Lesweek 1
E-commerce = Handelen in producten en diensten via computernetwerken zoals het internet.
E-business = Heeft betrekking op de hele waardeketen: ook eigen productieproces en link met
de leveranciers.
Meest wordt besteld via laptop, desktop, tablet, smartphone, online in de winkel.
VS, VK, Duitsland, Frankrijk zijn een van de grootste e-commerce markten.
Consumer to Consumer (C-to-C) = Elektronische handel tussen consumenten.
Nieuwsgroepen en websites waarin particulieren iets te koop aanbieden aan andere
particulieren. Een andere vorm van E-commerce tussen particulieren onderling zijn de
zogenaamde veilingsites waarbij producten en diensten worden verhandeld per opbod.
Business to Business (B-to-B) = Elektronische handel tussen bedrijven onderling. Een
voorbeeld van deze vorm is het gebruik van een netwerk door een bedrijf om te kunnen
bestellen bij de leveranciers, of om afnemende bedrijven de gelegenheid te geven hun
bestellingen elektronisch te plaatsen. Op deze manier is er een betere afstemming tussen vraag
en aanbod.
Business to Consumer (B-to-C) = Elektronische handel tussen een bedrijf en consumenten.
Dit is de meest bekende vorm van E-commerce, hoewel het niet zeker is of het ook de meest
gebruikte vorm is.
Business to Government (B-to-G) = Elektronische handel tussen een bedrijf en een overheid.
De verbinding tussen een bedrijf en de overheid kan alle transacties en daarbij horende
informatie uitwisselingen omvatten die tussen deze 2 spelers worden uitgevoerd. Hierbij kan
gedacht worden aan belastingbetalingen, subsidieverstrekkingen, subsidie informatie, etc.
Consumer to Government (C-to-G) = Elektronische handel tussen een consument en een
overheid. De consument doet hier zaken met de overheid. Daarbij kan gedacht worden aan
belastingopgave en belastingbetalingen, maar ook aan aanvragen en uitbetalen van
uitkeringen.
, Vliegwielstrategie:
- Veel aanbieden zodat consumenten veel producten kunnen kopen.
- Creëer een eenvoudige klantervaring (1 klik kopen).
- Veel bezoekers, verkeer en kopers betekent dat verkopers bijna gedwongen worden om
te verkopen via grote aanbieders zoals Bol, Wehkamp en Amazon.
- Kostenstructuur verlaagd (de verkoper houdt het voorraadrisico in de hand, verzorgt de
levering, retourneert het beheer, etc).
- Het platform, de online aanbieder kan vervolgens opnieuw producten aanbieden tegen
lagere prijzen.
Verdienmodellen:
1. Handelsmodel = Een product of dienst direct aan een eindgebruiker verkopen.
2. Abonnementsmodel = Populair bij diensten en producten die op regelmatige basis
afgenomen worden (bijv. kranten).
3. Veilingmodel = Aanbod en vraag worden bij elkaar gezet en per keer wordt er een
product of dienst aangeboden waarop biedingen gedaan kunnen worden. Verkoper
ontvangt een percentage van de verkoopprijs en heeft dus niet te maken met inkoop of
voorraad.
4. Advertentiemodel = Verdienen doordat andere leveranciers adverteren op hun website.
5. Freemium model = De klant ontvangt in eerste instantie gratis het product of dienst,
waarbij de klant vervolgens kan kiezen om te betalen op het moment dat er een
verbeterde of uitgebreidere versie beschikbaar is (vb. Spotify).
E-commerce = Handelen in producten en diensten via computernetwerken zoals het internet.
E-business = Heeft betrekking op de hele waardeketen: ook eigen productieproces en link met
de leveranciers.
Meest wordt besteld via laptop, desktop, tablet, smartphone, online in de winkel.
VS, VK, Duitsland, Frankrijk zijn een van de grootste e-commerce markten.
Consumer to Consumer (C-to-C) = Elektronische handel tussen consumenten.
Nieuwsgroepen en websites waarin particulieren iets te koop aanbieden aan andere
particulieren. Een andere vorm van E-commerce tussen particulieren onderling zijn de
zogenaamde veilingsites waarbij producten en diensten worden verhandeld per opbod.
Business to Business (B-to-B) = Elektronische handel tussen bedrijven onderling. Een
voorbeeld van deze vorm is het gebruik van een netwerk door een bedrijf om te kunnen
bestellen bij de leveranciers, of om afnemende bedrijven de gelegenheid te geven hun
bestellingen elektronisch te plaatsen. Op deze manier is er een betere afstemming tussen vraag
en aanbod.
Business to Consumer (B-to-C) = Elektronische handel tussen een bedrijf en consumenten.
Dit is de meest bekende vorm van E-commerce, hoewel het niet zeker is of het ook de meest
gebruikte vorm is.
Business to Government (B-to-G) = Elektronische handel tussen een bedrijf en een overheid.
De verbinding tussen een bedrijf en de overheid kan alle transacties en daarbij horende
informatie uitwisselingen omvatten die tussen deze 2 spelers worden uitgevoerd. Hierbij kan
gedacht worden aan belastingbetalingen, subsidieverstrekkingen, subsidie informatie, etc.
Consumer to Government (C-to-G) = Elektronische handel tussen een consument en een
overheid. De consument doet hier zaken met de overheid. Daarbij kan gedacht worden aan
belastingopgave en belastingbetalingen, maar ook aan aanvragen en uitbetalen van
uitkeringen.
, Vliegwielstrategie:
- Veel aanbieden zodat consumenten veel producten kunnen kopen.
- Creëer een eenvoudige klantervaring (1 klik kopen).
- Veel bezoekers, verkeer en kopers betekent dat verkopers bijna gedwongen worden om
te verkopen via grote aanbieders zoals Bol, Wehkamp en Amazon.
- Kostenstructuur verlaagd (de verkoper houdt het voorraadrisico in de hand, verzorgt de
levering, retourneert het beheer, etc).
- Het platform, de online aanbieder kan vervolgens opnieuw producten aanbieden tegen
lagere prijzen.
Verdienmodellen:
1. Handelsmodel = Een product of dienst direct aan een eindgebruiker verkopen.
2. Abonnementsmodel = Populair bij diensten en producten die op regelmatige basis
afgenomen worden (bijv. kranten).
3. Veilingmodel = Aanbod en vraag worden bij elkaar gezet en per keer wordt er een
product of dienst aangeboden waarop biedingen gedaan kunnen worden. Verkoper
ontvangt een percentage van de verkoopprijs en heeft dus niet te maken met inkoop of
voorraad.
4. Advertentiemodel = Verdienen doordat andere leveranciers adverteren op hun website.
5. Freemium model = De klant ontvangt in eerste instantie gratis het product of dienst,
waarbij de klant vervolgens kan kiezen om te betalen op het moment dat er een
verbeterde of uitgebreidere versie beschikbaar is (vb. Spotify).