• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 114 pagina's
Samenvatting

samenvatting inleiding in de criminologie - prof Letizia Paoli (GESLAAGD 1e ZIT)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 114 pagina's

Dit is mijn samenvatting van het vak 'inleiding in de criminologie', het zijn voornamelijk de slides met mijn eigen notities + het boek verwerkt voor de belangrijke stukken. Ik behaalde een 16/20 in eerste zit met deze samenvatting.

Voorbeeld van de inhoud

INLEIDEND DEEL: wat is criminaliteit en criminologie
Enkele definities

- ‘Bastard science’ : sellin
- ‘Rendezvous subject’ : downes
- ‘Strange beast’ : newburn

 Rare opvattingen: criminologie heeft geen vaste, duidelijke grenzen zoals andere wetenschappen. Het
wordt vaak gezien als een "vreemde wetenschap" of een discipline zonder vaste structuur.
 Multidisciplinair: Het bestudeert misdaad door kennis te halen uit andere velden, zoals psychologie,
sociologie en recht, en dat maakt het een uniek maar complex vakgebied.
 Methoden en inzichten nodig om crim te onderzoeken

INLEIDEND DEEL: wat is de criminologie

- geen duidelijk materieel (het onderwerp) en formeel (de methode) voorwerp, intrinsiek, multi- en
interdisciplinair. (verschillende disciplines)
- verschillend van land tot land.
- doet beroep op andere wetenschap.

Criminologie kan slechts een ‘discipline’ genoemd worden als die een eigen materieel en formeel voorwerp
heeft  Is criminologie een zelfstandige discipline?

Volgens David Garland (2002) heeft criminologie twee belangrijke kenmerken:

1. Wetenschappelijke aanpak
 Criminologie baseert zich op empirisch onderzoek, wat betekent dat het feiten en gegevens
verzamelt om misdaad te begrijpen. Het is niet bezig met wat moreel juist is of wat zou
moeten gebeuren. Dit onderscheidt criminologie van het strafrecht, dat meer gericht is op het
vaststellen van regels en normen.
2. Focus op door de staat gedefinieerde criminaliteit
 Criminologie richt zich vooral op de soorten misdaad die volgens de wet als crimineel worden
beschouwd wat de staat als strafbaar heeft gedefinieerd, zoals diefstal, geweld of fraude.
Sociologie van deviantie (afwijkend gedrag) kijkt breder: ook naar ander gedrag dat
misschien als "raar" of "afwijkend" wordt gezien, zelfs als het niet strafbaar is.


… en 2 grote projecten:

1. Lombrosiaanse project: Lombroso eerste die oorzaak crimi onderzocht, en ook typische mensen
(roots) onderzocht (geboren misdadigers??), ondertussen weten we dat er geen biologische kenmerken
zijn maar men zoekt omgevingsfactoren, …

lombroso was een positivist: Ze proberen te begrijpen waarom mensen criminele daden plegen door naar oorzaken
buiten het individu te kijken, zoals sociale, psychologische of biologische factoren.

2. Gouvernmentale project: advies geven aan overheid om crim aan te pakken


 Doordat deze 2 projecten samen kwamen: ontstaan van criminologisch onderzoek


Een beroemde definitie en een eigen invulling
“Criminologie = the study of the process of law-making, law-breaking and law-enforcing (Sutherland 1937)”
(wetgeving, wetsovertreding en rechtshandhaving)

 Te breed = er is geen specifieke focus op straflegging, criminologen houdt zicht niet bezig met
andere wetten zoals overtredingen van het familierecht, civielrecht, enkel de overtredingen die
crimineel zijn
 Te smal = heeft exclusieve aandacht voor de publieke reacties op criminaliteit en dus niet de
maatschappelijke reacties (ook de mediarepresentaties, …), houdt ook geen rekening voor
deviantie

Eigen invulling: Criminologie = de studie van de gedragingen en activiteiten die gecriminaliseerd zijn of als
schadelijk/deviant worden ervaren (incl. hun actoren en oorzaken), de (de)criminalisering, controle en preventie
ervan en de andere maatschappelijke reacties erop.

,Einddoel: schadebeperking in brede zin (voor slachtoffers, daders en maatschappij)

DRIE hoofdthema’s
volgens Goethals (2006) zijn er 3 hoofdthema’s

1. Onderzoek naar cim/daders, onveiligheid, hun oorzaken en gevolgen
2. Onderzoek naar de processen van (de-)criminalisering
3. Onderzoek naar het criminaliteitsbeleid en maatschappelijke reacties op crim

Verschillende;

- Onderzoeksmethodes
o Kwantitatief: je gaat dingen meten
o Kwalitatief: je doet vooral interviews
- Uitganspunten
o ontologisch: leer van het zijn
o epistemologisch: kennis en wetten
- Aanpak (beschrijvend, verklarend, evaluerend, adviserend) afhankelijk van de onderzoeksvragen

Onderzoek domeinen
1. Mensenrechten en justitie in transitie
2. jeugdcriminologie
3. Ernstige en georganiseerde misdaad
4. Herstel en victimologie
5. Bestuurlijke en strafrechtelijke rechtshandhaving in EU en vergelijkend perspectief
6. Beleid en management in het criminologisch domein
7. Criminologische diagnostiek en gedrag interventies
8. Penologie = strafleer, onderzoeken of straffen effectief zijn en nuttig zijn

CRIMINOLOGIE: “EEN HUIS MET VELE KAMERS” (in elke kamer gebeurd wel iets)
 Vanuit onderzoek:
 Meerdere onderzoeksthema’s
 Vanuit meerdere disciplines: uit verschillende vakgebieden zoals sociologie, psychologie, recht,
economie en politicologie
 Vanuit meerdere paradigma’s (waarden, opvattingen over mens en maatschappij…),
 Aan de hand van meerdere onderzoeksmethodes
 Vanuit de arbeidsmarkt:
 Meerdere domeinen: crim kunnen op verschillende plekken werken
 Meerdere types van functies: crim kunnen verschillende functies vervullen

CONCLUSIE:

 Criminologie is “the study of the process of law-making, law-breaking
and law-enforcing” (Sutherland, 1937) samen met de:

 Sociale constructie: afhankelijk is van de normen, waarden en overtuigingen van een
samenleving op een bepaald moment in de geschiedenis
 Onveiligheid
 Deviantie: Criminologen bestuderen niet alleen strafbare feiten, maar ook andere vormen van
afwijkend gedrag die buiten de normen van de maatschappij vallen (bv: graffiti,…)

 Er zijn twee hoofdkenmerken + 2 grote projecten (Garland)
 Empirisch gegronde, wetenschappelijke aanpak
 Focus op criminaliteit
 Maar “huis met vele kamers”


Wat is criminaliteit? (het materiele voorwerp van de criminologie)

- Academici graken het niet eens over de definitie van criminaliteit

Gallie (1956): het concept ‘criminaliteit’ is in wezen betwist’  Bestaat geen consensus (algemene
overeenstemming)

 Normatief: het is noodzakelijk een normatief concept -> het is verbonden met morele waarden en
keuzes

,  Complex: mensen en stellingen praten over crim vanuit vele perspectieven -> er zijn vele opinies over
crim -> hier leren wij veel uit

 Als men het rechtboek opent: crim wordt omschreven als: Criminaliteit is “een daad (actie in strijd met
de wet OF een nalatigheid (iets niet doen wat de volgens de wet verplicht bent), die wordt
beschouwd als een misdrijf dat wordt bestraft via het strafrecht.”


De strafrechtelijke definitie van criminaliteit fungeert als een anker omdat het een vaste, formele basis biedt
om te bepalen wat als crimineel gedrag wordt beschouwd binnen een samenleving => een mechanisch anker,
wat betekent dat het strikt gebaseerd is op de wettelijke regels en niet noodzakelijk rekening houdt met de
sociale of morele context van de daad.

 Strafrecht definities zijn vaak voldoende, maar vaak zijn er ook serieuze beperkingen

CRIMINALITEIT OF NIET?

Slide 9: schaar in lichaam, in dit geval is er sprake van schade -> er is nu sprake van criminaliteit -> slachtoffer
krijgt schadevergoeding

Slide 10: gasboete: worden gebruikt om lichte misdrijven te sanctioneren -> de grenzen tussen
administratieve overtredingen en misdrijven is klein

Slide 11: foto verwijzen naar het veranderen van strafrechtelijke definities -> nu: homoseksualiteit (bij ons is dit
gedecriminaliseerd, maar in sommige landen is dit nog steeds verboden: strafrechtbeperking  wetten zijn
dynamisch

Slide 12: Dezelfde gedragingen in een bepaald land worden toegelaten en in een ander land niet (zo
ook bv prostitutie, is bij ons uit de strafwetboeken gehaald: decriminalisering)

Slide 13: Bedrijf criminaliteit -> vaak veel schade maar veel van deze activiteiten die tot de schade leiden zijn
niet verboden.

