- afbeelding p. 77: - Leonardo da Vinci: Mens van Vitruvius (1490)
- Vitruvius: - architect uit de oudheid
- ‘de architectura’: - navel = centrum lichaam en cirkel
de mens is de maat van alle
dingen
inspiratie voor Da Vinci
vanaf 15de eeuw ‘nieuwe wind’ = ‘aetas nova’ (nieuwe tijd)
= begin vroegmoderne tijd
Waarom begon rond 1500 de vroegmoderne tijd?
I. Wat weet je al?
- Overlevering kennis klassieke oudheid: - via de Arabieren in West-Europa
invloed Europese samenleving vanaf 15de E
- Opdrachten: - wetenschap = - doelgericht onderzoek
- opzettelijke verwerving van kennis
- klassieke oudheid = bv. Aristoteles: wetenschap via logica en
methodologie (focus leggen,
categoriseren, …)
- vernieuwing Arabieren: algebra, astrologie, nieuwe instrumenten, …
- naar Europa door Arabisch ‘Al-Andalus’ in het huidige Spanje
II. Wat weet je nog niet?
III. Op onderzoek
Historische vraag 1: Waarom noemden kritische denkers van de 15 de eeuw hun tijd een aetas nova of
nieuwe tijd?
- Wetenschappers 15de eeuw:- zien de tijd voor hen als tussentijd (aetas media)
= middeleeuwen
- zetten zich af tegen ‘donkere middeleeuwen’
- Opdrachten:
1. Thomas a Kempis: navolging van de Bijbel van belang
Pico della Mirandola: de mens handelt volgens vrije wil (die komt van God)
2. Middeleeuws aetas novae
- Madonna van Cimabue - Geboorte van Venus (Boticelli)
religieuze kunst inspiratie oudheid (klassieke myth)
geen emotie symbool voor aardse mens in natuur
fout perspectief - Petrarca richt zich op klassieke oudheid (14 de E)
- OLV-kathedraal Antwerpen - Palazzo Farnese (16de E)
gebouwd in de hoogte horizontale lijnen / wiskundig evenwicht
1
, gothische bouwstijl klassieke geïnspireerd
- Thomas a Kempis - Pico Della Mirandola: vrije wil om te beslissen
luisteren naar de Bijbel - Erasmus: gelovigen moeten geloof zelf vorm geven
3. De veranderingen waren merkbaar binnen:
Cultuur: - schilderkunst, bouwkunst, beeldhouwkunst
- religie: mens centraler, kritiek leveren op het geloof, …
4. Het verschil in denken is hier ook een voorbeeld van een cultureel verschil dat opkomt.
Historische vraag 2: Waarom beschouwen historici de aetas nova als het begin van de vroegmoderne
tijd?
2.1 Oude en nieuwe kennis
- Verspreiden van klassieke teksten door:
1. Arabieren die teksten tot in West-Europa brengen (middeleeuwen)
2. Ottomanen die Byzantium innemen in 1453: geleerden vluchten naar W-Europa
nemen teksten en kennis mee
- ontdekkingstochten verruimen wereldbeeld
mondialisering: proces waarbij steeds meer mensen op aarde
steeds meer contact hebben met mekaar
2.2 Mens- en wereldbeeld
- Humanisten: - filosofen, schrijvers en taalkundigen die klassieke teksten vertalen en bestuderen
- beschouwen de mens minder als lid van groep en meer als individu
- mensbeeld van een ‘maakbare’ mens in een ‘maakbare’ wereld
- afgeleid van humanitas = ‘menselijkheid’
- Hedendaags mensbeeld: - ontstaat volgens historici bij humanisme
- eerste stappen in richting vrij denken en handelen
- duurt nog even tot individuele vrijheden en mensenrechten
2.3 Kunst- en cultuuruitingen
- interesse kunst- en cultuuruitingen oudheid: - vooral in Italië (Romeinse rijk)
- plaatsen mens centraal
- inspiratie 15e en 16e eeuw
- ontstaan van artistieke stroming ‘renaissance’: - Italiaans ‘rinascita’ = ‘wedergeboorte’
- thema’s en vormgeving klassieke oudheid
- schilderkunst, beeldhouwkunst, architectuur, muziek
- verspreiding 15de eeuw Italië Europa
- vb. Libische Sibille (Michelangelo): - 1512
- fresco plafond Sixtijnse kapel Rome
- kenmerken: - juiste verhoudingen, diepte, perspectief
2