders.
De verpleegkundige dient ook vaardig te zijn om de ouders en de baby te kunnen
verzorgen en hen zelfstandig op weg te helpen.
Belangrijke punten bij het baden van een baby:
-Kamertemperatuur ongeveer 21 graden, zo ervaart de baby geen enorme kou na het
baden.
-Tijdens het baden de billetjes op de bodem van het badje en de voeten tegen de
achterkant van het badje aan (geeft het kindje een geborgen gevoel).
- Temperatuur van het water moet lichaamstemperatuur zijn (37 graden) dit meet je door
je ellenboog in het water te doen, of een thermometer te gebruiken
- Ondersteun de nek, schouders en de billen (pistoolgreep)
- Zorg ervoor dat de mond niet in het water komt
- Alles deppend afdrogen. Let extra op het goed droogdeppen van de lichaamsplooien.
Belangrijke punten bij het aan-/uitkleden & verschonen:
-Draaiend verzorgen, dus niet de beentjes optillen dit is voor de heupen niet goed.
-Als je de arm van het kindje door de mouw wil doen, houd je je duim in de hand van de
baby. Dit zorgt ervoor dat alle vingers samen komen.
-Bij de luier zitten een soort flapjes aan de randen die doorlekken doen voorkomen, vouw
deze na het aandoen van de luier goed omhoog.
-De eerste dagen is het belangrijk om de billen goed in te smeren met vaseline zodat
meconium (= de eerste ontlasting van het kindje) goed verwijderd kan worden.
-leg er een hydrofiel doek onder, dan hoef je het aankleedkussen niet zo vaak uit te
wassen.
Verschonen katoenen luier
- Voorkeur om met tape vast te maken boven vastmaken met een speld.
- Als je het toch met een speld doet, maak hem dan aan de linkerkant vast, omdat er
anders druk op de lever kan ontstaan.
, - Het wassen van de luier: gebruik geen wasverzachter, eventueel azijn. Was op 60
graden, met voorwas. Strijk de luier niet.
Verzorging navelstomp:
-De navel(streng) wordt schoongemaakt met een gaasje of natte watten.
-Een gaasje om de stomp is niet nodig, tenzij er sprake is van een nattende navelstomp.
Met een gaasje wordt dan voorkomen dat de stomp aan de romper blijft plakken.
-Als je de luier weer aan doet, moet de navel boven de luier uitkomen. Dit voorkomt
indrogen van de navel.
Lengte meten (liggend)
Tot de leeftijd van ongeveer 18 maanden worden kinderen liggend gemeten. Ze kunnen
dan namelijk nog niet goed zelfstandig staan.
Het kindje komt met het hoofd tegen de hoofdplank te liggen, een ouder houdt het
hoofdje vast. Met één hand worden de beentjes rustig tegen de grondplank aangeduwd,
duw hierbij niet door. Met de andere hand wordt de beweegbare voetenplank naar de
voeten geschoven.
Door de normale flexiehouding van baby’s kunnen de benen soms niet helemaal gestrekt
worden, daarom mag je de beentjes niet doorduwen.
Als een persoon liggend wordt gemeten is hij langer dan staand. Daarom moet je de
methode van meten (liggend of staand) noteren in het dossier.
Lengte meten (staand)
Voor het staand meten van de lengte is het nodig dat het kind kan zelfstandig en stevig
kan staan. Ook moeten kinderen begrijpen wat er van hen verlangd wordt. Het doel van
de lengte meten is op tijd een afwijkende lengtegroei opsporen.
Biologische ouders worden vaak ook gemeten voor een goede beoordeling van de
lengtegroei. Als de ouders beide extreem klein zijn, kan dit verklaren waarom een kind
ook erg klein is.
Hoofdomtrek meten
Het meten van de hoofdomtrek geeft een algemene indruk van de groei en ontwikkeling
van het hoofdje en van de inhoud van het hoofd. Je doet het om een afwijkende groei op
tijd op te sporen. Na één jaar wordt de hoofdomtrek vaak niet meer gemeten. Het
meetlint wordt over de achterhoofdsknobbel, boven de oren en vlak boven de
wenkbrauwen gelegd. In welke houding van de baby dit wordt gemeten maakt verder niet
uit.
Bij een pasgeboren baby kan de meting onbetrouwbaar zijn in geval van een flink
geboortegezwel (capus succedaneum) en door vervormingen door het geboortekanaal
(moulage). Dit trekt na een paar dagen vanzelf weg.
De gemiddelde omtrek bij een pasgeboren baby is 35-36 cm. Vuistregel: de helft van de
lichaamslengte + 10 cm.
Wegen
In het eerste levensjaar wordt het lichaamsgewicht gewogen op 10 gram nauwkeurig, na
het eerste levensjaar op 100 gram nauwkeurig. Vanaf de leeftijd van 2 wordt de BMI
bijgehouden.
moeder-/kindzorg................................................................................................................ 2
inhalatiemedicatie............................................................................................................ 10
pijnmedicatie intraveneus................................................................................................. 13
stomazorg......................................................................................................................... 22
MOEDER-/KINDZORG
De jeugdgezondheidszorg (JGZ) is het deel van de gezondheidszorg dat gericht is op het
bevorderen, beschermen en beveiligen van gezondheid, groei en lichamelijke en
geestelijke ontwikkeling van kinderen en jeugdigen. Het gaat daarbij om een doelgroep
vanaf de zwangerschap tot 19-jarigen.
