Gehechtheidstheorie
Samenvatting
,Week 1
Tharner et al. 2022
In de afgelopen decennia heeft de gehechtheidstheorie een centrale plaats
ingenomen in zowel wetenschappelijk onderzoek als de klinische praktijk rondom
de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Toch blijkt dat deze gedeelde
theoretische basis niet altijd leidt tot een gedeeld begrip. In hun artikel uit 2022
beschrijven Tharner en collega’s hoe verwarring over terminologie een kloof
creëert tussen onderzoekers en professionals. Begrippen als “veiligheid”,
“sensitiviteit” en “gehechtheidsrelatie” lijken op het eerste gezicht helder, maar
krijgen in wetenschappelijke context vaak een andere, technische betekenis dan
in het dagelijks taalgebruik. Dit verschil in interpretatie leidt ertoe dat
wetenschap en praktijk elkaar regelmatig misverstaan.
Een treffend voorbeeld is het begrip “gedesorganiseerde gehechtheid”. In de
klinische praktijk wordt dit vaak opgevat als een individuele diagnose van het
kind, terwijl gehechtheidsonderzoekers het beschouwen als een classificatie van
de kwaliteit van de relatie tussen kind en opvoeder, bedoeld voor interpretatie op
groepsniveau. Bovendien leeft bij veel professionals de overtuiging dat
gedesorganiseerde gehechtheid altijd samenhangt met mishandeling of trauma,
terwijl wetenschappelijk onderzoek laat zien dat deze classificatie niet
automatisch duidt op een dergelijke voorgeschiedenis.
De oorsprong van deze verwarring ligt deels bij Bowlby zelf, die bij het
ontwikkelen van de gehechtheidstheorie zowel het brede publiek als de
wetenschappelijke gemeenschap wilde aanspreken. Zijn formuleringen waren
daardoor toegankelijk, maar niet altijd strikt gedefinieerd. In de jaren daarna
ontstonden er verschillende versies van de theorie, met identieke termen die in
verschillende contexten iets anders betekenen. Dit wordt nog complexer doordat
de gehechtheidstheorie inmiddels in uiteenlopende disciplines wordt toegepast,
zoals de (ortho)pedagogiek, ontwikkelingspsychologie en sociale psychologie.
Daarnaast speelt het beperkte gebruik en de transparantie van
meetinstrumenten een rol. Veel kennis over wat deze instrumenten precies
meten blijft impliciet en binnen een kleine groep onderzoekers, waardoor
professionals in de praktijk vaak moeten afgaan op interpretaties en associaties
in plaats van op theoretisch onderbouwde definities.
Tharner et al. pleiten daarom voor een gedeelde begrippenlijst en meer
duidelijkheid over terminologie. Alleen dan kunnen wetenschappers en
professionals elkaar beter begrijpen, van elkaar leren en samen werken aan een
meer geïntegreerde toepassing van gehechtheidskennis in de zorg voor kinderen
en gezinnen.
Begrippen:
- Binding: Mensen kunnen zich verbonden voelen met iemand die speciaal
voor hen is of met wie zij in contact willen blijven. Ouder-kind binding is het
vormen van een gevoelsmatige band die de ouder voelt ten aanzien van
zijn/haar kind. Dat is niet hetzelfde als een gehechtheidsrelatie: in een
gehechtheidsrelatie fungeert de ander als een gehechtheidsfiguur tot wie
men toenadering zoekt ten tijde van stress of verdriet.
,- Gehechtheidsrelatie: Er is sprake van een gehechtheidsrelatie als de
interacties tussen twee personen minstens voor een deel gekenmerkt
worden door een duurzame reeks van gehechtheidsgedrag en reacties
daarop. Kinderen ontwikkelen gehechtheidsrelaties met verschillende
personen die voldoende bekend zijn en met wie ze contact hebben over
langere tijd. Een gehechtheidsrelatie kan zelfs bestaan als de
gehechtheidsfiguur het kind afwijst of mishandelt. De kwaliteit van de zorg
die gegeven wordt, bepaalt dus niet óf een gehechtheidsrelatie ontstaat,
maar beïnvloedt wel of de gehechtheidsrelatie veilig of onveilig wordt.