Slide 14: staatscriminaliteit

- Twee atoombommen zouden als straatcriminaliteit moeten worden erkent, maar was toen niet het
geval in Amerika (statelijke criminaliteit)
- President van Syrië: staatscrimineel

Slide 15: Beroemde figuren die wij nog als rolmodellen beschouwen maar toch zien we dat vele van hun daden
eigenlijk als criminele feiten kunnen worden beschouwd

Slide 16: samenvattingen vn de beperkingen van de legalistische definities van crim

 Gaan niet dieper in op ware aard van criminaliteit
 Dynamisch: evolutie overheen de tijd
 Niet steeds duidelijk
 Verschillen tussen landen
 Gedragingen voordelig voor sociale vooruitgang
 Negeren van schadelijke activiteiten van ‘machtige’ personen/bedrijven/..
 Er zijn nog meer problemen, mensen weten vaak niet wat criminaliteit is

Constructivisme: problematisering van het Legalisme (vastgesteld door vele regels)tot
Nihilisme (geen regels)
Vanaf de jaren ‘60 hebben constructivisten strafrechtelijke definities uitgedaagd

 Constructivisme is een manier van denken over kennis die zegt dat mensen niet gewoon kennis
"ontvangen" zoals het is, maar dat ze die zelf actief opbouwen. Met andere woorden, kennis ontstaat
doordat we zelf nadenken
 Ze zeiden dat “criminaliteit” het gevolg is van de interactie tussen samenleving, “daders”,
andere burgers, media en vertegenwoordigers van het strafrechtsysteem.

 Vb. volgens Hulsman (1986) “kent criminaliteit geen ontologische realiteit”  wat betekent dat
criminaliteit niet iets is dat op zichzelf bestaat in de wereld.

 Criminaliteit ligt niet aan de basis van het strafrechtelijk beleid, maar is een product daarvan 
Criminaliteit is dus een product van de wet. Zonder strafrecht (de wetten die misdaden vastleggen en
straffen bepalen) zouden veel dingen niet eens als crimineel worden gezien.
 Criminaliteit is voor een groot deel afhankelijk van sociale en juridische constructies, en niet
alleen van objectieve, vaste regels.

,  Legalisme: Dit idee zegt dat bestuur en samenleving gebaseerd moeten zijn op strikte naleving van
wetten. constructivisme voegt daaraan toe dat deze wetten door de mens zijn gemaakt en dus kunnen
veranderen.

Bv: sutherland: "science of law-making, law-breaking, and law-enforcing"  Dit is een constructivistische
insteek, omdat het erkent dat criminaliteit en de definitie ervan niet vaststaan, maar worden beïnvloed door
sociale, politieke en juridische factoren.


 Relativisme en nihilisme

Enkele postmodernistische stellingen gingen zover: verloren contact met criminele gedragingen. Omwille
van nihilisisch en relativistish karakter werden ze bekritiseerd en verworpen door criminologen, net zoals
wij overtuigd zijn van bestaan v/e ontologische realiteit

Sommige constructivisten (postmodernisten) vervallen in relativisme en nihilisme. Dit betekent dat ze
geloven dat er geen vaste of objectieve waarheid is, en dat alles afhankelijk is van hoe mensen het
interpreteren.  kan leiden tot het idee dat niets echt betekenis heeft (nihilisme), inclusief criminaliteit

Volgens Stuntz (2001) omvat het strafrecht twee verschillende onderdelen

o Een beperkt aantal kernmisdrijven (hetgeen dat de mensen kent: diefstal, moord,…) ->
deze zijn vrijwel gekend in elk land en w overal als crimineel beschouwd

o Al het overige dat in het strafrecht is opgenomen (enkel voor gespecialiseerde in het
strafboek) -> minder universeel en verschillen vaak per land of regio

Verschil tussen formele en daadwerkelijke criminalisering (er zijn heel veel misdrijven die nooit aandacht
krijgen, zelfs niet van de politie)

- Formele criminalisering: Dit gaat over wat officieel als crimineel is vastgelegd in de wet. Het zijn de misdrijven die op
papier in de wetten staan.
- Daadwerkelijke criminalisering: Dit gaat over hoe het strafrecht in de praktijk wordt gehandhaafd. Veel misdrijven die
formeel als crimineel worden beschouwd, krijgen echter nooit aandacht van de politie of het rechtssysteem,
bijvoorbeeld omdat ze te klein of moeilijk te bewijzen zijn.