Bij de zorg aan baby’s is de zorg erop gericht de groei en ontwikkeling van het kind te
monitoren en de ouders te adviseren en te ondersteunen. Jonge ouders komen door de
komst van een baby in een nieuwe levensfase terecht. Een fase die vaak allerlei vragen
oproept.
Jonge ouders hebben in Nederland vrijwel altijd contact met professionele werkers,
waaronder verpleegkundigen. Een belangrijke taak van de verpleegkundige is het geven
van informatie. Veel informatie verkrijgen de ouders al via boeken, media en naasten. Het
is echter de taak van de verpleegkundige om in te spelen op de behoeftes van de ouders.
De verpleegkundige dient ook vaardig te zijn om de ouders en de baby te kunnen
verzorgen en hen zelfstandig op weg te helpen.
Belangrijke punten bij het baden van een baby:
-Kamertemperatuur ongeveer 21 graden, zo ervaart de baby geen enorme kou na het
baden.
-Tijdens het baden de billetjes op de bodem van het badje en de voeten tegen de
achterkant van het badje aan (geeft het kindje een geborgen gevoel).
- Temperatuur van het water moet lichaamstemperatuur zijn (37 graden) dit meet je door
je ellenboog in het water te doen, of een thermometer te gebruiken
- Ondersteun de nek, schouders en de billen (pistoolgreep)
- Zorg ervoor dat de mond niet in het water komt
- Alles deppend afdrogen. Let extra op het goed droogdeppen van de lichaamsplooien.
Belangrijke punten bij het aan-/uitkleden & verschonen:
-Draaiend verzorgen, dus niet de beentjes optillen dit is voor de heupen niet goed.
-Als je de arm van het kindje door de mouw wil doen, houd je je duim in de hand van de
baby. Dit zorgt ervoor dat alle vingers samen komen.
-Bij de luier zitten een soort flapjes aan de randen die doorlekken doen voorkomen, vouw
deze na het aandoen van de luier goed omhoog.
-De eerste dagen is het belangrijk om de billen goed in te smeren met vaseline zodat
meconium (= de eerste ontlasting van het kindje) goed verwijderd kan worden.
-leg er een hydrofiel doek onder, dan hoef je het aankleedkussen niet zo vaak uit te
wassen.
Verschonen katoenen luier
- Voorkeur om met tape vast te maken boven vastmaken met een speld.
- Als je het toch met een speld doet, maak hem dan aan de linkerkant vast, omdat er
anders druk op de lever kan ontstaan.
, - Het wassen van de luier: gebruik geen wasverzachter, eventueel azijn. Was op 60
graden, met voorwas. Strijk de luier niet.
Verzorging navelstomp:
-De navel(streng) wordt schoongemaakt met een gaasje of natte watten.
-Een gaasje om de stomp is niet nodig, tenzij er sprake is van een nattende navelstomp.
Met een gaasje wordt dan voorkomen dat de stomp aan de romper blijft plakken.
-Als je de luier weer aan doet, moet de navel boven de luier uitkomen. Dit voorkomt
indrogen van de navel.
Lengte meten (liggend)
Tot de leeftijd van ongeveer 18 maanden worden kinderen liggend gemeten. Ze kunnen
dan namelijk nog niet goed zelfstandig staan.
Het kindje komt met het hoofd tegen de hoofdplank te liggen, een ouder houdt het
hoofdje vast. Met één hand worden de beentjes rustig tegen de grondplank aangeduwd,
duw hierbij niet door. Met de andere hand wordt de beweegbare voetenplank naar de
voeten geschoven.
Door de normale flexiehouding van baby’s kunnen de benen soms niet helemaal gestrekt
worden, daarom mag je de beentjes niet doorduwen.
Als een persoon liggend wordt gemeten is hij langer dan staand. Daarom moet je de
methode van meten (liggend of staand) noteren in het dossier.
Lengte meten (staand)
Voor het staand meten van de lengte is het nodig dat het kind kan zelfstandig en stevig
kan staan. Ook moeten kinderen begrijpen wat er van hen verlangd wordt. Het doel van
de lengte meten is op tijd een afwijkende lengtegroei opsporen.
Biologische ouders worden vaak ook gemeten voor een goede beoordeling van de
lengtegroei. Als de ouders beide extreem klein zijn, kan dit verklaren waarom een kind
ook erg klein is.
Hoofdomtrek meten
Het meten van de hoofdomtrek geeft een algemene indruk van de groei en ontwikkeling
van het hoofdje en van de inhoud van het hoofd. Je doet het om een afwijkende groei op
tijd op te sporen. Na één jaar wordt de hoofdomtrek vaak niet meer gemeten. Het
meetlint wordt over de achterhoofdsknobbel, boven de oren en vlak boven de
wenkbrauwen gelegd. In welke houding van de baby dit wordt gemeten maakt verder niet
uit.
Bij een pasgeboren baby kan de meting onbetrouwbaar zijn in geval van een flink
geboortegezwel (capus succedaneum) en door vervormingen door het geboortekanaal
(moulage). Dit trekt na een paar dagen vanzelf weg.
De gemiddelde omtrek bij een pasgeboren baby is 35-36 cm. Vuistregel: de helft van de
lichaamslengte + 10 cm.
Wegen
In het eerste levensjaar wordt het lichaamsgewicht gewogen op 10 gram nauwkeurig, na
het eerste levensjaar op 100 gram nauwkeurig. Vanaf de leeftijd van 2 wordt de BMI
bijgehouden.