Hoofdstuk 1 Het recht als een geheel van gedragsregels
AFDELING 1 ENKELE DEFINITIES
“Objectief recht” en “subjectieve rechten”
= Ht recht als een geheel van gedragsregels mt specifieke kenmerken
= Juridische aanspraken en bevoegdheden die een rechtssubject op bepaalde zaken of
jegens bepaalde personen kan uitoefenen om zijn doelstellingen te verwezenlijken
“Materieel recht” en “formeel recht”
= Inhoud vd gedragsregels die vr de rechtssubjecten rechten en plichten mt zich
meebrengen
= Handhaving v ht materieel recht
=> Procesrecht
“Privaatrecht” en “publiekrecht”
= Rechtsregels die de private rechtsverhoudingen tss de burgers onderling regelen
Horizontale rechtsverhouding tss gelijken
Bv.: personenrecht, familierecht, huwelijksvermogensrecht, erfrecht,
goederenrecht, verbintenissenrecht, handelsrecht, …
= Org en ht functioneren vd overheid en bepaalt de rechtsverhoudingen tss
verschillende overheden en tss de overheid en de burgers
Verticale rechtsverhouding tss de sterke overheid en de burgers die ht
staatsgezag ondergn
Bv.: GW, bestuursrecht, strafrecht, fiscaal recht, socialezekerheidsrecht, …
Het privaatrecht is volgens ht BW ruimer dan ht publiekrecht
Bronnen van Belgisch privaatrecht (art. 1.1 BW)
Oud BW en BW: de (her)codificatie is nog niet compleet
Oud BW
Dateert van 21 maart 1804
Ingevoerd dr NB
BW
Minister v Justitie Koen Geens
Ingang 1 november 2020
Van kracht: zie codex
Bijzondere wetten
Alle regels van ht Belgisch privaatrecht staan ofwel in ht oud BW en BW ofwel in
de bijzondere wetten (art. 1.1, 1ste lid BW)
Materies:
Bevoegdheid federale overheid bv. over bepaalde beroepen (zoals
ambachtslieden, architecten, bedrijfsjuristen, landmeters-experten,
notarissen en vastgoedmakelaars)
WB vd Belgische nationaliteit en boek VI
Bevoegdheid v gemeenschappen (zoals jeugdbescherming en delen v
adoptierecht)
Bevoegdheden vd gewesten (zoals begraafplaatsen, lijkbezorging,
bescherming vh leefmilieu en wonen)
De gewoonte
= een regels die voortvloeit uit een bestendig gebruik waar ht bindend karakter
steun vindt in de algemene overtuiging
De algemene rechtsbeginselen
Zie verder
Vervaging van klassieke onderscheiden
Vroeger: privaatrecht was aanvullend bij ht publiekrecht
Vndg:
Privaatrecht meer geïnternationaliseerd en geëuropeaniseerd + nationale
regelgeving aangevuld/vervangen dr regionale regels
Gevolg: ontstaan meergelaagde rechtsorde
Gebruik private instrumenten dr overheid gestegen
Meer privaatrechtelijke rechtsregels mt dwingend karakter
1
, Doel: beschermen zwakkere partij
Behouden klassieke regels privaatrecht die openbare orde raken
Rechtsfeiten, rechtshandelingen, …
“Rechtssubject”
= “persoon” voor wie de rechtsnorm rechten en plichten meebrengt
“Rechtsfeiten”
= Feiten waaraan de rechtsregel gevolgen bindt
“Rechtshandelingen”
= Menselijke wilsverklaringen waaraan ht recht rechtsgevolgen verbindt
“Rechtsgevolgen”
= Gevolgen die ht recht koppelt aan feiten die beantwoorden aan de hypothese
die in de norm vervat ligt
(Juridische) “persoonlijkheid”
= het geheel van rechten en plichten v/e rechtssubject
2 facetten: staat en bekwaamheid
AFDELING 2 CENTRALE ELEMENTEN IN HET BEGRIP RECHT
Een geheel van gedragsregels mt bijkomende institutionele voorschriften
Geheel van gedragsregels
Ze formuleren een bevel of een verbod, ze bepalen hoe ht moet, niet hoe ht is
Intensiteit bevel en verbod uiteenlopend
Toepasbaarheid
Bv.: als u niet gehuwd bent dan heeft u niet de plichten v een
echtgenoot
Onderscheid aanvullend recht, dwingend recht en regels die dr openbare
orde raken
= Men kan zelf geldig een afwijkende regeling stellen die voorrang
heeft op de wet
Suppletief karakter
= Regels waarop gn andere zelf gestelde regeling voorrang hebben
Imperatief karakter
= Regels waar men niet mag van afwijken (art. 1.3, 3 de lid BW)
Bijkomende voorschriften die het nodige institutionele en begripsmatige kader vormen
Doel: formulering, toepassing en afdwinging van de gedragsregels
Zoals: GW, administratieve en gerechtelijke org’s
Rechtsregels worden opgelegd door de maatschappij
Rechtsregels ontlenen hun gelding aan de wil vd (moderne) MP
Minder moderne MP: gewoontes
Het doel van de rechtsregels: een kwalitatieve ordening van de maatschappij
Rechtszekerheid
Voorspelbaarheid = burger moet voldoende mogelijkheden hebben om vooraf te
weten welk gedrag v hem verwacht w
Vastheid = rechtsregels mogen niet te frequent veranderen
Algemeenheid = regel moet toepasbaar zn op alle of een aantal gelijkaardige
concrete gevallen
Onderlinge consistentie = regels uit een bep deel vh recht mogen niet
tegenstrijdig zn mt regels uit een ander deel vh recht
Rechtvaardigheid
Verandert mt de tijd en hangt af vd plaats
Geen eensgezindheid in de MP?
Gevolg: juridische pluralisme
= Zoveel mogelijke uiteenlopende opvattingen w gerespecteerd
Uitz.: algemene waarden (zoals: grondrechten, UVRM, EVRM, …)
Doeltreffendheid
Afhankelijk v de mate waarin de wetgever erin slaagt de relevante niet-juridische
gegevens op te nemen in de juridische normen
Wetsevaluatie = ht toetsen en verbeteren vd kwaliteit vh recht als instrument
O.l.v. Parlementaire Comité
Niet echt operationeel ( NED)
2
,Handhaving van rechtsregels door of krachtens het maatschappelijk gezag
Indien men orde wil, moeten de juridische normen nageleefd w
Uitvoerende macht legt wetten en decreten ten uitvoer
Hun werking staat in ht bestuursrecht
Rechterlijke macht staat in vr de sanctionering
Publiekrecht: overheid (via OM) neemt initiatief
Privaatrecht: burger neemt ht initiatief
Uitz.: er zn bep gevallen waarbij burger de overheid kunnen
inschakelen ter afdwinging v zn burgerlijke rechten
Uitz.: in sommige rechtstakken gn sanctionering mogelijk
Reden: afdwingbaarheid te klein
Bv.: GW en internationaal publiekrecht
Hoofdstuk 2 Relativiteit van deze benadering
3
, Niet overal is recht hetzelfde
Continentaal Europa:
Stel gedragsregels
ENG:
Common law – regel niet central – aandacht concrete gevallen –
samenhangend geheel v abstracte regelen
Marxisme:
Geen plaats vr recht
Reden: recht w gzn als middel vr de heersende klasse om de lagere
klasse te onderdrukken
Traditioneel Afrikaans recht:
Overleg – sociale gedragspatronen – verzoening – overreding (= sturen op
kennis, houding en gedrag)
Verre Oosten:
Sociale gedragsregels
Alternatief vr klassieke visie
Klassiek: focus orde
Alternatief: focus humaniserende functie vh recht – recht als instrument vr
menselijke zelfverwezenlijking
Interdisciplinariteit: jurist gt verbinding moeten maken tss de
rechtswetenschap, psycholgie en de ethiek
D.m.v. bemiddeling, collaboratieve onderhandelingen, minnelijke
geschilsoplossing en verzoening
De rechtstheorie
Algemene rechtsleer = Wat is recht?
Functies
Finaliteit
Normen en hun samenhang
Rechtsvinding = Hoe kunnen we recht in een bepaalde invulling kennen?
Inhoud (concrete vragen)
“Staat van de persoon”
= het geheel van bepaalde hoedanigheden van een persoon die zijn
rechtspositie in de maatschappij en de familie bepalen en hem onderscheiden
van andere personen (art. 6, § 2 oud BW)
(Onderscheid m.b.t. het bezit en de uitoefening van rechten)
Deel 2 Basisbegrippen
Hoofdstuk 1 Rechtssubjecten
AFDELING 1 BEGRIPPEN
4