• Hoofdstuk 1: Reflecteren over het onderwijs
= Nadenken, bewust worden en beschouwen van het eigen handelen.
• Subjectief onderwijstheorie
= Mijn eigen opvattingen en voorkeuren over onderwijs.
1. Pedagogisch en didactische aanpak.
2. Relatie met de leerlingen.
3. Leerinhouden.
4. Contacten met collega’s, directie, ouders.
5. Double loop learning.
• Professioneel zelfverstaan
= Opvatting over jezelf als leerkracht.
1. Je zelfbeeld.
2. Je zelfwaardegevoel.
3. Je beroepsmotivatie.
4. Je taakopvatting.
5. Je toekomstperspectief.
6. Triple loop learning.
, • Reflecteren in de diepte (3)
Dieper reflecteren Waarover? Centrale vraag
Single loop learning Concreet handelen Doe ik het goed?
Volg ik de regel?
Double loop learning Subjectieve onderwijstheorie Doe ik het goede?
Begrijp ik waarom ik bepaalde regels
vorm?
Triple loop learning Professioneel zelfverstaan Doe ik het om de goede reden(en).
Ben ik zo?
• Methodes interpretatiekader (2)
Narratieve methode • Vertellen over jezelf als leraar.
• Waarom?
• Wat maakt het beroep voor mij waardevol?
• Welke leraar wil ik zijn?
Biografische methode • Overloop je eigen schoolcarrière.
• Welke goeie leraar kan je nog herinneren?
• Welke invloed heeft hij op jouw gehad?
• Goede herinneringen?
• Slechte herinneringen?
• Metafoor (10)
Leerkracht als …
parkwachter. Waakt over het bos, zorgt ervoor dat er rust is in het park.
Leerkracht waakt over zijn leerlingen en zorgt dat er een rustige sfeer ontstaat
in de klas.
beschermengel. Heeft als taak om iemand te beschermen en begeleiden in het leven.
Leerkracht moet de leerlingen ook beschermen en begeleiden in de klas.
entertainer. Persoon die tijdens een bijeenkomst een groep mensen vermaakt, hij/ zij brengt
amusement.
Leerkracht moet zijn leerlingen ook kunnen vermaken in de lessen.
, • Reflectiecyclus van Korthagen (5)
Fase 1 • Wat wilde ik bereiken?
• Waar wilde ik op letten?
• Wat wilde ik uitproberen?
Fase 2 Leeraarsperspectief:
• Wat wilde ik?
• Wat deed ik?
• Wat dacht ik?
• Wat voelde ik?
Leerlingensperpectief:
• Wat wilden ze?
• Wat dachten ze?
• Wat voelden ze?
Fase 3 • Oorzaken van slagen/ mislukken?
• Wat zegt de vakdidactiek daarover?
• Kan je deze oorzaken verbinden aan je professioneel zelfverstaan?
• Kan je deze oorzaken verbinden aan je subjectieve onderwijstheorie?
Fase 4 • Welke altternatieven zie ik?
• Welke voor- en nadelen hebben die?
• Wat neem ik nu mee voor de volgende keer?
Fase 5 Uitproberen nieuwe situatie, daarna terug fase 1.