• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 17 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Nederlands 2.1 2de Bachelor Lager onderwijs 14/20

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 17 pagina's

Dit document bevat een ruime samenvatting over het OPO Nederlands 2.1 2de jaar Bacheloropleiding Lager onderwijs in Brussel. De samenvatting bestaat uit hoorcolleges, notities, casussen en extra oefeningen. Ik behaalde op dit vak 14/20.

Voorbeeld van de inhoud

Vraag 1: Schrijfdidactiek: schrijfkaart
Hoe heb ik gedifferentieerd?

Kinderen moeten niet allemaal dezelfde schrijfkaart krijgen: Ik heb 2 schrijfkaarten gemaakt. Een
schrijfkaart voor de kinderen die aan de hand van de ondersteuning van de schrijfkaart het
zelfstandig kunnen maken en een schrijfkaart die voor de kinderen is die meer uitdaging nodig
hebben.

De voorfase moet hieraan aangepast zijn en er moet gewerkt worden in kleinere groepen, de
instructie moet aan de grote groep gegeven worden en 1 kaart voor hen en daarna splitst je de groep
op in 2 groepen en gebruik je voor de zwakkere een andere schrijfkaart.

! de doelen blijven hetzelfde, maar het niveau wordt verlaagd. Iedereen schrijft dezelfde brief, met
hetzelfde doel, maar de uitwerking is anders!

Geïntegreerd gewerkt:

Ik heb geïntegreerd gewerkt bij mijn schrijfles. Ik gaf bij WO les over het thema water en het zorg
dragen voor water. Ik heb er daarom voor gekozen om mijn schrijfles hier op te baseren. Ze moesten
een brief schrijven naar de mensen in de buurt van de school om te vragen om meer zorg te dragen
voor het water en dus minder water te verspillen. Hierdoor werd de schrijfles geïntegreerd met de
WO les

Context: de brief was niet zomaar een losse brief, het kreeg echt een betekenis in een context.

Op examen moet je antwoord geven op dit:

- Wat is er vooraf gegaan aan deze schrijfkaart?

- Wat moesten ze schrijven?

- Binnen welk thema is er gewerkt?

- Welke leerinhouden komen er aan bod?

- Wat is er mogelijk in de klas gebeurd?

- Welke lessen heb je op voorhand gegeven?

- Wat moeten ze geweten hebben voor te kunnen starten?

- Welke activiteiten hebben ze gedaan?

- Wat was de beginsituatie?

- Welke schrijfkaart is eruit gekomen?

- Wat was de schrijfcontext?

- Hoe is dit tot stand gekomen?

- Hoe zijn de kinderen gemotiveerd geraakt?

 Moet grondig gebeuren

 Doelen en leerinhouden noteren!

,Bij schrijven zijn er 3 zaken die heel belangrijk zijn (leerinhouden)

- Er wordt over taal nagedacht: zakelijk, fictief, overtuigend, spannend, formeel en informeel..
 je moet de taal aanpassen aan de ontvanger en het doel

- Vorm: een klachtenbrief ziet er helemaal anders uit dan een informatiebrief, er moeten
alinea’s zijn, inleiding, slot, tittel… (lay-out)

- Inhoud: als je iemand moet overtuigen moet je argumenten geven, spanningstechnieken voor
een spannend verhaal te schrijven, verassend uit de hoek komen (wat moet er in staan)

 De leerinhouden moeten op 3 vlakken liggen en dat zijn deze

 Op schrijven geef je geen punten

 Je kan vrij laten op vlak van creativiteit en fantasie, enkel taal is niet genoeg

Schrijfdoelen en leerinhouden moeten functioneel zijn:

- Het moet een functie hebben

- Het moet nuttig zijn

- Het moet passen bij de opdracht (doelen passen bij de opdracht  bv. brief schrijven naar
directrice moet een formeel taalgebruik hebben)

- Doelen zijn aangepast aan de functie voor wat je schrijft

- Je moet dingen aanleren die functioneel zijn voor u schrijfcontext

- Wat past er in de context en wat is er functioneel?