Onmogelijkheid om het strafrecht op inhoudelijke wijze te definiëren  Volgens Ashworth (2000) is het
strafrecht “een verloren zaak vanuit principieel oogpunt”

 Lastig strafrecht te definiëren, het veranderd voortdurend en bestaat uit verschillende
onderdelen

o Europees Hof van de Rechten van de Mens gebruikt enkel formele en procedurele
bepalingen om het strafrecht van het burgerlijk recht te onderscheiden

 Marc dutroit, kijken enkel naar de procedure van hoe ze hem behandelen in de gevangenis
en niet naar hetgeen wat hij heeft uitgestoken. Wat voor een monster hij ook is. Procedure >
inhoud

ZONDER STRAFRECHT GEEN CRIMINALITEIT?
Crim wordt vaak gedefinieerd op basis van juridische categorieën: illegaal in de wet  criminaliteit.

 moeten criminologen alleen afgaan op wat de wet zegt? Veel criminologen denken van
niet en hebben geprobeerd criminaliteit op een bredere manier te definiëren, los van de
juridische definities. Hier zijn enkele belangrijke ideeën:

Alternatieve definities van criminaliteit

1. selling (1938): criminaliteit = gevolg van conflicterende gedragsregels. (verschilt per cultuur en
samenleving)
2. Schwendigers (1974): criminaliteit = schending van mensenrechten. Bijvoorbeeld, als iemand wordt
mishandeld of onderdrukt, zou dat als een misdaad gezien moeten worden, zelfs als de wet dat niet
altijd erkent.
3. Hirschi en Gottfredson: positivisten: General Theory of Crime: Deze theorie legt de nadruk op
controle over impulsiviteit.  Zij stellen dat criminaliteit voortkomt uit een gebrek aan
zelfbeheersing.

Andere wetenschappers spreken van ‘deviantie’ (afwijkend gedrag) i.p.v. criminaliteit.


HET BEGRIP “CRIMINALITEIT” AFSCHAFFEN?

Criminologen beginnen onderzoek met strafrechtelijke definities v criminaliteit: kijken naar de wet

