en posities
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Rollen en posities...................................................................................................................... 2
Positie...................................................................................................................................................................2
Rollen....................................................................................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Sanctioneren van gedrag........................................................................................................... 5
Soorten sancties....................................................................................................................................................5
Soorten sancties...................................................................................................................................................5
Schaalvergroting en symboliseren.......................................................................................................................5
Zeven gordels van sociale controle.......................................................................................................................6
Hoofstuk 3: Preventie.................................................................................................................................... 8
Verschil tussen preventie-initiatieven en initiatieven met een preventieve waarde............................................9
Initiatief en preventie..........................................................................................................................................13
Het preventielandschap......................................................................................................................................13
Probleemanalyse................................................................................................................................................13
Factoren op micro- meso- en macroniveau........................................................................................................14
Practicum sanctioneren en preventie........................................................................................................... 15
1
, Hoofdstuk 1: Rollen en posities
1. Sociaal handelen, posities en rollen
Sociaal handelen = mensen gaan in interactie met anderen en handelen sociaal, vanuit een
betekenisvolle relatie.
Voorbeelden:
Een student: zitten in de aula, materiaal nemen
Docent: vooraan staan, uitleg geven
Positie
= Plaats die iemand in de samenleving of in een groep inneemt in verhouding tot andere posities.
Onderscheid tussen
- Toegewezen posities: Krijgt men ‘vanzelf’ zonder er iets voor te moeten doen
- Verworven posities: Bereikt men na eigen inspanning, diploma, harde werk
- Levenslange positie: Vb. moeder, dochter, meter
- Tijdelijke positie: Vb. vriendin, tiener, student
- Vluchtige positie: Vb. klant, voorbijganger
Een sociale status leidt tot waardering, leidt tot stratificatie (positie in de maatschappij).
Rollen
= De verwachtingen die aan een positie vasthangen.
Deze zorgen voor duidelijkheid, geven aan wat kan en wat niet kan.
Rollenset = alle verwachtingen (rollen) ten aanzien van 1 bepaalde positie.
Rolattributen = voorwerpen die verbonden zijn aan een rol. Vb. uniform, stethoscoop, geweer, …
2. Waarom rollen? Het functionalisme
Het bestaan van rollen wordt verklaard door de functie die een rol vervult.
Vaak helpen ze ons samen te leven.
Onnuttige rol = verdwijnen van rol!
2