Dit betekent ook dat een kind meerdere gehechtheidsrelaties met
verschillende gehechtheidsfiguren kan vormen. De veiligheid van een
gehechtheidsrelatie is specifiek voor de relatie die met deze specifieke
persoon wordt gevormd (en kan niet worden overgedragen naar relaties
met andere personen). Dat betekent bijvoorbeeld dat een kind een veilige
gehechtheidsrelatie met moeder kan hebben en tegelijk een onveilige
gehechtheidsrelatie met vader (of andersom).
- Intern werkmodel: Een synoniem voor intern werkmodel is
“verwachtingen”. Volgens de theorie ontwikkelen kinderen verwachtingen
(of een intern werkmodel) over het toekomstige gedrag van
hun gehechtheidsfiguren op basis van hun ervaringen in de
vroege gehechtheidsrelatie. Volgens de leertheorie leren kinderen dus een
bepaalde reactie van de gehechtheidsfiguur op hun gehechtheidsgedrag te
verwachten.
- Gehechtheidsclassificaties/gehechtheidspatronen: Categorieën die worden
toegekend op basis van een meting met valide en betrouwbaar bevonden
meetinstrument. Deze categorieën vatten individuele verschillen in
patronen van gehechtheidsgedrag samen. Deze patronen zijn relatie-
specifiek (d.w.z. ze kunnen er anders uitzien met verschillende
gehechtheidsfiguren), en géén persoonskenmerken.
Het meest gebruikte instrument voor kinderen tussen 12 en 24 maanden is de Vreemde situatie
Procedure (Ainsworth e.a., 1978/2015). Binnen deze procedure worden scores toegekend voor
interactief gedrag. Op patronen van dit interactieve gedrag worden de classificaties gebaseerd. De
classificaties die oorspronkelijk werden toegekend op basis van de Vreemde situatie Procedure
zijn: veilig (B), (angstig-)vermijdend (A) en (angstig-)afwerend (C). Later werd hier door Main en
solomon (1990) een vierde classificatie aan toegevoegd, namelijk gedesorganiseerd (D). Deze
categorie beschrijft geen patroon van gehechtheidsgedrag, maar duidt op een hoge mate van
verstoring of ontregeling in het onderliggende patroon. Desorganisatie wordt dan ook bovenop de
andere drie patronen gescoord.
Alle classificaties die niet veilig zijn, worden als onveilig beschouwd.
Op oudere leeftijd worden het ‘Child Attachment Interview’ (lagere school kinderen) of
het Gehechtheidsbiografisch Interview (adolescenten, zie hieronder) gebruikt.
Voor adolescenten en volwassenen is het meest gebruikte (observationele) instrument
het Gehechtheidsbiografisch Interview (GBI; Van IJzendoorn e.a., 1991), de Nederlandse vertaling van
het Adult Attachment Interview (AAI, George e.a., 1984). De vier classificaties die worden toegekend op
basis van het GBI zijn: veilig-autonoom, gereserveerd, gepreoccupeerd en onverwerkt (op basis van
verlies en/of trauma).
- Veilige gehechtheidsrelatie: Gehechtheidsclassificatie die toegekend wordt
op basis van de Vreemde situatie Procedure. Er is sprake van een veilige
gehechtheidsrelatie als de interactie tussen kind
en gehechtheidsfiguur gekenmerkt wordt door dat het kind de
gehechtheidsfiguur als veilige basis kan gebruiken als
het gehechtheidssysteem niet geactiveerd is en als veilige haven als het
gehechtheidssysteem wel geactiveerd is.
Bij baby’s kan gehechtheidsgedrag in de Vreemde situatie Procedure dat past bij een veilige
gehechtheidsrelatie zich uiten in relatief veel contact of nabijheid zoeken en willen behouden in
combinatie met weinig vermijdend of afwerend/ambivalent gehechtheidsgedrag.
