bedrijfsbeleid
HOOFDSTUK 1 – INLEIDING & BELANG VAN IT
(Vragen 1–20)
1. Waarom is IT volgens Bill Gates onlosmakelijk verbonden
met business?
A. Omdat IT bedrijven volledig automatiseert
B. Omdat bedrijven niet meer betekenisvol besproken kunnen
worden zonder IT
C. Omdat IT altijd kostenbesparend is
D. Omdat IT enkel ondersteunend is
2. Wat wordt bedoeld met “digital is the new norm”?
A. Enkel IT-bedrijven gebruiken digitale technologie
B. Digitalisering is optioneel voor ondernemingen
C. Digitale technologie is geïntegreerd in alle
bedrijfsactiviteiten
D. Digitalisering vervangt management
3. Wat is een belangrijk risico van IT-investeringen?
A. Te lage initiële kost
B. Onvoldoende automatisering
C. Hoge kans op mislukking
D. Te snelle implementatie
4. Waarom maakt afhankelijkheid van informatiesystemen
bedrijven kwetsbaar?
A. Omdat systemen altijd duur zijn
B. Omdat klanten technologie afwijzen
C. Omdat systemen onderhoud vereisen
D. Omdat systeemstoringen waardecreatie kunnen stilleggen
5. Wat toont de “IT investment paradox” aan?
A. Meer IT leidt altijd tot meer winst
B. IT heeft geen invloed op productiviteit
C. Hoge IT-investeringen garanderen geen hogere productiviteit
D. IT-investeringen zijn economisch onbelangrijk
6. Wat betekent business-IT alignment?
A. IT beslist over businessstrategie
B. Business en IT werken onafhankelijk
,C. Technologie bepaalt de noden
D. Afstemming tussen businessbehoeften en IT-oplossingen
7. Waarom loopt business-IT alignment vaak fout?
A. Te veel technologie
B. Slechte hardware
C. Onvoldoende communicatie tussen stakeholders
D. Te weinig budget
8. Wat illustreert het Henry Ford-voorbeeld?
A. Klanten weten altijd wat technologisch mogelijk is
B. Technologie volgt altijd de vraag
C. Managers moeten technologische oplossingen bepalen
D. Managers moeten noden identificeren, niet oplossingen
9. Waarom is IT-kennis belangrijk voor managers?
A. Om zelf te programmeren
B. Om hardware te beheren
C. Om noden correct te vertalen naar IT-oplossingen
D. Om IT-projecten volledig zelf uit te voeren
10. Welke factor wordt wereldwijd als grootste IT-uitdaging
gezien?
A. Cybersecurity
B. Kostprijs
C. Hardwareveroudering
D. Business-IT alignment
11. Wat betekent “digitaal” in een bedrijfscontext?
A. Alles wat online staat
B. Alles wat door computers leesbaar is
C. Enkel software
D. Enkel data
12. Waarom kunnen zelfs grote techbedrijven getroffen worden
door IT-falen?
A. Door te weinig expertise
B. Door slechte regelgeving
C. Omdat IT-risico’s universeel zijn
D. Door gebrek aan innovatie
13. Wat is een gevolg van mislukte IT-projecten?
A. Tijdswinst
, B. Verhoogde flexibiliteit
C. Mogelijk faillissement
D. Hogere klanttevredenheid
14. Waarom is blind investeren in IT gevaarlijk?
A. IT is altijd complex
B. IT rendeert automatisch
C. IT vervangt strategie
D. Niet elke IT-investering creëert waarde
15. Wat is de rol van consultants in digitalisering?
A. IT vervangen
B. Hardware leveren
C. Digitalisering afraden
D. Bedrijven begeleiden in digitale transformatie
16. Wat is een typisch voorbeeld van IT-afhankelijkheid?
A. Papieren administratie
B. Cashbetalingen
C. Digitale betalingssystemen
D. Lokale winkels
17. Wat bedoelt men met “visie ≠ implementatie”?
A. Visie is belangrijker dan uitvoering
B. Implementatie volgt vanzelf
C. Strategie en uitvoering vereisen vertaling
D. IT bepaalt visie
18. Waarom falen IT-projecten vaak ondanks goede
technologie?
A. Te weinig data
B. Slechte communicatie en coördinatie
C. Te veel automatisering
D. Te snelle uitvoering
19. Welke uitspraak over IT-risico’s is correct?
A. Ze komen enkel voor bij kleine bedrijven
B. Ze zijn voorspelbaar
C. Ze verdwijnen bij hogere investeringen
D. Ze blijven bestaan, ongeacht schaal
20. Wat is de kernboodschap van hoofdstuk 1?
A. IT is een kostenpost