Inhoudsopgave

  1. 01 1. Wetenschappelijke aanpak 1
  2. 02 Criminologie baseert zich op empirisch onderzoek, wat betekent dat het feiten en gegevens verzamelt om misdaad te begrijpen. Het is niet bezig met wat moreel juist is of wat zou moeten gebeuren. Dit onderscheidt criminologie van het strafrecht, dat meer gericht is op het vaststellen van regels en normen. 1
  3. 03 2. Focus op door de staat gedefinieerde criminaliteit 1
  4. 04 Criminologie richt zich vooral op de soorten misdaad die volgens de wet als crimineel worden beschouwd wat de staat als strafbaar heeft gedefinieerd, zoals diefstal, geweld of fraude. Sociologie van deviantie (afwijkend gedrag) kijkt breder: ook naar ander gedrag dat misschien als "raar" of "afwijkend" wordt gezien, zelfs als het niet strafbaar is. 1
  5. 05 Wat is criminaliteit? (het materiele voorwerp van de criminologie) 2
    1. Alternatieve definities van criminaliteit 4
  6. 06 Wat is criminologie 5
  7. 07 belangrijke begrippen: 8
  8. 08 In België 9
  9. 09 In internationale context: 10
  10. 10 Algemeen overzicht 15
    1. Tussentijdse conclusie omtrent geregistreerde criminaliteit 16
  11. 11 Eigendomscriminaliteit/vermogenscriminaliteit 16
    1. Tussentijdse conclusie omtrent eigendomscriminaliteit 17
  12. 12 Persoonscriminaliteit/ geweldscriminaliteit 17
    1. Tussentijdse conclusie over geweldcriminaliteit: 19
  13. 13 Jeugddelinquentie 19
  14. 14 Trends geweldcriminaliteit 19
  15. 15 De crime drop 21
  16. 16 Conceptualisering en definities 24
  17. 17 De maffia’s 25
  18. 18 Andere vormen van georganiseerde misdaad 27
  19. 19 Oorzaken van organisatiecriminaliteit 29
  20. 20 Bevindingen uit voorgaand media-onderzoek binnen het TV-nieuws 31
  21. 21 Bevindingen uit voorgaand media-onderzoek binnen de populaire cultuur 32
  22. 22 Andere patronen en karakteristieken van de weergegeven criminaliteit in media-inhoud algemeen 32
  23. 23 Positieve relatie tussen criminaliteit en media 36
  24. 24 Verborgen populaties 36
  25. 25 Scheve verdeling van criminaliteit 37
  26. 26 Etnische belemmeringen 37
  27. 27 Afhankelijkheid van overheid 37
  28. 28 Kwalitatief onderzoek: (ander hoofdstuk) 37
  29. 29 Kwantitatief onderzoek: positivisme 37
  30. 30 1. Probleemstelling: wat is het doel 40
  31. 31 2. Theorie, concepten en operationalisering 41
  32. 32 3. Variabelen 41
  33. 33 4. Hypothesen 41
  34. 34 5. Onderzoekseenheden 42
  35. 35 6. Kwaliteit van (kwantitatief) onderzoek 42
  36. 36 Kritiek op kwantitatief onderzoek 42
  37. 37 Kwalitatief onderzoek: voorbeeld 43
  38. 38 Kwalitatief onderzoek: types en methoden 43
    1. 1. Biografisch onderzoek 44
    2. 2. Fenomenologisch onderzoek 44
    3. 3. Grounded theory 44
    4. 4. Etnografisch onderzoek 45
    5. 5. Case study 45
    6. 6. Actie-onderzoek: 45
  39. 39 Vergelijking kwalitatief en kwantitatief onderzoek 46
    1. Positivisme in de criminologie 49
  40. 40 Drie uitdagingen sinds de jaren ‘60 49
    1. Cesare Beccaria: zijn assumpties 49
    2. 6 principes van Beccaria 49
    3. Positivisme in de criminologie 51
    4. Ontstaan positivisme 51
    5. Lombroso en de Italiaanse school 51
  41. 41 Evaluatie Lombroso en Italiaanse school 52
    1. Franse school 52
    2. Duitstalige aanhangers van Lombroso (ontwikkeling van de criminologie in Duitstalig Europa 53
    3. Vroege institutionalisering van criminologie in de Lage Landen 54
    4. Franse school (herhaling H13) 56
  42. 42 Sociaal-ecologische theorieën (sociale desorganisatie) 57
  43. 43 Sutherlands differentiële associatietheorie 57
  44. 44 Mertons anomie- en straintheorie (1938) 58
  45. 45 Subcultuurtheorieën 59
  46. 46 Controletheorieën: Hirschi 59
  47. 47 1. Conflictbenadering 64
  48. 48 2.Radicale en kritische criminologie 64
  49. 49 3. Feministisch criminologische benaderingen 66
  50. 50 Geïntegreerde theorieën 71
  51. 51 Ontwikkelingscriminologie 72
  52. 52 Positieve en negatieve eigenschappen aan elke benadering 80
  53. 53 Types van criminologische theorieën (typologie Henry en Milovanovic) 81
  54. 54 Evolutie van het strafrecht vanaf de Franse revolutie tot vandaag 83
  55. 55 het huidige straffenarsenaal voor volwassen daders 83
  56. 56 Een nieuw strafrechtboek 84
  57. 57 Inleiding 91
  58. 58 Politiemodellen 92
  59. 59 Politiebestellen 93
  60. 60 Van PV tot straf 96
  61. 61 Ontwikkelingen in Westers criminaliteitsbeleid 99
  62. 62 Ontwikkelingen in Belgische context 100
  63. 63 Inleiding 103
  64. 64 Soorten preventie 104
  65. 65 Onderzoek rond preventie 108
  66. 66 Inleiding: Oorsprong, definities en principes 109
  67. 67 Hoofdmodellen en de nationale toepassing daarvan 111
  68. 68 HR in België 112

Documentinformatie

Geüpload op
23 augustus 2025
Aantal pagina's
114
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€10,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen