Hoofdstuk 7: Intelligentie
Belang van intelligentie:
- Van belang bij alledaagse beslissingen
- Belangrijke (niet de enige!) voorspeller van o.a.
o Schools presteren: .30 tot .70 ~ cognitieve factoren
o Job presteren
1. Definitie en structuur
1.1. Theoretische definitie
- “Bien juger, bien comprendre, bien raisonner, ce sont les resorts essentiels de l’
intelligence.” (Binet & Simon, 1904, p.197)
- “An individual is intelligent in proportion as he is able to carry on abstract thinking.”
(Terman, 1921, p.128-129)
- “Intelligence is the aggregate or global capacity of the individual to act purposefully, to think
rationally, and to deal effectively with his environment” (Wechsler, 1944)
- …
GEEN CONSUNSUS
Operationele definitie: “Intelligentie is datgene wat een intelligentietest meet”
1.2. Structuur
Eén intelligentie of meerdere soorten?
Spearman (1923): Intellectuele capaciteiten bepaald door
- Specifieke capaciteiten ~ taak
- Algemene, gemeenschappelijke component: g-factor
Focus op g-factor
= 1 intelligentie
Thurstone (1938): Primary Mental Abilities
- Redeneren
- Verbaal begrip
- Woordvlotheid
- Rekenen
- Ruimtelijk voorstellingsvermogen
- Associatief geheugen
- Perceptuele snelheid
Deze factoren bepalen prestatie > g factor
= meerdere intelligentiefactoren die gedrag verklaren
Schatting van G: (algemeen niveau)
- Uitspraak algemeen functioneren G, enkel als
o minstens 4 brede cognitieve vaardigheden (BCV)
o zeker Gf en Gc
, !!!!!!!
Inhoud kennen
“….In comparison to
other well-known theories of intelligence and cognitive abilities, CHC theory is the most
comprehensive and empirically supported psychometric theory of the structure of cognitive and
2. Geschiedenis
2.1. Eerste golf
1905: Binet – Simon (Frankrijk)
- Omnibustest
- Totaalscore = mentale leeftijd
- Indicatie voor BuO (>2j achterstand):
- Mentale leeftijd (ML) – Chronologische leeftijd (CL)
- 4 kenmerken:
o Schatting huidige prestaties, geen indicatie aangeboren intelligentie
o Doel: signaleren extra hulp, niet categoriseren
o Oefening kan intelligentie beïnvloeden
o Test empirisch ontworpen, niet op basis van theorie
1916: Stanford – Binet (Terman, US)
- Zelfde principes Binet – Simon
- Totaalscore = Intelligentie Quotiënt
- Nog steeds in gebruik
2.2. Tweede golf
1939: eerste Wechsler schaal
- Items bundelen in subtesten
- Totaalscore = optellen subtestscores
- Inhoudelijke profielanalyses mogelijk
o Oorspronkelijk opdeling
Verbaal IQ
Performaal IQ
o Recente herzieningen: verschillende indexen
Deviatie IQ:
- Geïntroduceerd door Wechsler
Belang van intelligentie:
- Van belang bij alledaagse beslissingen
- Belangrijke (niet de enige!) voorspeller van o.a.
o Schools presteren: .30 tot .70 ~ cognitieve factoren
o Job presteren
1. Definitie en structuur
1.1. Theoretische definitie
- “Bien juger, bien comprendre, bien raisonner, ce sont les resorts essentiels de l’
intelligence.” (Binet & Simon, 1904, p.197)
- “An individual is intelligent in proportion as he is able to carry on abstract thinking.”
(Terman, 1921, p.128-129)
- “Intelligence is the aggregate or global capacity of the individual to act purposefully, to think
rationally, and to deal effectively with his environment” (Wechsler, 1944)
- …
GEEN CONSUNSUS
Operationele definitie: “Intelligentie is datgene wat een intelligentietest meet”
1.2. Structuur
Eén intelligentie of meerdere soorten?
Spearman (1923): Intellectuele capaciteiten bepaald door
- Specifieke capaciteiten ~ taak
- Algemene, gemeenschappelijke component: g-factor
Focus op g-factor
= 1 intelligentie
Thurstone (1938): Primary Mental Abilities
- Redeneren
- Verbaal begrip
- Woordvlotheid
- Rekenen
- Ruimtelijk voorstellingsvermogen
- Associatief geheugen
- Perceptuele snelheid
Deze factoren bepalen prestatie > g factor
= meerdere intelligentiefactoren die gedrag verklaren
Schatting van G: (algemeen niveau)
- Uitspraak algemeen functioneren G, enkel als
o minstens 4 brede cognitieve vaardigheden (BCV)
o zeker Gf en Gc
, !!!!!!!
Inhoud kennen
“….In comparison to
other well-known theories of intelligence and cognitive abilities, CHC theory is the most
comprehensive and empirically supported psychometric theory of the structure of cognitive and
2. Geschiedenis
2.1. Eerste golf
1905: Binet – Simon (Frankrijk)
- Omnibustest
- Totaalscore = mentale leeftijd
- Indicatie voor BuO (>2j achterstand):
- Mentale leeftijd (ML) – Chronologische leeftijd (CL)
- 4 kenmerken:
o Schatting huidige prestaties, geen indicatie aangeboren intelligentie
o Doel: signaleren extra hulp, niet categoriseren
o Oefening kan intelligentie beïnvloeden
o Test empirisch ontworpen, niet op basis van theorie
1916: Stanford – Binet (Terman, US)
- Zelfde principes Binet – Simon
- Totaalscore = Intelligentie Quotiënt
- Nog steeds in gebruik
2.2. Tweede golf
1939: eerste Wechsler schaal
- Items bundelen in subtesten
- Totaalscore = optellen subtestscores
- Inhoudelijke profielanalyses mogelijk
o Oorspronkelijk opdeling
Verbaal IQ
Performaal IQ
o Recente herzieningen: verschillende indexen
Deviatie IQ:
- Geïntroduceerd door Wechsler