1 INTRO
Meeste grote klassieke theorieën vetrekken vanuit een universele
benadering. Dit wilt zeggen dat ze het hebben over fundamentele
psychologische processen die voor iedereen gelden.
Hierna werd er meer gekeken naar de verschillen tussen mensen
Kijken naar individuele verschillen en verschillen tussen groepen
Onderzoekers hebben eigen perspectieven
- Deze perspectieven volgen altijd deels de waarheid
- Geen enkele is dus perfect samenwerking nodig
- Elke wetenschapper is een specialist in zijn eigen perspectief
1.1 KENNIS DOMEINEN
Is een gespecialiseerd gebied binnen de wetenschap van de psychologie
van waaruit psychologen zich richten op het leren over specifieke en
beperkte aspecten van de menselijke natuur
elke specialist heeft eigen kennen en om een volledig beeld te
krijgen over de persoonlijkheid is er integratie nodig
we hebben 6 kennis domeinen
1. Dispositionele:
- Kijken naar hoe individuen van elkaar verschillen
- Disposities zorgen ervoor dat je anders gaat gedragen dan
anderen en zorgen dus voor de verschillen tussen individuen
- Doel: fundamentele disposities identificeren
2. Biologische:
- Mensen zijn biologische systemen en deze systemen zorgen voor
gedrag , denken en emoties
- Genetische basis
- Fysiologische basis bv link tussen hormonen en
persoonlijkheid
- Evolutionaire benadering
3. Intrapsychische:
- Behandelen we niet
4. Cognitief en ervarings-:
- Aandacht voor cognitie en subjectieve ervaringen zoals bewuste
gedachten, gevoelens, overtuigingen, verlangens
5. Sociale en culturele:
- Persoonlijkheid beïnvloedt en wordt beïnvloed door cultuur en
sociale contexten
, - Onderzoek naar culturele verschillen tussen groepen (bv. naar
agressie)
- Individuele verschillen in culturen
6. Aanpassing:
- Behandelen we niet
2 PERSOONLIJKHEIDSTREKKEN OVER DE TIJD:
STABILITEIT VS VERANDERING
We zitten momenteel in het dispositionele domein
Kijken naar disposities die zorgen voor verschillen
Persoonlijkheidscoherentie: de persoonlijkheidstrek is stabiel maar de
uiting van de trek kan veranderen over de tijd. Bv Extraversie gaat anders
geuit worden door kinderen, volwassenen en oudere mensen
2.1 CONCEPTUELE BEGRIPPEN
2.1.1 Persoonlijkheidsontwikkeling
De samenhang, consistentie en stabiliteit van eigenschappen van mensen
doorheen de tijd, en de wijzen waarop mensen veranderen over de tijd.
We zien verschillende vormen van stabiliteit en verandering.
2.1.2 Stabiliteit
We hebben 2 vormen van stabiliteit
Rangorde stabiliteit:
- Je relatie tov anderen blijft hetzelfde doorheen de tijd, je blijft
dezelfde positie behouden in een groep
- Bv lengte: mensen groeien heel hun leven maar iemand die groot
was als ze 13 was gaat waarschijnlijk groot zijn tov anderen als
ze 25 is. Als dit het geval is, is de positie in de groep/ de
rangorde behouden en is er stabiliteit
- Hoger dan gemiddelde niveau stabiliteit
Gemiddeld niveau kan variëren over de tijd maar dit affecteert
niet altijd de rangorde stabiliteit
Gemiddelde niveau stabiliteit:
- Groepen: gemiddelde van een trek over een populatie veranderd
niet over de tijd
- Bv: de politieke views in een dorp blijven hetzelfde ook al wordt
de populatie in dat dorp groter
- Individueel: een trek blijft hetzelfde doorheen iemand zijn leven
2.1.3 Persoonlijkheidsverandering
,Er zijn 2 criteria voor een persoonlijkheidsverandering
Intern:
De verandering mag niet liggen aan de omgeving bv je anders
gedragen omdat je op school bij een andere leerkracht in de les zit
De verandering moet intern zijn en mag niet door externe factoren
tot stand komen, op het moment van de verandering zou de
omgeving dus niet mogen veranderen
Aanhoudend:
De veranderingen mogen niet tijdelijk zijn
Bv: extraverter worden als je zat bent
2.2 3 NIVEAUS VAN ANALYSE
Populatie niveau:
Veranderingen of stabiliteit over de tijd die voor min of meer
iedereen gelden
Er zijn natuurlijk wel altijd uitzonderingen op de regel
Bv: Seksuele motivatie: neiging tot stijgen tijdens de puberteit
Algemene trends in de populatie
Niveau van groepsverschillen:
Veranderingen of stabiliteit die anders zijn voor een specifieke
subgroep van mensen
Cultuur verschillen vallen hieronder
Bv: vrouwen gaan na de puberteit meer empathie vertonen dan
mannen
Niveau van individuele verschillen:
Veranderingen voor een specifiek individu
Richten op 1 persoon
Bv: kijken of een persoon meer kans heeft op het ontwikkelen van
depressie
2.3 STABILITEIT VAN PERSOONLIJKHEIDSTREKKEN OVER DE TIJD
We bekijken hoe stabiel de persoonlijkheid blijft doorheen verschillende
levensfases, beginnende met de baby/peuter fase.
We kunnen dit op 2 verschillende manier opvatten:
1. Temperamentsmodel: persoonlijkheid is biologisch bepaald,
aangeboren en veranderd niet over de tijd , het gipsmodel
2. Persoonlijkheid is onderhevig aan omgevingsfactoren en
leeftijdsfasefactoren en veranderd sterk over de tijd
, 2.3.1 Stabiliteit van het temperament tijdens de eerste
levensjaren
Temperament: verwijst naar individuele verschillen die reeds vroeg tot
uiting komen, meestal erfelijk zijn, en veelal te maken hebben met
emotioneel gedrag
Meest bestuurde persoonlijkheidskarakteristiek bij kinderen
Onderzoek: kinderen werden vanaf hun geboorte om de 3 maanden
onderzocht met als bedoeling om de 6 factoren van temperament in kaart
te brengen
Activiteitsniveau: motorische bewegingen
Lachen: hoe vaak ze lachen
Angst: angst voor nieuwe prikkels
stress reactie bij beperkingen: hoeveel stress ze krijgen
troostbaarheid: hoeveel stress verminderd door getroost te worden
oriëntatieduur: hoe lang een kind aandacht kan houden zonder
externe veranderingen
Resultaten:
Tabel toont de correlaties
Alles is positief kinderen die
hoog scoorden op een vroeg
moment gaan ook hoog scoren
op een later moment en
omgekeerd, er is dus stabiliteit
De eerste 2 rijen zijn hoger dan
de anderen, deze factoren hebben dus een betere stabiliteit
De rechtse 2 kolommen zijn hoger dan de anderen, de factoren
worden meer stabiel naar het einde van het eerste jaar stabiliteit
neemt toe met de leeftijd
Hoe langer het interval hoe lager de stabiliteit, hoe korter hoe meer
stabiliteit
Stabiele individuele verschillen komen dus heel snel in je leven tot
uiting
2.3.2 Stabiliteit doorheen de kinderjaren
Er zijn verschillende methoden om de persoonlijkheid van jonge kinderen
in kaart te brengen. De ouders spelen hierbij vaak een grote rol.
Onderzoek: 304 tweelingparen op 2 en 3 jarige leeftijd (waarvan 141
eeneiig) werden onderzocht door hun bewegingen vast te leggen met een
actometer
Ook de ouders en onderzoekers gingen de kinderen hun activiteit
beoordelen