, Bij oudere kinderen is (fysiek) nabijheid zoeken minder relevant voor een veilige
gehechtheidsclassificatie, behalve als het kind bang is. In meer alledaagse stressvolle situaties wordt
verondersteld dat een veilige gehechtheidsrelatie zich vooral uit in de verwachting dat de
gehechtheidsfiguur beschikbaar is als veilige haven en veilige basis. Dit komt o.a. tot uiting in de
communicatie tussen kind en opvoeder, in spel of in verhalen van het kind.
- Gehechtheidssysteem: Het gehechtheidsgedragsysteem is het systeem
dat in werking treedt wanneer een kind stress/pijn/bedreiging etc ervaart.
Het kind wil dan nabijheid tot de verzorgen krijgen en daarom gaat het
gehechtheidsgedrag vertonen (met als
evolutionair doel te overleven). Wanneer de behoefte is vervuld,
deactiveert het
gehechtheidsgedragssysteem weer en komt er weer ruimte voor exploratie
of
andere gedragssystemen.
- Angstig-afwerende/Angstig ambivalente gehechtheidsrelatie (resistant):
Gehechtheidsclassificatie die toegekend wordt op basis van de Vreemde
situatie Procedure (Ainsworth e.a., 1978) bij jonge kinderen als de
interactie tussen kind en gehechtheidsfiguur gekenmerkt wordt door een
gedragspatroon van contact zoeken in combinatie met contact-afwerend
gedrag in de herenigingsepisodes.
Volgens de gehechtheidstheorie ligt aan
(angstig-)afwerende/(angstig-)ambivalente gehechtheidsrelatie een
bepaalde gedragsstrategie ten grondslag, die is ontstaan als aanpassing
op de (opvoed-)condities (conditionele strategie).
- Angstig-vermijdende gehechtheidsrelatie (Avoidant):
Gehechtheidsclassificatie die toegekend wordt op basis van de Vreemde
situatie Procedure (Ainsworth e.a., 1978) bij jonge kinderen wanneer de
relatie tussen kind en gehechtheidsfiguur gekenmerkt wordt door een
gedragspatroon van vermijding in de herenigingsepisodes (als
het gehechtheidssysteem geactiveerd is). Bij een vermijdende
gehechtheidsrelatie kan het lijken alsof er niets aan de hand is, terwijl het
kind wel stress ervaart (zie ook vermijdend gehechtheidsgedrag). Volgens
de gehechtheidstheorie ligt aan (angstig-)
afwerende/(angstig-)ambivalente gehechtheidsrelatie een bepaalde
gedragsstrategie ten grondslag, die is ontstaan als aanpassing op de
(opvoed-)condities (conditionele strategie).
- Gedesorganiseerde gehechtheid: Gehechtheidsclassificatie die toegekend
wordt op basis van de Vreemde situatie Procedure bij jonge kinderen
wanneer de interactie tussen kind en gehechtheidsfiguur gekenmerkt
wordt door gedesorganiseerd gedrag als het gehechtheidssysteem
geactiveerd is. Volgens Main en collega’s duidt dergelijk gedrag op een
verstoring in het functioneren van het gehechtheidssysteem, waarbij het
kind niet in staat is om zijn/haar aandacht in stressvolle situaties op
de gehechtheidsfiguur te richten (zoals bij veilige of afwerende
gehechtheidsrelaties), of op de omgeving (zoals bij vermijdende
gehechtheidsrelaties).
De gehechtheidsrelatie wordt (ongeacht de onderliggende veilige,
vermijdende of afwerende/ambivalente gehechtheidsclassificatie) als
gedesorganiseerd beschouwd wanneer er sprake is van frequent en/of
sterk gedesorganiseerd gedrag ten aanzien van de gehechtheidsfiguur,
met name in de herenigingsepisodes van de Vreemde situatie Procedure.