 Als je aan kinderen vraagt om een brief te schrijven naar de burgemeester dan leg je de doelen
voor taal heel hoog want er mogen geen schrijffouten in staan

 Functioneel wordt dus bepaald door de context

Er zijn 4 fases bij een schrijfles:

1. Schrijfcontext creëren = voorfase

o Werken binnen een groter thema bv. wo, leerlingen hebben hierdoor al voorkennis
en een achtergrond en hierdoor zijn ze meer gemotiveerd, je kan ook werken vanuit
een boek

o Je werkt dit af in 1 les, want anders is de schrijfmotivatie weg

1. Nadenken over de tekstsoort  wat gaan we eigenlijk schrijven?

o Je moet samen met de kinderen een schrijfkaart opstellen, je stelt deze niet thuis op

o Je moet vermijden dat kinderen geen inspiratie hebben dus moet je hen ideeën
geven (wat kunnen we allemaal schrijven, hoe gaan we schrijven, welke lay-out)

1. De eind-fase  laten uitvoeren en coachen tijdens het creëren

2. Na-fase

o Je moet gaan nadenken wat je de leerlingen laat doen als ze klaar zijn  tekening
maken die past bij de schrijfoefening

, o Als ze niet klaar zijn met de oefening, dan geef je dit niet mee als huiswerk, een
kladversie is ook oké, net is niet perse nodig

o De schrijfkaart is ook een evaluatiekaart om te gaan nakijken

o Als je tijd over hebt dan kan je kinderen zichzelf laten evalueren op basis van de
schrijfkaart

Aandachtspunten

- De schrijfkaart mag niet worden geïnterpreteerd als een optelsom op 10 punten, je kan op
een schrijftaak geen punten geven

- De kinderen gaan het makkelijk hebben met de inhoud en de vorm, maar de taal is de
moeilijkheid binnen een schrijfoefening

o Emotioneel schrijven is enkele voor de kinderen die extra uitdaging nodig hebben

o Gevarieerde signaalwoorden/ verschillende manieren om je zin te beginnen

o Alinea’s gebruiken

o Spellingsnauwkeurigheid

o De onvoltooide verleden tijd

o Verzorgd en leesbaar handschrift

o Gevarieerde zinnen die grammaticaal correct zijn

 Je moet hier veel voorbeelden van gaan geven zodat ze dit zien.

- Spellingsbundel moet ingebed zijn in een thematisch verhaal

- Er moet een rode draad inzitten zodat er structuur is en alles aan die rode draad kan
gehangen worden

- Je moet kinderen leren schrijven en denken

Wat kan je verwachten van kinderen?

- 2de leerjaar:

o Taal: Geen leestekens en als ze deze gebruiken dan worden ze verkeerd gebruikt

o Inhoud: Veel herhalingen  verwijswoorden zijn nog moeilijk, ‘en dan’  veel
herhalingen

o Vorm: Geen alinea’s en weinig structuur

o Een kind van die leeftijd observeert en hij schrijft wat hij ziet, hij verteld geen verhaal
(belangrijk!)  je kan niet vragen aan kinderen aan het 2 de leerjaar om een verhaal te
schrijven, want dan zit je boven hun niveau  eerder oefening vragen: “wat zie je op
de afbeeldingen en beschrijf wat je ziet”

 Een strip maken in het 2de leerjaar is heel goed hiervoor

- 4de leerjaar:

Inhoudsopgave

  1. 01 Vraag 1: Schrijfdidactiek: schrijfkaart 1
  2. 02 Vraag 2: Spellingsbundel 5
  3. 03 Vraag 3: les ontwikkelen 8
  4. 04 Vraag 4: hoekenwerkfiche 12
  5. 05 Extra theorie 17

Documentinformatie

Geüpload op
18 augustus 2025
Aantal pagina's
17
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€6,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
StudentKD
1,0
(1)
Verkocht
10
Volgers
0
Items
29
Laatst verkocht
9 uur geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen